Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 21

Gods leidende hand.

1 Des konings hart is in de hand des HEEREN [als] waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.
aAlle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.

a: Spr 16:2 Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten.

bGerechtigheid en recht te doen is bij den HEERE uitgelezener dan offer.

b: 1Sa 15:22 Doch Samuel zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.
Psa 50:8 Om uw offeranden zal Ik u niet straffen, want uw brandofferen zijn steeds voor Mij.
Psa 50:14 Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.
Isa 1:11 Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken.
Isa 1:16 Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen.
Hos 6:6 Want Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen.

4 Hoogheid der ogen, en trotsheid des harten, [en] de ploeging der goddelozen, zijn zonde.
cDe gedachten des vlijtigen zijn alleen tot overschot; maar van een ieder, die haastig is, alleen tot gebrek.

c: Spr 10:4 Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.
Spr 13:4 De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.

dTe arbeiden om schatten met een valse tong, is een voortgedrevene ijdelheid dergenen, die den dood zoeken.

d: Spr 10:2 Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood.
Spr 10:4 Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.
Spr 13:11 Goed, van ijdelheid gekomen, zal verminderd worden; maar die met de hand vergadert, zal het vermeerderen.

7 De verwoesting der goddelozen zal hen doorsnijden, omdat zij weigeren recht te doen.
8 De weg des mensen is gans verkeerd en vreemd; maar het werk des zuiveren is recht.
eHet is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat [in] een huis van gezelschap.

e: Spr 21:19 Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.
Spr 25:24 Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.
Spr 27:15 Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.

10 De ziel des goddelozen begeert het kwaad; zijn naaste krijgt geen genade in zijn ogen.
11 fAls men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.

f: Spr 19:25 Sla den spotter, zo zal de slechte kloekzinnig worden; en bestraf den verstandige, hij zal wetenschap begrijpen.

12 De rechtvaardige let verstandelijk op des goddelozen huis, als [God] de goddelozen in het kwaad stort.
13 Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.
14 gEen gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.

g: Spr 17:8 Het geschenk is in de ogen zijner heren een aangenaam gesteente; waarhenen het zich zal wenden, zal het wel gedijen.
Spr 18:16 De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.

15 Het is den rechtvaardige een blijdschap recht te doen; maar voor de werkers der ongerechtigheid is het verschrikking.
16 Een mens, die van den weg des verstands afdwaalt, zal in de gemeente der doden rusten.
17 Die blijdschap liefheeft, die zal gebrek lijden; die wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.
18 hDe goddeloze is een rantsoen voor de rechtvaardigen, en de trouweloze voor de oprechten.

h: Spr 11:8 De rechtvaardige wordt uit benauwdheid bevrijd; en de goddeloze komt in zijn plaats.

19 iHet is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.

i: Spr 21:9 Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.
Spr 25:24 Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.

20 In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.
21 Die rechtvaardigheid en weldadigheid najaagt, zal het leven, rechtvaardigheid en eer vinden.
22 De wijze beklimt de stad der geweldigen, en werpt de sterkte huns vertrouwens neder.
23 kDie zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.

k: Spr 18:21 Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.

24 Die een hovaardig pocher is, zijn naam is spotter; hij gaat met hovaardige verbolgenheid te werk.
25 De begeerte des luiaards zal hem doden, want zijn handen weigeren te werken.
26 Den gansen dag begeert hij begeerlijke dingen; maar lde rechtvaardige zal geven, en niet inhouden.

l: Psa 37:26 Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening.

27 mHet offer der goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer, als zij het met een schandelijk voornemen brengen!

m: Spr 15:8 Het offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen.
Isa 1:13 Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden, en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen.
Jer 6:20 Waartoe zal dan de wierook voor Mij uit Scheba komen, en de beste kalmus uit verren lande? Uw brandofferen zijn Mij niet behagelijk, en uw slachtofferen zijn Mij niet zoet.
Amo 5:21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken.

28 nEen leugenachtig getuige zal vergaan; en een man, die hoort, zal spreken tot overwinning.

n: Spr 19:5 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal niet ontkomen.
Spr 19:9 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal vergaan.

29 Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.
30 Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
31 oHet paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.

o: Psa 33:17 Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte.

Spread the Scripture
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •   
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Updated: October 28, 2019 — 11:48 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme