My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

2 Thessalonicenzen 3

Verzoek om voorbede.

1 Voorts, broeders, abidt voor ons, opdat het Woord des Heeren [zijn] loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;

a: Mat 9:38  Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.
Eph 6:19  En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;
Col 4:3  Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben; 

bEn opdat wij mogen verlost worden van de ongeschikte en boze mensen; cwant het geloof is niet aller.

b: Rom 15:31  Opdat ik mag bevrijd worden van de ongehoorzamen in Judea, en dat deze mijn dienst, dien ik aan Jeruzalem doe, aangenaam zij den heiligen; 

c: Joh 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

dMaar de Heere is getrouw, Die u zal versterken een bewaren van den boze.

d: 1Th 5:24  Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal. 

e: Joh 17:15  Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. 

4 En wij vertrouwen van u in den Heere, dat gij, hetgeen wij u bevelen, ook doet, en doen zult.
5 Doch de Heere richte uw harten tot de liefde van God, en tot de lijdzaamheid van Christus.

Waarschuwing tegen een ongeregelden wandel

f En wij bevelen u, broeders, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij u onttrekt van een iegelijk broeder, die ongeregeld wandelt, en niet naar g de inzetting, die hij van ons ontvangen heeft.

f: 2Th 3:14  Maar indien iemand ons woord, door dezen brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde;
1Co 5:11  Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten.
Tit 3:10  Verwerp een kettersen mens na de eerste en tweede vermaning; 

g: 2Th 2:15  Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief. 

7 Want gijzelven weet, h hoe men ons behoort na te volgen; i want wij hebben ons niet ongeregeld gedragen onder u;

h: 1Co 11:1  Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.
1Th 1:6  En gij zijt onze navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes;
1Th 1:7  Alzo dat gij voorbeelden geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje.

i: 1Th 2:10  Gij zijt getuigen, en God, hoe heilig, en rechtvaardig, en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn. 

k En wij hebben geen brood bij iemand gegeten voor niet, maar in arbeid en moeite, nacht en dag werkende, opdat wij niet iemand van u zouden lastig zijn;

k: Act 18:3  En omdat hij van hetzelfde handwerk was, bleef hij bij hen, en wrocht; want zij waren tentenmakers van handwerk.
Act 20:34  En gijzelve weet, dat deze handen tot mijn nooddruft, en dergenen, die met mij waren, gediend hebben.
1Co 4:12  En arbeiden, werkende met onze eigen handen; wij worden gescholden, en wij zegenen; wij worden vervolgd, en wij verdragen;
2Co 11:9  Want mijn gebrek hebben de broeders vervuld, die van Macedonie kwamen; en ik heb mijzelven in alles gehouden zonder u te bezwaren, en zal mij nog alzo houden.
2Co 12:13  Want wat is er, waarin gij minder geweest zijt dan de andere Gemeenten, anders, dan dat ik zelf u niet lastig ben geweest? Vergeeft mij dit ongelijk.
1Th 2:9  Want gij gedenkt, broeders, onzen arbeid en moeite; want nacht en dag werkende, opdat wij niemand onder u zouden lastig zijn, hebben wij het Evangelie van God onder u gepredikt. 

l Niet, dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot m een voorbeeld, om ons na te volgen.

l: 1Co 9:3  Mijn verantwoording aan degenen, die onderzoek over mij doen, is deze.
1Co 9:6  Of hebben alleen ik en Barnabas geen macht van niet te werken?
1Th 2:9  Want gij gedenkt, broeders, onzen arbeid en moeite; want nacht en dag werkende, opdat wij niemand onder u zouden lastig zijn, hebben wij het Evangelie van God onder u gepredikt. 

m: 1Co 4:16  Zo vermaan ik u dan: zijt mijn navolgers.
1Co 11:1  Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.
Php 3:17  Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.
1Th 1:6  En gij zijt onze navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes; 

10 Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.
11 Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende.
12 n Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid o werkende, hun eigen brood eten.

n: 1Th 4:11  En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben; 

o: Eph 4:28  Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft. 

13 En gij, broeders, p vertraagt niet in goed te doen.

p: Gal 6:9  Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.

14 Maar indien iemand ons woord, door dezen brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en q vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde;

q: 2Th 3:6  En wij bevelen u, broeders, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij u onttrekt van een iegelijk broeder, die ongeregeld wandelt, en niet naar de inzetting, die hij van ons ontvangen heeft.
Mat 18:17  En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.
1Co 5:9  Ik heb u geschreven in den brief, dat gij u niet zoudt vermengen met de hoereerders; 

15 En houdt hem niet als een vijand, maar vermaant hem als een broeder.
16 rDe Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.

r: Rom 15:33  En de God des vredes zij met u allen. Amen.
Rom 16:20  En de God des vredes zal den satan haast onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
1Co 14:33  Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.
2Co 13:11  Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
Php 4:9  Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
1Th 5:23  En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus. 

Groet en zegenbede.

17 sDe groetenis met mijn hand, van Paulus; hetwelk is een teken in iederen zendbrief; alzo schrijf ik.

s: 1Co 16:21  De groetenis met mijn hand van Paulus.
Col 4:18  De groetenis met mijn hand, van Paulus. Gedenkt mijner banden. De genade zij met u. Amen. 

18 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 10:10 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme