My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Psalmen 144

De gelukzaligheid van het volk, wiens God de HEERE is.

1 [Een] [psalm] van David. Gezegend zij de HEERE, mijn Rotssteen, aDie mijn handen onderwijst ten strijde, mijn vingeren ten oorlog;

a: 2Sa 22:35 Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.
Psa 18:35 Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.

2 Mijn Goedertierenheid en mijn Burg, mijn Hoog Vertrek en mijn Bevrijder voor mij, mijn Schild, en op Wien ik mij betrouwe; bDie mijn volk aan mij onderwerpt!

b: 2Sa 22:48 De God, Die mij volkomene wraak geeft, en de volken onder mij nederwerpt;
Psa 18:48 De God, Die mij volkomen wraak geeft, en de volken onder mij brengt;

3 O HEERE! cwat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?

c: Job 7:17 Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?
Psa 8:5 Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?
Psa 31:8 Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, omdat Gij mijn ellende hebt aangezien, en mijn ziel in benauwdheden gekend;
Heb 2:6 Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!

4 De dmens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn eals een voorbijgaande schaduw.

d: Psa 39:5 (39:6) Zie, Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid. Sela.
Psa 62:10 Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.

e: Job 8:9 Want wij zijn van gisteren en weten niet; dewijl onze dagen op de aarde een schaduw zijn.
Job 14:2 Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.
Job 14:3 Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.
Psa 102:12 Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.

fNeig Uw hemelen, HEERE! en daal neder; graak de bergen aan, dat zij roken.

f: Psa 18:10 En Hij boog den hemel, en daalde neder, en donkerheid was onder Zijn voeten.

g: Psa 18:8 Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden der bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was.
Psa 104:32 Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij.

hBliksem bliksem, en verstrooi hen; izend Uw pijlen uit, en verdoe hen.

h: 2Sa 22:8 Toen daverde en beefde de aarde; de fondamenten des hemels beroerden zich, en daverden, omdat Hij ontstoken was.
Psa 18:15 En Hij zond Zijn pijlen uit, en verstrooide ze; en Hij vermenigvuldigde de bliksemen, en verschrikte ze.

i: 1Sa 7:10 En het geschiedde, toen Samuel dat brandoffer offerde, zo kwamen de Filistijnen aan ten strijde tegen Israel; en de HEERE donderde te dien dage met een groten donder over de Filistijnen, en Hij verschrikte hen, zodat zij verslagen werden voor het aangezicht van Israel.

7 Steek Uw handen van de hoogte uit; ontzet mij, en ruk mij uit de grote wateren, uit de hand der vreemden;
8 Welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid.
9 O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit [en] het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.
10 Gij, die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard;
11 Ontzet mij en red mij van de hand der vreemden, welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid;
12 Opdat onze zonen zijn als planten, welke groot geworden zijn in hun jeugd; onze dochter als hoekstenen, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis.
13 Dat onze winkelen vol zijnde, den enen voorraad na den anderen uitgeven; dat onze kudden bij duizenden werpen, [ja], bij tienduizenden op onze hoeven vermenigvuldigen.
14 Dat onze ossen wel geladen zijn; dat geen inbreuk, noch uitval, noch gekrijs zij op onze straten.
15 Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig is het volk, wiens God de HEERE is.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 11:49 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme