My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Spreuken 12

De rechtvaardige en de goddeloze.

1 Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.
2 De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen.
3 De mens zal niet bevestigd worden door goddeloosheid; amaar de wortel der rechtvaardigen zal niet bewogen worden.

a: Spr 10:25 Gelijk een wervelwind voorbijgaat, alzo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondvest.

bEen kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen.

b: 1Co 11:7 Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans.

5 Der rechtvaardigen gedachten zijn recht; der goddelozen raadslagen zijn bedrog.
cDe woorden der goddelozen zijn dom op bloed te loeren; maar de mond der oprechten zal ze redden.

c: Spr 1:11 Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;
Spr 1:18 En deze loeren op hun eigen bloed, en versteken zich tegen hun zielen.

d: Spr 11:9 De huichelaar verderft zijn naaste door den mond; maar door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd.

eDe goddelozen worden omgekeerd, dat zij niet [meer] zijn; maar het huis der rechtvaardigen zal bestaan.

e: Psa 37:36 Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.
Psa 37:37 Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.
Spr 11:21 Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen.

8 Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.
9 Beter is, die zich fgering acht, en een knecht heeft, dan die zichzelven eert, en des broods gebrek heeft.

f: Spr 13:7 Er is een, die zichzelven rijk maakt, en niet met al heeft, en een, die zichzelven arm maakt, en heeft veel goed.

10 De rechtvaardige gkent het leven van zijn beest; maar de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed.

g: Deu 25:4 Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst.

11 hDie zijn land bouwt, zal van brood verzadigd worden; maar die ijdele [mensen] volgt, is verstandeloos.

h: Spr 28:19 Die zijn land bouwt, zal met brood verzadigd worden; maar die ijdele mensen volgt, zal met armoede verzadigd worden.

12 De goddeloze begeert het net der bozen; maar de wortel der rechtvaardigen zal uitgeven.
13 iIn de overtreding der lippen is de strik des bozen; maar de rechtvaardige zal uit de benauwdheid uitkomen.

i: Spr 10:14 De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
Spr 18:7 De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.

14 kEen ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.

k: Spr 13:2 Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.

15 lDe weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

l: Spr 3:7 Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.

16 De toorn des dwazen wordt ten zelven dage bekend; maar die kloekzinnig is, bedekt de schande.
17 mDie waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog.

m: Spr 14:5 Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.

18 nDaar is een, die [woorden] als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.

n: Psa 57:5 Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
Psa 59:8 Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?
Spr 16:27 Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.
Spr 13:16 Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.

19 Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is [maar] voor een ogenblik.
20 Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.
21 Den rechtvaardigen zal geen leed wedervaren; maar de goddelozen zullen met kwaad vervuld worden.
22 Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.
23 oEen kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten proept dwaasheid uit.

o: Spr 15:2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

p: Spr 13:16 Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.
Spr 15:2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

24 qDe hand der vlijtigen zal heersen; maar de bedriegers zullen onder cijns wezen.

q: Spr 10:4 Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.

25 rBekommernis in het hart des mensen buigt het neder; maar een goed woord verblijdt het.

r: Spr 15:13 Een vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen.

26 De rechtvaardige is voortreffelijker dan zijn naaste; maar de weg der goddelozen doet hen dwalen.
27 Een bedrieger zal zijn jachtvang niet braden; maar het kostelijk goed des mensen is des vlijtigen.
28 In het pad der gerechtigheid is het leven; en [in] den weg [van] [haar] voetpad is de dood niet.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 11:48 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme