Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 15

Vruchten der wijsheid

1 Een azacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

a: Spr 25:15 Een overste wordt door lankmoedigheid overreed; en een zachte tong breekt het gebeente.

2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; bmaar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

b: Spr 12:23 Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.
Spr 13:16 Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.
Spr 15:28 Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten.

cDe ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden.

c: Job 34:21 Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.
Spr 5:21 Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.
Jer 16:17 Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijn ogen.
Jer 32:19 Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.

dDe medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in den geest.

d: Spr 12:18 Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.
Spr 13:14 Des wijzen leer is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

5 Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.
6 [In] het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.
7 De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.
eHet offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen.

e: Spr 21:27 Het offer der goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer, als zij het met een schandelijk voornemen brengen!
Isa 1:11 Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken.
Jer 6:20 Waartoe zal dan de wierook voor Mij uit Scheba komen, en de beste kalmus uit verren lande? Uw brandofferen zijn Mij niet behagelijk, en uw slachtofferen zijn Mij niet zoet.
Amo 5:21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken.

9 De weg der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar dien, die de gerechtigheid najaagt, zal Hij liefhebben.
10 De tucht is onaangenaam voor dengene die het pad verlaat; [en] die de bestraffing haat, zal sterven.
11 fDe hel en het verderf zijn voor den HEERE; hoeveel te meer gde harten van des mensenkinderen?

f: Job 26:6 De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf.

g: 2Kr 6:30 Hoor Gij dan uit den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van de kinderen der mensen.
Psa 7:10 Laat toch de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, Gij, Die harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God!
Psa 44:22 Zou God zulks niet onderzoeken? Want Hij weet de verborgenheden des harten.
Jer 17:9 Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
Jer 17:10 Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
Joh 2:24 Maar Jezus Zelf betrouwde hun Zichzelven niet, omdat Hij hen allen kende,
Joh 2:25 En omdat Hij niet van node had, dat iemand getuigen zou van den mens; want Hij Zelf wist, wat in den mens was.
Joh 21:17 Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.
Act 1:24 En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt;

12 De spotter zal niet liefhebben, die hem bestraft; hij zal niet gaan tot de wijzen.
13 hEen vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen.

h: Spr 17:22 Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.
Spr 18:14 De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?

14 Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.
15 Al de dagen des bedrukten zijn kwaad; maar een vrolijk hart is een gedurige maaltijd.
16 iBeter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij.

i: Psa 37:16 Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.
Spr 16:18 Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.

17 kBeter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.

k: Spr 17:1 Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist.

18 lEen grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.

l: Spr 28:25 Die grootmoedig is, verwekt gekijf; maar die op den HEERE vertrouwt, zal vet worden.
Spr 29:11 Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

19 De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is wel gebaand.
20 mEen wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.

m: Spr 10:1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.

21 nDe dwaasheid is den verstandeloze blijdschap; maar een man van verstand zal recht wandelen.

n: Spr 10:23 Het is voor den zot als spel schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.
Spr 14:9 Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.

22 oDe gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.

o: Spr 11:14 Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.

23 Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd!
24 De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.
25 pHet huis der hovaardigen zal de HEERE afrukken; maar de landpale der weduwe zal Hij vastzetten.

p: Spr 2:21 Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;
Spr 2:22 Maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden.
Spr 12:7 De goddelozen worden omgekeerd, dat zij niet meer zijn; maar het huis der rechtvaardigen zal bestaan.
Spr 14:11 Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.

26 qDes bozen gedachten zijn den HEERE een gruwel; maar der reinen zijn liefelijke redenen.

q: Spr 6:18 Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;

27 rDie gierigheid pleegt, beroert zijn huis; maar die geschenken haat, zal leven.

r: Spr 1:19 Zo zijn de paden van een iegelijk, die gierigheid pleegt; zij zal de ziel van haar meester vangen.

28 Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten.
29 De HEERE is ver van de goddelozen; smaar het gebed der rechtvaardigen zal Hij verhoren.

s: Psa 10:17 HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;
Psa 34:18 Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
Psa 145:18 Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.
Psa 145:19 Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen.

30 Het licht der ogen verblijdt het hart; teen goed gerucht maakt het gebeente vet.

t: Spr 25:25 Een goede tijding uit een ver land is als koud water op een vermoeide ziel.

31 Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.
32 Die de tucht verwerpt, die versmaadt zijn ziel; maar die de bestraffing hoort, krijgt verstand.
33 vDe vreze des HEEREN is de tucht der wijsheid; en de xnederigheid [gaat] voor de eer.

v: Spr 1:7 De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Spr 9:10 De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.

x: Spr 18:12 Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.

Spread the Scripture
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •   
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Updated: October 28, 2019 — 11:48 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme