My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Galaten 5

Blijven staan in de vrijheid.

1 Staat adan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom bmet het juk der dienstbaarheid bevangen.

a: Joh 8:32  En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Rom 6:18  En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid.
1Pe 2:16  Als vrijen, en niet de vrijheid hebbende als een deksel der boosheid, maar als dienstknechten van God. 

b: Isa 9:3  Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten; 

2 Ziet, ik Paulus zeg u, czo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn.

c: Act 15:1  En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden. 

3 En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.
4 Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd [wilt] worden; gij zijt van de genade vervallen.
5 Want wij verwachten door den Geest, uit het geloof, de hoop der rechtvaardigheid.
dWant in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde ewerkende.

d: Mat 12:50  Want zo wie den wil Mijns Vaders doet, Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder, en zuster, en moeder.
Joh 15:14  Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebiede.
1Co 7:19  De besnijdenis is niets, en de voorhuid is niets, maar de onderhouding der geboden Gods.
2Co 5:17  Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.
Gal 6:15  Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.
Col 3:11  Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen. 

e: 1Th 1:3  Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader; 

7 Gij liept wel; fwie heeft u verhinderd der waarheid niet gehoorzaam te zijn?

f: Gal 3:1  O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde? 

8 Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept.
gEen weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.

g: 1Co 5:6  Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt? 

10 hIk vertrouw van u in den Heere, dat gij niet anders zult gevoelen; maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij.

h: 2Co 2:3  En ditzelfde heb ik u geschreven, opdat ik, daar komende, niet zou droefheid hebben van degenen, van welke ik moest verblijd worden; vertrouwende van u allen, dat mijn blijdschap uw aller blijdschap is.
2Co 8:22  Wij hebben ook met hen gezonden onzen broeder, welken wij in vele dingen dikmaals beproefd hebben, dat hij naarstig is; en nu veel naarstiger, door het groot vertrouwen, dat hij heeft tot ulieden. 

11 Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan ide ergernis des kruises vernietigd.

i: 1Co 1:23  Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid; 

12 kOch, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!

k: Jos 7:25  En Jozua zeide: Hoe hebt gij ons beroerd? De HEERE zal u beroeren te dezen dage! En gans Israel stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur, en zij overwierpen hen met stenen. 

De vrijheid niet misbruiken.

13 Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, lalleenlijk [gebruikt] de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde.

l: 1Co 8:9  Maar ziet toe, dat deze uw macht niet enigerwijze een aanstoot worde dengenen, die zwak zijn.
1Pe 2:16  Als vrijen, en niet de vrijheid hebbende als een deksel der boosheid, maar als dienstknechten van God.
Jud 1:4  Want er zijn sommige mensen ingeslopen, die eertijds tot ditzelfde oordeel te voren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade onzes Gods veranderen in ontuchtigheid, en den enigen Heerser, God, en onzen Heere Jezus Christus verloochenen. 

14 mWant de gehele wet wordt in een woord vervuld, [namelijk] in dit: nGij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven.

m: Rom 13:8  Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. 

n: Lev 19:18  Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!
Mat 22:39  En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
Mar 12:31  En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.
Jas 2:8  Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel;

15 Maar oindien gij elkander bijt en vereet, ziet toe, dat gij van elkander niet verteerd wordt.

o: 2Co 12:20  Want ik vrees, dat als ik gekomen zal zijn, ik u niet enigszins zal vinden zodanigen als ik wil, en dat ik van u zal gevonden worden zodanig als gij niet wilt; dat er niet enigszins zijn twisten, nijdigheden, toorn, gekijf, achterklap, oorblazingen, opgeblazenheden, beroerten; 

De werken des vleses en de vrucht des Geestes.

16 En ik zeg: pWandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet.

p: Rom 13:14  Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.
1Pe 2:11  Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel; 

17 qWant het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet.

q: Rom 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is.
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 

18 Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.
19 rDe werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,

r: 1Co 3:3  Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens?
Jas 3:14  Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zo roemt en liegt niet tegen de waarheid. 

20 Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,
21 Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; svan dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven.

s: 1Co 6:10  Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.
Eph 5:5  Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.
Col 3:6  Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;
Rev 22:15  Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet. 

22 tMaar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.

t: Eph 5:9  (Want de vrucht des Geestes is in alle goedigheid, en rechtvaardigheid, en waarheid), 

23 vTegen de zodanigen is de wet niet.

v: 1Ti 1:9  En hij dit weet, dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar den onrechtvaardigen en den halsstarrigen, den goddelozen en den zondaren, den onheiligen en den ongoddelijken, den vadermoorders en den moedermoorders, den doodslagers, 

24 xMaar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden.

x: Rom 6:6  Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.
Rom 13:14  Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.
Gal 2:20  Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.
1Pe 2:11  Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel; 

25 Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.
26 Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 10:11 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme