My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Psalmen 25

Gebed om vergeving en bescherming.

1 [Een] [psalm] van David. [Aleph]. Tot U, o HEERE! hef ik mijn ziel op.
2 [Beth]. Mijn God! aop U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij.

a: Psa 22:6 Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.
Psa 31:2 Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.
Psa 34:6 He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.

3 [Gimel]. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet bbeschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak.

b: Isa 28:16 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.
Rom 10:11 Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd w
orden.

4 [Daleth]. HEERE! cmaak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.

c: Psa 27:11 HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijner verspieders wil.
Psa 86:11 Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
Psa 119:1 Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.
Psa 119:2 Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;
Psa 119:3 Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.
Psa 119:4 HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.
Psa 119:5 Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
Psa 119:6 Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.
Psa 119:7 Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
Psa 119:8 Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
Psa 119:9 Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.
Psa 119:10 Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
Psa 119:11 Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
Psa 119:12 HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:13 Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.
Psa 119:14 Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
Psa 119:15 Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
Psa 119:16 Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
Psa 119:17 Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.
Psa 119:18 Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
Psa 119:19 Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.
Psa 119:20 Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
Psa 119:21 Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.
Psa 119:22 Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
Psa 119:23 Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.
Psa 119:24 Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.
Psa 119:25 Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.
Psa 119:26 Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:27 Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
Psa 119:28 Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.
Psa 119:29 Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.
Psa 119:30 Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.
Psa 119:31 Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.
Psa 119:32 Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.
Psa 119:33 He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
Psa 119:34 Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
Psa 119:35 Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
Psa 119:36 Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.
Psa 119:37 Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.
Psa 119:38 Bevestig Uw toezegging aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.
Psa 119:39 Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.
Psa 119:40 Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
Psa 119:41 Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;
Psa 119:42 Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.
Psa 119:43 En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.
Psa 119:44 Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.
Psa 119:45 En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
Psa 119:46 Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.
Psa 119:47 En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
Psa 119:48 En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten.
Psa 119:49 Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.
Psa 119:50 Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.
Psa 119:51 De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.
Psa 119:52 Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.
Psa 119:53 Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.
Psa 119:54 Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
Psa 119:55 HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.
Psa 119:56 Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Psa 119:57 Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.
Psa 119:58 Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
Psa 119:59 Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
Psa 119:60 Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.
Psa 119:61 De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.
Psa 119:62 Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.
Psa 119:63 Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.
Psa 119:64 HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:65 Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.
Psa 119:66 Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
Psa 119:67 Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.
Psa 119:68 Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:69 De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
Psa 119:70 Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.
Psa 119:71 Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.
Psa 119:72 De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.
Psa 119:73 Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.
Psa 119:74 Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.
Psa 119:75 Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.
Psa 119:76 Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.
Psa 119:77 Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
Psa 119:78 Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.
Psa 119:79 Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.
Psa 119:80 Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.
Psa 119:81 Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.
Psa 119:82 Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?
Psa 119:83 Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.
Psa 119:84 Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?
Psa 119:85 De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.
Psa 119:86 Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.
Psa 119:87 Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.
Psa 119:88 Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.
Psa 119:89 Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.
Psa 119:90 Uw goedertierenheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan;
Psa 119:91 Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.
Psa 119:92 Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.
Psa 119:93 Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
Psa 119:94 Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
Psa 119:95 De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
Psa 119:96 In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.
Psa 119:97 Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
Psa 119:98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.
Psa 119:99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
Psa 119:100 Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Psa 119:101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
Psa 119:102 Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
Psa 119:103 Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!
Psa 119:104 Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.
Psa 119:105 Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
Psa 119:106 Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
Psa 119:107 Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.
Psa 119:108 Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.
Psa 119:109 Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.
Psa 119:110 De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
Psa 119:111 Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
Psa 119:112 Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
Psa 119:113 Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.
Psa 119:114 Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.
Psa 119:115 Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.
Psa 119:116 Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.
Psa 119:117 Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.
Psa 119:118 Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.
Psa 119:119 Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
Psa 119:120 Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.
Psa 119:121 Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.
Psa 119:122 Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.
Psa 119:123 Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.
Psa 119:124 Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:125 Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
Psa 119:126 Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.
Psa 119:127 Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
Psa 119:128 Daarom heb ik al Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
Psa 119:129 Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
Psa 119:130 De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
Psa 119:131 Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
Psa 119:132 Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psa 119:133 Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.
Psa 119:134 Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.
Psa 119:135 Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.
Psa 119:136 Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.
Psa 119:137 Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.
Psa 119:138 Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.
Psa 119:139 Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.
Psa 119:140 Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.
Psa 119:141 Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.
Psa 119:142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.
Psa 119:143 Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
Psa 119:144 De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
Psa 119:145 Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.
Psa 119:146 Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
Psa 119:147 Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.
Psa 119:148 Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.
Psa 119:149 Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.
Psa 119:150 Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet.
Psa 119:151 Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.
Psa 119:152 Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.
Psa 119:153 Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.
Psa 119:154 Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.
Psa 119:155 Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.
Psa 119:156 HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.
Psa 119:157 Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.
Psa 119:158 Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.
Psa 119:159 Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
Psa 119:160 Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
Psa 119:161 Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.
Psa 119:162 Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.
Psa 119:163 Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
Psa 119:164 Ik loof U zevenmaal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
Psa 119:165 Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.
Psa 119:166 O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.
Psa 119:167 Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
Psa 119:168 Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
Psa 119:169 Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
Psa 119:170 Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
Psa 119:171 Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.
Psa 119:172 Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
Psa 119:173 Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
Psa 119:174 O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
Psa 119:175 Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
Psa 119:176 Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

5 [He]. [Vau]. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik den ganse dag.
6 [Zain]. Gedenk, HEERE! Uwer barmhartigheden en Uwer goedertierenheden, want ddie zijn van eeuwigheid.

d: Psa 103:17 Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;
Psa 106:1 Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 107:1 Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 117:2 Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!
Psa 136:1 Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;
Psa 136:2 Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:3 Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:4 Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:5 Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:6 Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:7 Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:8 De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:9 De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:10 Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:11 En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:12 Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:13 Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:14 En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:15 Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:16 Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:17 Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:18 En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:19 Sihon, den Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:20 En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:21 En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:22 Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:23 Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:24 En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:25 Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:26 Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Jer 33:11 De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.

7 [Cheth]. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!
8 [Teth]. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.
9 [Jod]. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren.
10 [Caph]. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
11 [Lamed]. Om Uws Naams wil, HEERE! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.
12 [Mem]. Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, [dien] hij zal hebben te verkiezen.
13 [Nun]. Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beerven.
14 [Samech]. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun [die] bekend te maken.
15 [Ain]. Mijn ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.
16 [Pe]. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.
17 [Tsade]. De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.
18 [Resch]. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.
19 [Resch]. Aanzie mijn vijanden, want zij vermenigvuldigen, en zij haten mij met een wreveligen haat.
20 [Schin]. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.
21 [Thau]. Laat oprechtigheid en vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.
22 O God! verlos Israel uit al zijn benauwdheden.

Spread the Scripture
Updated: November 17, 2019 — 5:29 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme