Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 25

Wijsheid in het spreken

1 Dit zijn ook spreuken van Salomo, die de mannen van Hizkia, den koning van Juda, uitgeschreven hebben.
2 Het is Gods eer een azaak te verbergen; maar de eer der koningen een zaak te doorgronden.

a: Rom 11:33 O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!

3 Aan de hoogte des hemels, en aan de diepte der aarde, en [aan] het hart der koningen is geen doorgronding.
4 Doe het schuim van het zilver weg, en er zal een vat voor den smelter uitkomen;
bDoe den goddelozen weg van het aangezicht des konings, en czijn troon zal door gerechtigheid bevestigd worden.

b: Spr 20:8 Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen.

c: Spr 20:28 Weldadigheid en waarheid bewaren den koning; en door weldadigheid ondersteunt hij zijn troon.

6 Praal niet voor het aangezicht des konings, en sta niet in de plaats der groten;
7 Want het is beter, dat men tot u zegge: dKom hier bovenaan, dan dat men u vernedere voor het aangezicht eens prinsen, dien uw ogen gezien hebben.

d: Luk 14:7 En Hij zeide tot de genoden een gelijkenis, aanmerkende, hoe zij de vooraanzittingen verkozen; zeggende tot hen:
Luk 14:8 Wanneer gij van iemand ter bruiloft genood zult zijn, zo zet u niet in de eerste zitplaats; opdat niet misschien een waardiger dan gij van hem genood zij;
Luk 14:9 En hij, komende, die u en hem genood heeft, tot u zegge: Geef dezen plaats; en gij alsdan zoudt beginnen met schaamte de laatste plaats te houden.
Luk 14:10 Maar wanneer gij genood zult zijn, ga heen en zet u in de laatste plaats; opdat, wanneer hij komt, die u genood heeft, hij tot u zegge: Vriend, ga hoger op. Alsdan zal het u eer zijn voor degenen, die met u aanzitten.

eVaar niet haastelijk voort om te twisten, opdat gij misschien in het laatste daarvan niet wat doet, als uw naaste u zou mogen beschaamd hebben.

e: Spr 18:17 Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem.

9 Twist uw twistzaak met uw naaste; maar openbaar het heimelijke van een ander niet;
10 Opdat degene, die het hoort, u niet smade; want uw kwaad gerucht zou niet afgekeerd worden.
11 Een rede, op zijn pas gesproken, is [als] gouden appelen in zilveren gebeelde schalen.
12 Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud.
13 fEen trouw gezant is dengenen, die hem zenden, als de koude der sneeuw ten dage des oogstes; want hij verkwikt zijns heren ziel.

f: Spr 13:17 Een goddeloze bode zal in het kwaad vallen; maar een trouw gezant is medicijn.

14 Een man, die zichzelven beroemt over een valse gift, is [als] wolken en wind, waar geen regen bij is.
15 gEen overste wordt door lankmoedigheid overreed; en een zachte tong breekt het gebeente.

g: Spr 15:1 Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.
Spr 16:14 De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.

16 Hebt gij honig gevonden, eet dat u genoeg is; opdat gij misschien daarvan niet zat wordt, en dien uitspuwt.
17 Spaar uw voet van het huis uws naasten, opdat hij niet zat van u worde, en u hate.
18 Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is heen hamer, en zwaard, en scherpe pijl.

h: Psa 11:2 Want ziet, de goddelozen spannen den boog, zij schikken hun pijlen op de pees, om in het donkere te schieten naar de oprechten van harte.
Psa 57:5 Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
Psa 59:8 Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?
Psa 120:4 Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.
Spr 12:18 Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.

19 Het vertrouwen op een trouweloze, ten dage der benauwdheid, is [als] een gebroken tand en verstuikte voet.
20 iDie liederen zingt bij een treurig hart, is gelijk hij, die een kleed aflegt ten dage der koude, [en] edik op salpeter.

i: Rom 12:15 Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.

21 kIndien dengene, ldie u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zo hij dorstig is, geef hem water te drinken;

k: Rom 12:20 Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen.

l: Exo 23:4 Wanneer gij uws vijands os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, gij zult hem denzelven ganselijk wederbrengen.
Exo 23:5 Wanneer gij uws haters ezel onder zijn last ziet liggen, zult gij dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? Gij zult het in alle manier met hem verlaten.

22 Want gij zult vurige kolen op zijn hoofd hopen, en de HEERE zal het u vergelden.
23 De noordenwind verdrijft den regen, en een vergramd aangezicht de verborgen tong.
24 mHet is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.

m: Spr 21:9 Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.
Spr 21:19 Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.

25 Een goede tijding uit een ver land is als koud water op een vermoeide ziel.
26 De rechtvaardige, wankelende voor het aangezicht des goddelozen, is een beroerde fontein, en verdorven springader.
27 Veel honigs te eten is niet goed; maar de onderzoeking van de heerlijkheid van zulke dingen is eer.
28 nEen man, die zijn geest niet wederhouden kan, is een opengebrokene stad zonder muur.

n: Spr 16:32 De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 11:47 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme