Genesis 1

De schepping

Gen 1:1 In den abeginne schiep God den hemel en de aarde.

a) Job 38:4 Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.
Psa 33:6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.
Psa 89:12 De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond.
Psa 136:5 Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Act 14:15 En zeggende: Mannen, waarom doet gij deze dingen? Wij zijn ook mensen van gelijke bewegingen als gij, en verkondigen ulieden, dat gij u zoudt van deze ijdele dingen bekeren tot den levenden God, Die gemaakt heeft den hemel, en de aarde, en de zee, en al hetgeen in dezelve is;
Act 17:24 De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;
Heb 11:3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

Gen 1:2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
Gen 1:3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
Gen 1:4 En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
Gen 1:5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
Gen 1:6 bEn God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!

b) Psa 33:6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.
Psa 104:2 Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.
Psa 136:5 Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Spr 8:28 Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte;
Isa 42:5 Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen:
Jer 10:12 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.
Jer 51:15 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand;

Gen 1:7 En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die conder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die dboven het uitspansel zijn. En het was alzo.

c) Psa 33:7 Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt den afgronden schatkameren.
Psa 136:6 Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Spr 8:24 Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;

d) Psa 148:4 Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!

Gen 1:8 En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
Gen 1:9 En God zeide: eDat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo.

e) Job 26:10 Hij heeft een gezet perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe des lichts met de duisternis.
Job 38:8 Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?
Psa 24:2 Want Hij heeft ze gegrond op de zeeen, en heeft ze gevestigd op de rivieren.
Psa 33:7 Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt den afgronden schatkameren.
Psa 136:6 Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Gen 1:10 En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.
Gen 1:11 En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.
Gen 1:12 En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
Gen 1:13 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
Gen 1:14 En God zeide: fDat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!

f) Psa 136:7 Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Gen 1:15 gEn dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.

g) Deu 4:19 Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de HEERE, uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
Jer 31:35 Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam:

Gen 1:16 God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
Gen 1:17 En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
Gen 1:18 En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.
Gen 1:19 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
Gen 1:20 En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!
Gen 1:21 En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
Gen 1:22 En God zegende ze, zeggende: hZijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!

h) Gen 8:17 Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.

Gen 1:23 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
Gen 1:24 En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.
Gen 1:25 En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
Gen 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
Gen 1:27 En God schiep den mens inaar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; kman en vrouw schiep Hij ze.

i) Gen 5:1 Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods.
Gen 9:6 Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.
1Co 11:7 Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans.
Eph 4:24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
Col 3:10 En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

k) Mat 19:4 Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?

Gen 1:28 En God zegende hen, en God zeide tot hen: lWeest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

l) Gen 8:17 Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.
Gen 9:1 En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!
Gen 9:2 En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven.
Gen 9:7 Maar gijlieden, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt; teelt overvloediglijk voort op de aarde, en vermenigvuldigt op dezelve.

Gen 1:29 En God zeide: Ziet, mIk heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!

m) Gen 9:3 Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.
Psa 104:14 Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.
Psa 104:15 En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.

Gen 1:30 nMaar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.

n) Psa 104:14 Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.

Gen 1:31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, ohet was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

o) Deu 32:4 Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
Mar 7:37 En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken.

Updated: 21 april 2018 — 10:06

Meet The New Boss, Same As The Old Boss

They keep telling us they same story over and over again. How long will they keep up the lies? This situation could intensify, leading to the fulfillment of Isaiah 17 in a matter of days- hours.

 Isa 17:1  The burden of Damascus. Behold, Damascus is taken away from being a city, and it shall be a ruinous heap.

Stay vigilant, stay alert and keep watch. Repent today because we may not see tomorrow. All glory to Jesus Christ!

Updated: 20 april 2018 — 07:40

U.F.O. waargenomen in Beverwijk

UFO’s.. je schijnt ze overal te zien. Nou heb ik – dat moet ik toegeven – op jonge leeftijd al een tal van zaken gezien die mijn petje te boven ging en dat had ook zoiets weg van een onbekend fladderend voorwerp, maar da’k vanaf mijn balkon ooit nog eens in het echt daadwerkelijk een UFO zou schouwen?

Updated: 19 april 2018 — 17:47

Moeilijke mensen

‘Moeilijke mensen’ kunnen je het bloed onder de nagels vandaan halen, zeker als je veel met ze te maken hebt (bijvoorbeeld als het familieleden betreft). De psychologen Ellis en Diekstra hebben op basis van de rationeel-emotieve therapie (RET) een soort handleiding gemaakt voor het omgaan met moeilijke mensen. Er kunnen immers allerlei redenen zijn waarom je de relatie toch wilt handhaven. Je partner kan bijvoorbeeld een inzinking hebben en tijdelijk onuitstaanbaar in de omgang zijn. Je vader of moeder heeft zo veel goede eigenschappen dat je die ene hinderlijke eigenschap voor lief neemt maar er wel door geïrriteerd raakt. Je kind ontwikkelt een neurologische of psychiatrische stoornis. Wat is dan de beste aanpak? Ellis en Diekstra baseren zich op onderzoek van de psycholoog Bramson onder mensen die – in tegenstelling tot de rest van de omgeving – wel in staat blijken om succesvol om te gaan met mensen die als moeilijk te boek staan.

Mensen met een gebruiksaanwijzing

Wat zijn moeilijke mensen? Wat voor de één een onoverkomelijke eigenschap is, daar hoeft een ander helemaal geen moeite mee te hebben. Maar er zijn eigenschappen en gedragingen die algemeen als hinderlijk worden ervaren. Bramson onderscheidt een aantal uiteenlopende types ‘moeilijke mensen’ die in hun omgeving algemene wrevel en irritatie opwekken:

  • mensen die gauw kwaad worden en anderen met verwijten overladen;
  • de klagers met hun lange monologen;
  • de overdreven enthousiastelingen die anderen inpalmen en beloftes doen die ze niet kunnen waarmaken;
  • de grijze muizen die zich in alle contacten op de vlakte houden;
  • mensen die nooit ergens zin in hebben en alles afkeuren;
  • de betweters;
  • de besluitelozen;
  • de achterdochtige types;
  • mensen die snel geïrriteerd zijn of snel jaloers;
  • de egocentrische ijdeltuiten.

Allemaal eisen ze met hun gedrag de aandacht op, waardoor het contact met de omgeving moeizaam verloopt. Ze staan bekend als ‘iemand met een gebruiksaanwijzing’.

(meer…)

Updated: 7 februari 2018 — 07:50

Eén bewoner wil in 2004 terug naar nieuwbouw van Warandeflat

Maar mijn moesje is vorig jaar op negentigjarige leeftijd de pijp uitgegaan.
Behalve mijn moesje zijn alle bewoners belazerd.
De vraag is of er überhaupt ooit nog een flat komt?

P.S. Welke krant heeft dit bericht nog, Dagblad Kennemerland misschien?

Updated: 19 april 2018 — 18:06
Pagina 3 van 4012345...102030...Minst recente »
My CMS © 2017 Frontier Theme
%d bloggers liken dit: