My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Psalmen 27

Davids enige troost.

1 [Een] [psalm] van David. aDe HEERE is mijn Licht en mijn Heil, bvoor wien zou ik vrezen? De HEERE is mijns levens kracht, voor wien zou ik vervaard zijn?

a: Isa 10:17 Want het Licht van Israel zal tot een vuur zijn, en zijn Heilige tot een vlam, welke in brand steken en verteren zal zijn doornen en zijn distelen, op een dag.
Isa 60:19 De zon zal u niet meer wezen tot een licht des daags, en tot een glans zal u de maan niet lichten; maar de HEERE zal u wezen tot een eeuwig Licht, en uw God tot uw Sierlijkheid.
Isa 60:20 Uw zon zal niet meer ondergaan, en uw maan zal haar licht niet intrekken; want de HEERE zal u tot een eeuwig licht wezen, en de dagen uwer treuring zullen een einde nemen.
Mic 7:8 Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.
Luk 1:79 Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.
Joh 1:4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.
Joh 8:12 Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.
Rev 21:23 En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars.

b: Psa 118:6 De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?

2 Als de bozen, mijn tegenpartijen, en mijn vijanden tegen mij, tot mij naderden, om mijn vlees te eten, stieten zij zelven aan, en vielen.
3 Ofschoon mij een leger belegerde, mijn hart zou niet vrezen; ofschoon een oorlog tegen mij opstond, zo vertrouw ik hierop.
4 Een ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.
5 Want Hij versteekt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads; Hij verbergt mij in het verborgene Zijner tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen.
6 Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offeranden des geklanks offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen den HEERE.
7 Hoor, HEERE! mijn stem, [als] ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.
8 Mijn hart zegt tot U: [Gij] [zegt]: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!
9 Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God mijns heils!
10 Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen.
11 HEERE! cleer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijner verspieders wil.

c: Psa 25:4 Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
Psa 86:11 Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
Psa 119:1 Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.
Psa 119:2 Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;
Psa 119:3 Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.
Psa 119:4 HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.
Psa 119:5 Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
Psa 119:6 Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.
Psa 119:7 Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
Psa 119:8 Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
Psa 119:9 Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.
Psa 119:10 Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
Psa 119:11 Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
Psa 119:12 HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:13 Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.
Psa 119:14 Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
Psa 119:15 Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
Psa 119:16 Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
Psa 119:17 Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.
Psa 119:18 Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
Psa 119:19 Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.
Psa 119:20 Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
Psa 119:21 Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.
Psa 119:22 Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
Psa 119:23 Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.
Psa 119:24 Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.
Psa 119:25 Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.
Psa 119:26 Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:27 Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
Psa 119:28 Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.
Psa 119:29 Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.
Psa 119:30 Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.
Psa 119:31 Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.
Psa 119:32 Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.
Psa 119:33 He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
Psa 119:34 Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
Psa 119:35 Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
Psa 119:36 Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.
Psa 119:37 Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.
Psa 119:38 Bevestig Uw toezegging aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.
Psa 119:39 Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.
Psa 119:40 Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
Psa 119:41 Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;
Psa 119:42 Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.
Psa 119:43 En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.
Psa 119:44 Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.
Psa 119:45 En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
Psa 119:46 Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.
Psa 119:47 En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
Psa 119:48 En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten.
Psa 119:49 Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.
Psa 119:50 Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.
Psa 119:51 De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.
Psa 119:52 Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.
Psa 119:53 Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.
Psa 119:54 Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
Psa 119:55 HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.
Psa 119:56 Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Psa 119:57 Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.
Psa 119:58 Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
Psa 119:59 Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
Psa 119:60 Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.
Psa 119:61 De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.
Psa 119:62 Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.
Psa 119:63 Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.
Psa 119:64 HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:65 Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.
Psa 119:66 Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
Psa 119:67 Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.
Psa 119:68 Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:69 De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
Psa 119:70 Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.
Psa 119:71 Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.
Psa 119:72 De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.
Psa 119:73 Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.
Psa 119:74 Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.
Psa 119:75 Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.
Psa 119:76 Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.
Psa 119:77 Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
Psa 119:78 Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.
Psa 119:79 Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.
Psa 119:80 Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.
Psa 119:81 Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.
Psa 119:82 Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?
Psa 119:83 Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.
Psa 119:84 Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?
Psa 119:85 De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.
Psa 119:86 Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.
Psa 119:87 Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.
Psa 119:88 Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.
Psa 119:89 Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.
Psa 119:90 Uw goedertierenheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan;
Psa 119:91 Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.
Psa 119:92 Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.
Psa 119:93 Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
Psa 119:94 Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
Psa 119:95 De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
Psa 119:96 In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.
Psa 119:97 Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
Psa 119:98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.
Psa 119:99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
Psa 119:100 Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Psa 119:101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
Psa 119:102 Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
Psa 119:103 Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!
Psa 119:104 Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.
Psa 119:105 Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
Psa 119:106 Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
Psa 119:107 Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.
Psa 119:108 Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.
Psa 119:109 Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.
Psa 119:110 De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
Psa 119:111 Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
Psa 119:112 Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
Psa 119:113 Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.
Psa 119:114 Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.
Psa 119:115 Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.
Psa 119:116 Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.
Psa 119:117 Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.
Psa 119:118 Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.
Psa 119:119 Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
Psa 119:120 Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.
Psa 119:121 Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.
Psa 119:122 Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.
Psa 119:123 Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.
Psa 119:124 Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:125 Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
Psa 119:126 Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.
Psa 119:127 Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
Psa 119:128 Daarom heb ik al Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
Psa 119:129 Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
Psa 119:130 De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
Psa 119:131 Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
Psa 119:132 Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psa 119:133 Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.
Psa 119:134 Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.
Psa 119:135 Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:136 Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.
Psa 119:137 Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.
Psa 119:138 Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.
Psa 119:139 Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.
Psa 119:140 Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.
Psa 119:141 Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.
Psa 119:142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.
Psa 119:143 Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
Psa 119:144 De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
Psa 119:145 Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.
Psa 119:146 Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
Psa 119:147 Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.
Psa 119:148 Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.
Psa 119:149 Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.
Psa 119:150 Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet.
Psa 119:151 Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.
Psa 119:152 Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.
Psa 119:153 Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.
Psa 119:154 Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.
Psa 119:155 Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.
Psa 119:156 HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.
Psa 119:157 Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.
Psa 119:158 Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.
Psa 119:159 Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
Psa 119:160 Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
Psa 119:161 Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.
Psa 119:162 Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.
Psa 119:163 Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
Psa 119:164 Ik loof U zevenmaal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
Psa 119:165 Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.
Psa 119:166 O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.
Psa 119:167 Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
Psa 119:168 Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
Psa 119:169 Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
Psa 119:170 Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
Psa 119:171 Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.
Psa 119:172 Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
Psa 119:173 Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
Psa 119:174 O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
Psa 119:175 Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
Psa 119:176 Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

12 Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenpartijders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, mitsgaders die wrevel uitblaast.
13 Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, [ik] [ware] [vergaan].
14 dWacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE.

d: Isa 25:9 En men zal te dien dage zeggen: Ziet, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid.
Isa 33:2 HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid.
Hab 2:3 Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.

Spread the Scripture
Updated: November 17, 2019 — 5:34 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme