My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 20

Niemand is zonder zonde

1 De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.
aDe schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.

a: Spr 16:14 De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.
Spr 19:12 Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.

bHet is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.

b: Spr 17:14 Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt.

4 Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn.
cDe raad in het hart eens mans is [als] diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.

c: Spr 18:4 De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.

6 Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwen man vinden?
7 De rechtvaardige wandelt steeds in zijn oprechtheid; welgelukzalig zijn zijn kinderen na hem.
8 Een koning, zittende op den troon des gerichts, dverstrooit alle kwaad met zijn ogen.

d: Spr 20:26 Een wijs koning verstrooit de goddelozen, en hij brengt het rad over hen.

eWie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?

e: 1Ko 8:46 Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is.
Job 14:4 Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet een.
Psa 51:7 Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.
Pre 7:20 Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.
1Jn 1:8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet.

10 fTweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide.

f: Spr 20:23 Tweeerlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.
Deu 25:13 Gij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.
Spr 11:1 Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.

11 Een jongen zal ook door zijn handelingen zich bekend maken, of zijn werk zuiver, en of het recht zal wezen.
12 gEen horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide.

g: Exo 4:11 En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?
Psa 94:9 Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? zou Hij, Die het oog formeert, niet aanschouwen?

13 hHeb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood.

h: Spr 19:15 Luiheid doet in diepen slaap vallen; en een bedriegelijke ziel zal hongeren.

14 Het is kwaad, het is kwaad! zal de koper zeggen; maar als hij weggegaan is, dan zal hij zich beroemen.
15 Goud is er, en menigte van robijnen; imaar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood.

i: Spr 3:14 Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.
Spr 3:15 Zij is kostelijker dan robijnen; en al wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.

16 kAls [iemand] [voor] een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.

k: Spr 11:15 Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.
Spr 27:13 Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.

17 lHet brood der leugen is den mens zoet; maar daarna zal zijn mond vol van zandsteentjes worden.

l: Spr 9:17 De gestolen wateren zijn zoet, en het verborgen brood is liefelijk.

18 Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen.
19 mDie [als] een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt.

m: Spr 11:13 Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.

20 nWie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis.

n: Exo 21:17 Wie ook zijn vader of zijn moeder vloekt, die zal zekerlijk gedood worden.
Lev 20:9 Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!
Deu 27:16 Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder veracht! En al het volk zal zeggen: Amen.
Mat 15:4 Want God heeft geboden, zeggende: Eert uw vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.

21 Als een erfenis in het eerste overhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden.

o: Spr 13:11 Goed, van ijdelheid gekomen, zal verminderd worden; maar die met de hand vergadert, zal het vermeerderen.
Spr 28:20 Een gans getrouw man zal veelvoudig zijn in zegeningen; maar die haastig is, om rijk te worden, zal niet onschuldig wezen.

22 pZeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.

p: Deu 32:35 Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
Spr 17:13 Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.
Spr 24:29 Zeg niet: Gelijk als hij mij gedaan heeft, zo zal ik hem doen; ik zal een ieder vergelden naar zijn werk.
Rom 12:17 Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen.
1Th 5:15 Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.
1Pe 3:9 Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt beerven.

23 qTweeerlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.

q: Spr 20:10 Tweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide.

24 rDe treden des mans zijn van den HEERE; shoe zou dan een mens zijn weg verstaan?

r: Job 31:4 Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?
Psa 37:23 Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.
Psa 139:2 Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
Psa 139:3 Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

s: Jer 10:23 Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.

25 Het is een strik des mensen, dat hij het heilige verslindt, en na [gedane] geloften, onderzoek te doen.
26 Een wijs koning verstrooit de goddelozen, en hij brengt het rad over hen.
27 De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.
28 Weldadigheid en waarheid bewaren den koning; en door weldadigheid ondersteunt hij zijn troon.
29 Der jongelingen sieraad is hun kracht, en tder ouden heerlijkheid is de grijsheid.

t: Spr 16:31 De grijsheid is een sierlijke kroon; zij wordt op den weg der gerechtigheid gevonden.

30 Gezwellen der wonde zijn in den boze een zuivering, mitsgaders vde slagen van het binnenste des buiks.

v: Spr 10:13 In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 11:48 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme