U.F.O. waargenomen in Beverwijk

UFO’s.. je schijnt ze overal te zien. Nou heb ik – dat moet ik toegeven – op jonge leeftijd al een tal van zaken gezien die mijn petje te boven ging en dat had ook zoiets weg van een onbekend fladderend voorwerp, maar da’k vanaf mijn balkon ooit nog eens in het echt daadwerkelijk een UFO zou schouwen?

Updated: 19 april 2018 — 17:47

Moeilijke mensen

‘Moeilijke mensen’ kunnen je het bloed onder de nagels vandaan halen, zeker als je veel met ze te maken hebt (bijvoorbeeld als het familieleden betreft). De psychologen Ellis en Diekstra hebben op basis van de rationeel-emotieve therapie (RET) een soort handleiding gemaakt voor het omgaan met moeilijke mensen. Er kunnen immers allerlei redenen zijn waarom je de relatie toch wilt handhaven. Je partner kan bijvoorbeeld een inzinking hebben en tijdelijk onuitstaanbaar in de omgang zijn. Je vader of moeder heeft zo veel goede eigenschappen dat je die ene hinderlijke eigenschap voor lief neemt maar er wel door geïrriteerd raakt. Je kind ontwikkelt een neurologische of psychiatrische stoornis. Wat is dan de beste aanpak? Ellis en Diekstra baseren zich op onderzoek van de psycholoog Bramson onder mensen die – in tegenstelling tot de rest van de omgeving – wel in staat blijken om succesvol om te gaan met mensen die als moeilijk te boek staan.

Mensen met een gebruiksaanwijzing

Wat zijn moeilijke mensen? Wat voor de één een onoverkomelijke eigenschap is, daar hoeft een ander helemaal geen moeite mee te hebben. Maar er zijn eigenschappen en gedragingen die algemeen als hinderlijk worden ervaren. Bramson onderscheidt een aantal uiteenlopende types ‘moeilijke mensen’ die in hun omgeving algemene wrevel en irritatie opwekken:

  • mensen die gauw kwaad worden en anderen met verwijten overladen;
  • de klagers met hun lange monologen;
  • de overdreven enthousiastelingen die anderen inpalmen en beloftes doen die ze niet kunnen waarmaken;
  • de grijze muizen die zich in alle contacten op de vlakte houden;
  • mensen die nooit ergens zin in hebben en alles afkeuren;
  • de betweters;
  • de besluitelozen;
  • de achterdochtige types;
  • mensen die snel geïrriteerd zijn of snel jaloers;
  • de egocentrische ijdeltuiten.

Allemaal eisen ze met hun gedrag de aandacht op, waardoor het contact met de omgeving moeizaam verloopt. Ze staan bekend als ‘iemand met een gebruiksaanwijzing’.

(meer…)

Updated: 7 februari 2018 — 07:50

Eén bewoner wil in 2004 terug naar nieuwbouw van Warandeflat

Maar mijn moesje is vorig jaar op negentigjarige leeftijd de pijp uitgegaan.
Behalve mijn moesje zijn alle bewoners belazerd.
De vraag is of er überhaupt ooit nog een flat komt?

P.S. Welke krant heeft dit bericht nog, Dagblad Kennemerland misschien?

Updated: 19 april 2018 — 18:06

Dissociatie

Wat is dissociëren?

Dissociëren is jezelf psychisch minstens gedeeltelijk afscheiden van wat er met jou of om jou heen gebeurt. Andere manieren om dit uit te drukken zijn: gevoelloos worden, wegdromen, zich losmaken van het eigen lichaam door te ‘verdwijnen’ of ‘erboven te zweven’, vluchten, enz. Je kunt dissociëren van:

  • wat je aan het doen bent (gedrag);
  • wat je emotioneel voelt (emoties);
  • wat je in je lichaam ervaart (zintuigen);
  • je besef van wat er gebeurt (tijd of kennis).

Dissociëren kan variëren van enigszins tot volledig, dus van het missen van een paar kleine details tot zo weinig weten dat het zelfs lijkt alsof je er niet bij bent geweest.

Wanneer treedt dissociatie op?

Iedereen kan in zekere mate dissociëren. Hetzij onbewust, hetzij bewust uitgelokt. Het hoort gewoon bij het opgroeien en neemt af in de loop van de tijd. Maar ook volwassenen kunnen wel eens ‘wegdromen’ tijdens het autorijden of wanneer ze naar een vervelende toespraak moeten luisteren.

Dissociëren wordt een probleem wanneer het te dikwijls optreedt of aan je controle ontsnapt. Het kan bijvoorbeeld gezond zijn om even aan de stress van het werk te ontsnappen door te dagdromen. Het is ongezond wanneer dissociatie voortdurend voorkomt als ‘vlucht’ voor onopgeloste problemen of voor eisen die het gewone leven stelt.

Sommige dissociatieve ervaringen zoals dagdromerijen en fantasieën schijnen ingebouwd te zijn. Sommige worden aangeleerd door naar anderen te kijken. Opgroeien in een gezin waar iedereen eindeloos TV kijkt, uren achtereen videospelletjes speelt of alcohol of andere drugs gebruikt om het leven aan te kunnen, leert je hoe je jezelf ergens aan kunt ‘onttrekken’. Daarnaast kunnen zich dissociatieve ervaringen voordoen, wanneer we een ’schokkende’ of ‘overrompelende’ gebeurtenis meemaken.

Denk maar aan het meemaken van een ernstig ongeval, waarbij een psychische shocktoestand kan ontstaan. De betrokkenen reageren schijnbaar gevoelloos of onverschillig of raken helemaal in de war. In deze gevallen gaat het om een verdedigingsmechanisme dat automatisch in werking treedt, wanneer de grens van ons incasseringsvermogen overschreden wordt. Je kunt het vergelijken met het overschrijden van de fysieke pijngrens, waarna pijn niet langer gevoeld wordt. Wanneer mensen (vooral kinderen) een overrompelende en angstwekkende gebeurtenis meemaken, waarbij ze volkomen machteloos zijn, dan bestaat de kans dat er dissociatie zal optreden.

Dissociatie of het psychisch ‘weggaan’ is dan een verdedigingsstrategie in een situatie waarbij men zich niet fysiek kan verdedigen of waaruit men niet kan vluchten. De aandacht wordt dan verplaatst naar elders en de overweldigende gevoelens worden afgesplitst naar een ander deel van het bewustzijn en hierdoor soms (tijdelijk) ‘vergeten’.

Soms gaat het zo ver dat zelfs de gebeurtenis op zich (tijdelijk) ‘vergeten’ wordt. In normale omstandigheden maakt dissociatie een meer geleidelijke verwerking mogelijk van een schokkende ervaring. Dit wil zeggen dat het afgesplitste gevoel of de afgesplitste kennis, geleidelijk doordringt in het persoonlijke bewustzijn en geleidelijk erkend en verwerkt kan worden. Iemand kan dan vrijuit verdriet, pijn of woede ervaren en langzaam de ervaring een plaats geven in zijn of haar leven. Hiervoor is wel van belang dat de omgeving (familie, partner, vrienden) dit ook accepteert of er tenminste begrip voor toont.

Stel je nu voor dat een kind schokkende gebeurtenissen meemaakt, waarbij het in mindere of meerdere mate dissocieert en opgroeit in een onveilige omgeving. Een omgeving waarin het kind zich niet geaccepteerd, begrepen of beschermd voelt. Dan is het zeer goed mogelijk dat de dissociatie aanhoudt en ‘een eigen leven gaat leiden’. Dit laatste wil zeggen dat de gevoelens of de kennis omtrent een gebeurtenis niet bewust worden, maar toch (soms pas jaren later) hun invloed uitoefenen.

Elementen van de schokkende gebeurtenis(sen) dringen dan door in het persoonlijk bewustzijn zonder soms als dusdanig herkend te worden. Dit noemt men een flashback. Dit is een herinnering die plots in het heden binnendringt. Het kan zowel in een lichamelijke reactie, een gevoel, een gedachte, een beeld, een geluid of een geur gebeuren. Een flashback kan het geheel van de vroegere ervaring omvatten of alleen kleine stukjes ervan (soms alleen een ‘flits’). Hierbij kunnen sterke vervormingen voorkomen zoals in een nachtmerrie. De gevolgen van een flashback kunnen variëren van een licht ongemak tot een totale ontreddering. Dit laatste treedt vooral op wanneer de persoon in kwestie weinig of geen bewuste herinnering meer heeft aan de vroegere gebeurtenis.

Wanneer je iets ziet, hoort, ruikt, aanraakt of proeft wat je herinnert aan iets wat je vroeger is overkomen, is dat een ‘trigger’ (uitlokker). Triggers kunnen ook samenhangen met een bepaalde plaats of een bepaald tijdstip. Afhankelijk van de inhoud van de gebeurtenis, kunnen triggers aangenaam of onaangenaam zijn. Bijvoorbeeld: als er tijdens een heel leuk moment in het verleden een bepaald liedje op de radio was, dan kan dat liedje later een trigger worden waardoor je aan dat vroegere moment herinnerd wordt en je je goed voelt. Iets soortgelijks kan zich voordoen met een onaangename trigger, zelfs als je je de oorspronkelijke gebeurtenis niet of maar gedeeltelijk herinnert. Triggers die met overrompelende en angstwekkende gebeurtenissen uit het verleden samenhangen kunnen dissociatie en/of flashbacks opwekken. Het komt echter regelmatig voor dat iemand zich niet bewust is van mogelijke uitlokkers.

Triggers

Bij een aantal gevolgen/stoornissen wordt over triggers gesproken. Deze triggers, die in dat geval een deel uit kunnen maken van de stoornis, kunnen leiden tot een grote paniek bij het slachtoffer. Niet alleen mensen die aan een stoornis lijden kunnen last hebben van triggers. Dingen die aan een negatieve gebeurtenis doen denken worden vooral triggers genoemd, dingen die aan een positieve gebeurtenis doen denken worden vaker herinneringen genoemd. Een trigger is iets wat doet denken aan een traumatische gebeurtenis in het verleden.

Als iemand wordt getriggerd kan er van alles gebeuren. De persoon kan een agressieve uitbarsting krijgen of heel stil worden en zichzelf terugtrekken in zijn of haar schulp. Ook kan het gebeuren dat de persoon letterlijk wegloopt en probeert te vluchten voor de herinnering. Hoelang iemand getriggerd wordt verschild per persoon en per moment.

Bij een trigger komt de herinnering aan de traumatische gebeurtenis dus terug. Er kunnen ook nog een aantal andere dingen opkomen bij een trigger. Dit kunnen nachtmerries, eetproblemen, angst- of paniekaanvallen, flashbacks, depressies etc. zijn.

Het is niet duidelijk of er een mogelijkheid is om triggers te ontwijken of aan te pakken. Waarschijnlijk is het een onderdeel van het verwerkingsproces of van een overlevingsmechanisme. In ieder geval is het erg moeilijk om om te leren gaan en te leren leven met triggers.

Updated: 6 februari 2018 — 08:04
My CMS © 2017 Frontier Theme
%d bloggers liken dit: