Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 13

Wijsheid en dwaasheid

1 Een wijs zoon [hoort] de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet.
aEen ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.

a: Spr 12:14 Een ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.

3 Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.
4 De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.
5 De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.
bDe gerechtigheid bewaart den oprechte van weg; maar de goddeloosheid zal den zondaar omkeren.

b: Spr 10:29 De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.
Spr 11:3 De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheden der trouwelozen verstoort hen.
Spr 11:5 De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.
Spr 11:6 De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid.

cEr is een, die zichzelven rijk maakt, en niet met al [heeft], en een, die zichzelven arm maakt, en [heeft] veel goed.

c: Spr 12:9 Beter is, die zich gering acht, en een knecht heeft, dan die zichzelven eert, en des broods gebrek heeft.

8 Het rantsoen van ieders ziel is zijn rijkdom; maar de arme hoort het schelden niet.
dHet licht der rechtvaardigen zal zich verblijden; emaar de lamp der goddelozen zal uitgeblust worden.

d: Spr 4:18 Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.

e: Job 18:5 Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.
Job 18:6 Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.
Job 21:17 Hoe dikwijls geschiedt het, dat de lamp der goddelozen uitgeblust wordt, en hun verderf hun overkomt; dat God hun smarten uitdeelt in Zijn toorn!

10 Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.
11 Goed, van ijdelheid [gekomen], fzal verminderd worden; maar die met de hand vergadert, zal het vermeerderen.

f: Spr 10:2 Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood.
Spr 20:21 Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden.

12 gDe uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens.

g: Spr 13:19 De begeerte, die geschiedt, is zoet voor de ziel; maar het is den zotten een gruwel van het kwade af te wijken.

13 Die het woord veracht, die zal verdorven worden; maar wie het gebod vreest, dien zal vergolden worden.
14 hDes wijzen leer is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

h: Spr 10:11 De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
Spr 14:27 De vreze des HEEREN is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

15 Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.
16 Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot ibreidt dwaasheid uit.

i: Spr 12:23 Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.
Spr 15:2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

17 Een goddeloze bode zal in het kwaad vallen; maar een trouw gezant is medicijn.
18 Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.
19 De begeerte, die geschiedt, is zoet voor de ziel; maar het is den zotten een gruwel van het kwade af te wijken.
20 Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.
21 Het kwaad zal de zondaars vervolgen; maar den rechtvaardige zal men goed vergelden.
22 De goede zal zijner kinders kinderen doen erven; maar het vermogen kdes zondaars is voor de rechtvaardige lweggelegd.

k: Job 15:29 Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

l: Job 27:17 Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.

23 Het ploegen der armen [geeft] mveelheid der spijze; maar ndaar is een, die verteerd wordt door gebrek van oordeel.

m: Spr 12:11 Die zijn land bouwt, zal van brood verzadigd worden; maar die ijdele mensen volgt, is verstandeloos.

n: Spr 18:9 Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.

24 Die zijn oroede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg [met] tuchtiging.

o: Spr 23:13 Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.

25 De rechtvaardige eet tot pverzadiging zijner ziel toe; maar de buik der goddelozen zal gebrek hebben.

p: Psa 34:11 Caph. De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.
Psa 37:3 Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.

Spread the Scripture
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •   
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Updated: October 28, 2019 — 11:48 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme