My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 19

Zachtmoedigheid en grimmigheid

1 De aarme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

a: Spr 28:6 De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter, dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk.

2 Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.
bDe dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

b: Jas 1:13 Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand.
Jas 1:14 Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.
Jas 1:15 Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd zijnde baart den dood.

cHet goed brengt veel vrienden toe; maar de arme wordt van zijn vriend gescheiden.

c: Spr 14:20 De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele.

dEen vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.

d: Deu 19:19 Zo zult gijlieden hem doen, gelijk als hij zijn broeder dacht te doen; alzo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen;
Spr 21:28 Een leugenachtig getuige zal vergaan; en een man, die hoort, zal spreken tot overwinning.

6 Velen smeken het aangezicht des prinsen; en een ieder is een vriend desgenen, die giften geeft.
eAl de broeders des armen haten hem; hoeveel te meer gaan zijn vrienden verre van hem! Hij loopt hen na [met] woorden die niets zijn.

e: Spr 14:20 De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele.

8 Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.
fEen vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.

f: Spr 19:5 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal niet ontkomen.

10 De weelde staat een zot niet wel; ghoeveel te min een knecht te heersen over vorsten!

g: Spr 30:22 Om een knecht, als hij regeert; en een dwaas, als hij van brood verzadigd is;

11 Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.
12 hDes konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar izijn welgevallen is als dauw op het kruid.

h: Spr 16:14 De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.
Spr 20:2 De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.

i: Spr 16:15 In het licht van des konings aangezicht is leven; en zijn welgevallen is als een wolk des spaden regens.

13 kEen zotte zoon is zijn vader grote ellende; en lde kijvingen ener vrouw [als] een gestadig druipen.

k: Spr 10:1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.
Spr 15:20 Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.
Spr 17:25 Een zotte zoon is een verdriet voor zijn vader, en bittere droefheid voor degene, die hem gebaard heeft.

l: Spr 21:19 Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.
Spr 27:15 Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.

14 Huis en goed is een erve van de vaderen; mmaar een verstandige vrouw is van den HEERE.

m: Spr 18:22 Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.

15 nLuiheid doet in diepen slaap vallen; oen een bedriegelijke ziel zal hongeren.

n: Spr 6:9 Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?
Spr 20:13 Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood.

o: Spr 10:4 Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.

16 Die het pgebod bewaart, bewaart zijn ziel; die zijn wegen veracht, zal sterven.

p: Spr 3:21 Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.
Spr 3:22 Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals.
Luk 11:28 Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.

17 Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
18 qTuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar rverhef uw ziel niet, om hem te doden.

q: Spr 13:24 Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.
Spr 23:13 Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.

r: Eph 6:4 En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.

19 Die groot is van grimmigheid, zal straf dragen; want zo gij [hem] uitredt, zo zult gij nog moeten voortvaren.
20 Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.
21 In het hart des mans zijn veel gedachten; smaar de raad des HEEREN, die zal bestaan.

s: Job 23:13 Maar is Hij tegen iemand, wie zal dan Hem afkeren? Wat Zijn ziel begeert, dat zal Hij doen.
Psa 33:11 Maar de raad des HEEREN bestaat in eeuwigheid, de gedachten Zijns harten van geslacht tot geslacht.
Psa 115:3 Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.
Isa 46:10 Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.

22 De wens des mensen is zijn weldadigheid; maar de arme is beter dan een leugenachtig man.
23 De vreze des HEEREN is ten leven; twant men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.

t: Psa 34:10 Jod. Vreest den HEERE, gij Zijn heiligen! want die Hem vrezen, hebben geen gebrek.

24 vEen luiaard verbergt de hand in den boezem, en hij zal ze niet weder aan zijn mond brengen.

v: Spr 26:15 De luiaard verbergt zijn hand in den boezem, hij is te moede, om die weder tot zijn mond te brengen.

25 xSla de spotter, zo zal de slechte kloekzinnig worden; en bestraf den verstandige, hij zal wetenschap begrijpen.

x: Spr 21:11 Als men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.

26 Wie de vader verwoest, [of] de moeder verjaagt, is een zoon, die beschaamd maakt, en schande aandoet.
27 Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.
28 Een Belialsgetuige bespot het recht; en de mond der goddelozen slokt de ongerechtigheid in.
29 Gerichten zijn voor de spotters bereid, en slagen voor den rug der zotten.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 11:48 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme