Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Prediker 6

Een lang leven is ijdelheid

Pred 6:1 Er is een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, en het is veel onder de mensen:
Pred 6:2 Een man, denwelken God gegeven heeft rijkdom, en goederen, en eer; en hij heeft voor zijn ziel aan geen ding gebrek, van alles wat hij begeert; en God geeft hem de macht niet, om daarvan te eten, maar dat een vreemd man dat opeet. Dit is ook ijdelheid en een kwade smart.
Pred 6:3 Indien een man honderd kinderen gewon, en vele jaren leefde, zodat de dagen zijner jaren veel waren, doch zijn ziel niet verzadigd werd van het goed, en hij ook geen begrafenis had; ik zeg, dat een misdracht beter is dan hij.
Pred 6:4 Want met ijdelheid komt zij, en in duisternis gaat zij weg, en met duisternis wordt haar naam bedekt.
Pred 6:5 a Ook heeft zij de zon niet gezien, noch bekend; zij heeft meer rust, dan hij.

a: Job 3:16 Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet
gezien hebben.
Ps 58:9 Laat hem henengaan, als een smeltende slak; laat hen, als ener vrouwe misdracht, de zon niet
aanschouwen.

Pred 6:6 Ja, al leefde hij schoon tweemaal duizend jaren, en het goede niet zag; gaan zij niet allen naar één plaats?
Pred 6:7 Al de arbeid des mensen is voor zijn mond; en nochtans wordt de begeerlijkheid niet vervuld.
Pred 6:8 Want wat heeft de wijze meer dan de zot? Wat heeft de arme meer, die voor de levenden weet te wandelen?
Pred 6:9 Beter is het aanzien der ogen, dan het wandelen der begeerlijkheid. Dit is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
Pred 6:10 Wat ook iemand zij, alrede is zijn naam genoemd, en het is bekend, dat hij een mens is; en dat hij niet kan rechten met dien, die sterker is dan hij.
Pred 6:11 Voorwaar, er zijn veel dingen, die de ijdelheid vermeerderen; wat heeft de mens te meer daarvan?
Pred 6:12 Want wie weet, wat goed is voor den mens in dit leven, gedurende het getal der dagen van het leven zijner ijdelheid, welke hij doorbrengt b als een schaduw? Want c wie kan den mens aanzeggen, wat na hem wezen zal onder de zon?

b: Ps 144:4 De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.
Jak 4:13 Welaan nu gij, die daar zegt: Wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en aldaar
een jaar doorbrengen, en koopmanschap drijven, en winst doen.
Jak 4:14 Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een
damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.

c: Pred 8:7 Want hij weet niet, wat er geschieden zal; want wie zal het hem te kennen geven, wanneer
het geschieden zal?

Spread the Scripture
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •   
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Updated: October 28, 2019 — 11:47 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme