Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Numeri 25

Ontucht en afgoderij te Sittim

Num 25:1 En a) Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.

a) Num 31:16 Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israels, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN.
Num 33:49 En zij legerden zich aan de Jordaan van Beth-jesimoth, tot aan Abel-sittim, in de vlakke velden der Moabieten.

Num 25:2 b) En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.

b) Psa 106:28 Ook hebben zij zich gekoppeld aan Baal-peor, en zij hebben de offeranden der doden gegeten.
Hos 9:10 Ik vond Israel als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baal-peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij.

Num 25:3 Als nu Israel zich koppelde aan Baal-peor, c) ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.

c) Psa 106:29 En zij hebben den Heere tot toorn verwekt met hun daden, zodat de plaag een inbreuk onder hen deed.

Num 25:4 En de HEERE zeide tot Mozes: d) Neem al de hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.

d) Deu 4:3 Uw ogen hebben gezien, wat God om Baal-peor gedaan heeft; want alle man, die Baal-peor navolgde, dien heeft de HEERE, uw God, uit het midden van u verdaan.
Jos 22:17 Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is?

Num 25:5 Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-peor gekoppeld hebben!
Num 25:6 En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.
Num 25:7 Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, e) zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;

e) Psa 106:30 Toen stond Pinehas op, en hij oefende gericht, en de plaag werd opgehouden.

Num 25:8 En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.
Num 25:9 f) Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.

f) 1Co 10:8 En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend.

Num 25:10 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Num 25:11 Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israels afgewend, dewijl hij g) Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat Ik de kinderen Israels in Mijn ijver niet vernield heb.

g) 2Co 11:2 Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus.

Num 25:12 Daarom spreek: Zie, Ik h) geef hem Mijn verbond des vredes.

h) Psa 106:31 En het is hem gerekend tot gerechtigheid, van geslacht tot geslacht tot in eeuwigheid.

Num 25:13 En hij zal hebben, en zijn zaad na hem, het verbond des eeuwigen priesterdoms, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels.
Num 25:14 De naam nu des verslagenen Israelietischen mans, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri, de zoon van Salu, een overste van een vaderlijk huis der Simeonieten.
Num 25:15 En de naam der verslagene Midianietische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, die een hoofd was der volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten.
Num 25:16 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Num 25:17 Handel i) vijandelijk met de Midianieten, en versla hen;

i) Num 31:2 Neem de wraak der kinderen Israels van de Midianieten; daarna zult gij verzameld worden tot uw volken.

Num 25:18 Want zij hebben vijandelijk k) tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.

k) Rev 18:6 Vergeldt haar, gelijk als zij ulieden vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel, naar haar werken; in den drinkbeker, waarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel.

Spread the Scripture
Updated: October 19, 2019 — 9:43 am
My CMS © 2018 Frontier Theme