My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 29

De val der goddelozen.

1 Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij.
aAls de rechtvaardigen groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de goddeloze heerst, zucht het volk.

a: Spr 11:10 Een stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen; en als de goddelozen vergaan, is er gejuich.
Spr 28:12 Als de rechtvaardigen opspringen van vreugde, is er grote heerlijkheid; maar als de goddelozen opkomen, wordt de mens nauw gezocht.
Spr 28:28 Als de goddelozen opkomen, verbergt zich de mens; maar als zij omkomen, vermenigvuldigen de rechtvaardigen.

bEen man, die de wijsheid bemint, verblijdt zijn vader; cmaar die een metgezel der hoeren is, brengt het goed door.

b: Spr 10:1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.
Spr 15:20 Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.

c: Spr 28:7 Die de wet bewaart, is een verstandig zoon; maar die der vraten metgezel is, beschaamt zijn vader.
Luk 15:13 En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.

4 Een koning houdt het land staande door het recht; maar een, die tot geschenken genegen is, verstoort hetzelve.
5 Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.
6 In de overtreding eens bozen mans is een strik; maar de rechtvaardige juicht en is blijde.
dDe rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; [maar] de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.

d: Job 29:16 Ik was den nooddruftigen een vader; en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.

8 Spotdrijvende lieden blazen een stad aan [brand]; maar de wijzen keren den toorn af.
9 Een wijs man, met een dwaas man in rechten zich begeven hebbende, hetzij dat hij beroerd is of lacht, zo is er toch geen rust.
10 Bloedgierige lieden haten den vrome; maar de oprechten zoeken zijn ziel.
11 eEen zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

e: Spr 14:33 Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

12 Een heerser, die op leugentaal acht geeft, al zijn dienaars zijn goddeloos.
13 fDe arme en de bedrieger ontmoeten elkander; de HEERE verlicht hun beider ogen.

f: Spr 22:2 Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt.

14 gEen koning, die de armen in trouw recht doet, diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden.

g: Spr 20:28 Weldadigheid en waarheid bewaren den koning; en door weldadigheid ondersteunt hij zijn troon.
Spr 25:5 Doe den goddelozen weg van het aangezicht des konings, en zijn troon zal door gerechtigheid bevestigd worden.

15 hDe roede, en de bestraffing geeft wijsheid; imaar een kind, dat [aan] [zichzelf] gelaten is, beschaamt zijn moeder.

h: Spr 13:24 Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.
Spr 22:15 De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.
Spr 23:13 Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.

i: Spr 10:1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.
Spr 17:21 Wie een zot genereert, die zal hem tot droefheid zijn; en de vader des dwazen zal zich niet verblijden.
Spr 17:25 Een zotte zoon is een verdriet voor zijn vader, en bittere droefheid voor degene, die hem gebaard heeft.

16 Als de goddelozen velen worden, wordt de overtreding veel; maar kde rechtvaardigen zullen hun val aanzien.

k: Psa 37:36 Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.
Psa 58:11 De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed des goddelozen.
Psa 91:8 Alleenlijk zult gij het met uw ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.

17 lTuchtig uw zoon, en hij zal u gerustheid aandoen, en hij zal uw ziel vermakelijkheden geven.

l: Spr 13:24 Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.
Spr 22:15 De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.
Spr 23:13 Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.
Spr 23:14 Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.

18 Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot; maar welgelukzalig is hij, die de wet bewaart.
19 Een knecht zal door de woorden niet getuchtigd worden; hoewel hij [u] verstaat, nochtans zal hij niet antwoorden.
20 Hebt gij een man gezien, die haastig in zijn woorden is? man een zot is meer verwachting dan van hem.

m: Spr 26:12 Hebt gij een man gezien, die wijs in zijn ogen is! Van een zot is meer verwachting dan van hem.

21 Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een zoon [willen] zijn.
22 nEen toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.

n: Spr 15:18 Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.
Spr 26:21 De dove kool is om de vurige kool, en het hout om het vuur; alzo is een kijfachtig man, om twist te ontsteken.

23 oDe hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

o: Job 22:29 Als men iemand vernederen zal, en gij zeggen zult: Het zij verhoging; dan zal God den nederige van ogen behouden.
Spr 15:33 De vreze des HEEREN is de tucht der wijsheid; en de nederigheid gaat voor de eer.
Spr 18:12 Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.
Isa 66:2 Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.
Mat 23:12 En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden.
Luk 14:11 Want een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.
Luk 18:14 Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.
Jas 4:6 Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.
Jas 4:10 Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.
1Pe 5:5 Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.

24 Die met een dief deelt, haat zijn ziel; phij hoort een vloek, en hij geeft het niet te kennen.

p: Lev 5:1 Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem des vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.

25 De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden.
26 qVelen zoeken het aangezicht des heersers; maar een ieders recht is van den HEERE.

q: Spr 19:6 Velen smeken het aangezicht des prinsen; en een ieder is een vriend desgenen, die giften geeft.

27 Een ongerechtig man is den rechtvaardige een gruwel; maar die recht is van weg, is den goddeloze een gruwel.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 11:47 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme