Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Prediker 10

Dwaasheid brengt onheil

Pred 10:1 Een dode vlieg doet de zalf des apothekers stinken en opwellen; alzo een weinig dwaasheid een man, die kostelijk is van wijsheid en van eer.
Pred 10:2 Het hart des wijzen is tot zijn rechter-, maar het hart eens zots is tot zijn linkerhand.
Pred 10:3 En ook wanneer de dwaas op den weg wandelt, zijn hart ontbreekt hem, en hij zegt tot een iegelijk, dat hij dwaas is.
Pred 10:4 Als de geest des heersers tegen u oprijst, verlaat uw plaats niet; want het is medicijn, het stilt grote zonden.
Pred 10:5 Er is nog een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, als een dwaling, die van het aangezicht des oversten voortkomt.
Pred 10:6 Een dwaas wordt gezet in grote hoogheden, maar de rijken zitten in de laagte.
Pred 10:7 Ik heb knechten te paard gezien, en vorsten, gaande als knechten op de aarde.
Pred 10:8 Wie a een kuil graaft, zal daarin vallen; en wie een muur doorbreekt, een slang zal hem bijten.

a: Spr 26:27 Die een kuil graaft, zal er in vallen, en die een steen wentelt, op hem zal hij wederkeren.

Pred 10:9 Wie stenen wegdraagt, zal smart daardoor lijden; wie hout klieft, zal daardoor in gevaar zijn.
Pred 10:10 Indien hij het ijzer heeft stomp gemaakt, en hij slijpt de snede niet, dan moet hij meerder kracht te werk stellen; maar de wijsheid is een uitnemende zaak, om iets recht te maken.
Pred 10:11 Indien de slang gebeten heeft, eer der bezwering geschied is, dan is er geen nuttigheid voor den allerwelsprekendsten bezweerder.
Pred 10:12 De woorden van een wijzen mond zijn aangenaam; maar de lippen van een zot verslinden hemzelven.
Pred 10:13 Het begin der woorden zijns monds is dwaasheid, en het einde zijns monds is boze dolligheid.
Pred 10:14 De dwaas maakt wel veel woorden; maar de mens weet niet, wat het zij, dat geschieden zal; en wat na hem geschieden zal, wie zal het hem te kennen geven?
Pred 10:15 De arbeid der zotten maakt een iegelijk van hen moede; dewijl zij niet weten naar de stad te gaan.
Pred 10:16 b Wee u, land! welks koning een kind is, en c welks vorsten tot in den morgenstond eten!

b: Jes 3:3 Den overste van vijftig, en den aanzienlijke, en den raadsman, en den wijze onder de werkmeesters, en dien, die kloek ter tale is.
Jes 3:4 En Ik zal jongelingen stellen tot hun vorsten, en kinderen zullen over hen heersen;
Hos 13:11 Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.
Amos 6:4 Die daar liggen op elpenbenen bedsteden, en weelderig zijn op hun koetsen, en eten de lammeren van de kudde, en de kalveren uit het midden van den meststal.

c: Jes 5:11 Wee dengenen, die, zich vroeg opmakende in den morgenstond, sterken drank najagen, en vertoeven tot in de schemering, totdat de wijn hen heeft verhit!

Pred 10:17 Welgelukzalig zijt gij, land! welks koning een zoon der edelen is, en welks vorsten ter rechter tijd eten, tot sterkte en niet tot drinkerij.
Pred 10:18 Door grote luiheid verzwakt het gebint, en door slapheid der handen wordt het huis doorlekkende.
Pred 10:19 Men maakt maaltijden om te lachen, en de wijn verheugt de levenden, en het geld verantwoordt alles.
Pred 10:20 d Vloek den koning niet, zelfs in uw gedachten, en vloek den rijke niet in het binnenste uwer slaapkamer; want het gevogelte des hemels zou de stem wegvoeren, en het gevleugelde zou het woord te kennen geven.

d: Ex 22:28 De goden zult gij niet vloeken, en de oversten in uw volk zult gij niet lasteren.

Spread the Scripture
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •   
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Updated: October 28, 2019 — 11:47 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme