My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

1Timotheus 5

De weduwen

1 Bestraf aeen ouden [man] niet hardelijk, maar vermaan [hem] als een vader; de jonge als broeders;

a: Lev 19:32  Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de HEERE!

2 De oude [vrouwen] als moeders; de jonge als zusters, in alle reinheid.
3 Eer de weduwen, die waarlijk weduwen zijn.
4 Maar zo enige weduwe kinderen heeft, of kindskinderen, dat die leren eerst aan hun eigen huis godzaligheid oefenen, ben den voorouderen wedervergelding te doen; want dat is goed en aangenaam voor God.

b: Gen 45:10  En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, gij en uw zonen, en de zonen uwer zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat gij hebt.
Gen 45:11  En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet verarmt, gij en uw huis, en alles wat gij hebt!
Mar 7:10  Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.
Eph 6:1  Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht.
Eph 6:2  Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte), 

cDie nu waarlijk weduwe is, en alleen gelaten, ddie hoopt op God, en blijft in smekingen en gebeden nacht en dag.

c: 1Co 7:32  En ik wil, dat gij zonder bekommernis zijt. De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, hoe hij den Heere zal behagen; 

d: Luk 2:36  En er was Anna, een profetesse, een dochter van Fanuel, uit den stam van Aser; deze was tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man zeven jaren had geleefd van haar maagdom af. 

6 Maar die haar wellust volgt, die is levende gestorven.
7 En beveel dit, opdat zij onberispelijk zijn.
eDoch zo iemand de zijnen, en voornamelijk [zijn] huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.

e: Gal 6:10  Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.

9 Dat een weduwe gekozen worde niet minder dan van zestig jaren, welke eens mans vrouw geweest zij;
10 Getuigenis hebbende van goede werken: zo zij kinderen opgevoed heeft, fzo zij [gaarne] heeft geherbergd, gzo zij der heiligen voeten heeft gewassen, zo zij den verdrukten genoegzame hulp gedaan heeft, zo zij alle goed werk nagetracht heeft.

f: 1Pe 4:9  Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren. 

g: Gen 18:4  Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom.
Gen 19:2  En hij zeide: Ziet nu, mijne heren! keert toch in ten huize van uw knecht, en vernacht, en wast uw voeten; en gij zult vroeg opstaan, en gaan uws weegs. En zij zeiden: Neen, maar wij zullen op de straat vernachten.
Luk 7:38  En staande achter Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.
Luk 7:44  En Hij, Zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt, en met het haar van haar hoofd afgedroogd. 

11 Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij weelderig geworden zijn tegen Christus, zo willen zij huwelijken;
12 Hebbende [haar] oordeel, omdat zij [haar] eerste geloof hebben te niet gedaan.
13 En meteen ook leren zij ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet alleen ledig, maar ook hklapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende, hetgeen niet betaamt.

h: Tit 2:3  De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen lasteressen zijn, zich niet tot veel wijns begevende, maar leraressen zijn van het goede; 

14 Ik wil dan, dat de jonge [weduwen] ihuwelijken, kinderen telen, het huis regeren, geen oorzaak van lastering aan de wederpartij geven.

i: 1Co 7:9  Maar indien zij zich niet kunnen onthouden, dat zij trouwen; want het is beter te trouwen dan te branden. 

15 Want enigen hebben zich alrede afgewend achter den satan.
16 Zo enig gelovig [man], of gelovige [vrouw] weduwen heeft, dat die haar genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat zij degenen, die waarlijk weduwen zijn, genoegzame hulp doen moge.

De tucht over ouderlingen.

17 kDat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer.

k: Rom 15:27  Want het heeft hun zo goed gedacht; ook zijn zij hun schuldenaars; want indien de heidenen hunner geestelijke goederen deelachtig zijn geworden, zo zijn zij ook schuldig hen van lichamelijke goederen te dienen.

18 Want de Schrift zegt: lEen dorsenden os zult gij niet muilbanden; en: mDe arbeider is zijn loon waardig.

l: 1Co 9:11  Indien wij ulieden het geestelijke gezaaid hebben, is het een grote zaak, zo wij het uwe, dat lichamelijk is, maaien?

m: Lev 19:13  Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen.
Deu 24:14  Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn.
Mat 10:10  Noch male tot den weg, noch twee rokken, noch schoenen, noch staf; want de arbeider is zijn voedsel waardig.
Luk 10:7  En blijft in datzelve huis, etende en drinkende, hetgeen van hen voorgezet wordt; want de arbeider is zijn loon waardig; gaat niet over van het ene huis in het andere huis. 

19 Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders ndan onder twee of drie getuigen.

n: Deu 19:15  Een enig getuige zal tegen niemand opstaan over enige ongerechtigheid of over enige zonde, van alle zonde, die hij zou mogen zondigen; op den mond van twee getuigen, of op den mond van drie getuigen zal de zaak bestaan.

20 Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.
21 oIk betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, pzonder vooroordeel, niets doende
naar toegenegenheid.

o: Rom 1:9  Want God is mijn Getuige, Welken ik diene in mijn geest, in het Evangelie Zijns Zoons, hoe ik zonder nalaten uwer gedenke;
Rom 9:1  Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),
2Co 1:23  Doch ik aanroepe God tot een Getuige over mijn ziel, dat ik, om u te sparen, nog te Korinthe niet ben gekomen.
2Co 11:31  De God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die geprezen is in der eeuwigheid, weet, dat ik niet lieg.
Gal 1:20  Hetgeen nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg!
Php 1:8  Want God is mijn Getuige, hoezeer ik begerig ben naar u allen, met innerlijke bewegingen van Jezus Christus.
1Th 2:5  Want wij hebben nooit met pluimstrijkende woorden omgegaan, gelijk gij weet, noch met enig bedeksel van gierigheid; God is getuige!
1Th 5:27  Ik bezweer ulieden bij den Heere, dat deze zendbrief al den heiligen broederen gelezen worde.
1Ti 6:13  Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft, 

p: Deu 17:4  En het wordt u aangezegd, en gij hoort het; zo zult gij het wel onderzoeken; en ziet, het is de waarheid, de zaak is zeker, zulk een gruwel is in Israel gedaan;
Deu 19:18  En de rechters zullen wel onderzoeken; en ziet, de getuige is een vals getuige, hij heeft valsheid betuigd tegen zijn broeder;

22 qLeg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.

q: Act 6:6  Welken zij voor de apostelen stelden; en dezen, als zij gebeden hadden, legden hun de handen op.
Act 8:17  Toen legden zij de handen op hen, en zij ontvingen den Heiligen Geest.
Act 13:3  Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan.
Act 19:6  En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.
1Ti 4:14  Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps.
2Ti 1:6  Om welke oorzaak ik u indachtig maak, dat gij opwekt de gave Gods, die in u is, door de oplegging mijner handen. 

23 Drink niet langer water [alleen], maar gebruik een weinig wijn, rom uw maag en uw menigvuldige zwakheden.

r: Psa 104:15  En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt. 

24 Van sommige mensen zijn de zonden te voren sopenbaar, en gaan voor tot [hun] veroordeling; en in sommigen ook volgen zij na.

s: Gal 5:19  De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,

25 Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 10:10 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme