My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 6

Allerlei waarschuwingen

1 Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;
2 Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.
3 Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste.
4 Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering.
5 Red u, als een ree uit de hand [des] [jagers], en als een vogel uit de hand des vogelvangers.
6 Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;
7 Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende,
8 Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.
9 Hoe lang zult gij, aluiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?

a: Spr 13:4 De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.
Spr 20:4 Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn.
Spr 24:33 Een weinig slapens, een weinig sluimerens, en weinig handvouwens, al nederliggende;
Spr 24:34 Zo zal uw armoede u overkomen, als een wandelaar, en uw velerlei gebrek als een gewapend man.

10 Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;
11 Zo zal uw armoede [u] overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.
12 Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;
13 Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren;
14 In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.
15 Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen aan zij.
16 Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:
17 bHoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten;

b: Spr 30:13 Een geslacht, welks ogen hoog zijn, en welks oogleden verheven zijn;

18 Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; cvoeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;

c: Rom 3:15 Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;

19 Een vals getuige, [die] leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.
20 Mijn zoon, dbewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

d: Spr 1:8 Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

21 Bind ze steeds aan uw ehart, hecht ze aan uw hals.

e: Spr 3:3 Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten.

22 Als gij wandelt, zal fdat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve [met] u spreken.

f: Spr 3:23 Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.
Spr 3:24 Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen.

23 Want het ggebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

g: Psa 19:9 De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.
Psa 119:105 Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

24 Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het hgevlei der vreemde tong.

h: Spr 2:16 Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;
Spr 5:3 Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
Spr 7:5 Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

25 Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.
26 Want door een vrouw, [die] een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.
27 Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?
28 Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?
29 Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
30 Men doet een dief geen verachting aan, als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft;
31 En gevonden zijnde, vergeldt hij het izevenvoudig; hij geeft al het goed van zijn huis.

i: Exo 22:1 Wanneer iemand een os, of klein vee steelt, en slacht het, of verkoopt het, die zal vijf runderen voor een os wedergeven, en vier schapen voor een stuk klein vee.
Exo 22:4 Indien de diefstal levend in zijn hand voorzeker gevonden wordt, hetzij os, of ezel, of klein vee, hij zal het dubbel wedergeven.

32 [Maar] die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;
33 Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.
34 Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
35 Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 11:48 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme