My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Mattheus 20

De arbeiders in de wijngaard

Matt 20:1 Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard.
Matt 20:2 En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.
Matt 20:3 En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt.
Matt 20:4 En hij zeide tot dezelve: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.
Matt 20:5 Wederom uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij desgelijks.
Matt 20:6 En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier den gehelen dag ledig?
Matt 20:7 Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.
Matt 20:8 Als het nu avond geworden was, zeide de heer des wijngaards, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten.
Matt 20:9 En als zij kwamen, die ter elfder ure [gehuurd waren], ontvingen zij ieder een penning.
Matt 20:10 En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelven ontvingen ook elk een penning.
Matt 20:11 En [dien] ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,
Matt 20:12 Zeggende: Deze laatsten hebben [maar] ��n uur gearbeid, en gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den last des daags en de hitte gedragen hebben.
Matt 20:13 Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning?
Matt 20:14 Neem het uwe en ga heen. Ik wil dezen laatsten ook geven, gelijk als u.
Matt 20:15 a Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?

a: Rom 9:21 Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het �ne vat ter ere, en het andere ter onere?

Matt 20:16 Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

b: Matt 19:30 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.
Mark 10:31 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en [velen], die de laatsten [zijn], de eersten.
Luk 13:30 En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.

c: Matt 22:14 Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Derde aankondiging van het lijden.

Matt 20:17 En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op den weg, en zeide tot hen:

d: Mark 10:32 En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;
Luk 18:31 En Hij nam de twaalven bij Zich, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan den Zoon des mensen, wat geschreven is door de profeten.
Luk 24:7 Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.

Matt 20:18 Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen;
Matt 20:19 En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

e: Matt 27:2 En Hem gebonden hebbende, leidden zij [Hem] weg, en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, den stadhouder.
Luk 23:1 En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus.
Joh 18:28 Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was ‘s morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
Joh 18:31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden.
Hand 3:13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men [Hem] zoude loslaten.

De zonen van Zebede�s.

Matt 20:20 Toen kwam de moeder der zonen van Zebed��s tot Hem met haar zonen, [Hem] aanbiddende, en begerende wat van Hem.

f: Mark 10:35 En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebed��s, zeggende: Meester! wij wilden [wel], dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.

Matt 20:21 En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker [hand] in Uw Koninkrijk.
Matt 20:22 Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.

g: Rom 8:26 En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

h: Luk 12:50 Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij!

Matt 20:23 En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter-, en tot Mijn linker[hand], staat bij Mij niet te geven, maar [het zal gegeven worden] dien het bereid is van Mijn Vader.

i: Matt 25:34 Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter [hand zijn]: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! be�rft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.

Matt 20:24 En als de [andere] tien [dat] hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.
Matt 20:25 En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen.

k: Mark 10:42 Maar Jezus, het tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen.
Luk 22:25 En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige [heren] genaamd.

Matt 20:26 Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, [die] zij uw dienaar;

l: 1Petr 5:3 Noch als heerschappij voerende over het erfdeel [des Heeren], maar [als] voorbeelden der kudde geworden zijnde.

Matt 20:27 En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.

m: Matt 23:11 Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.
Mark 9:35 En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.
Mark 10:43 Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.

Matt 20:28 Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven [tot] een rantsoen voor velen.

n: Luk 22:27 Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient.
Joh 13:14 Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.
Filipp 2:7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

o: Efez 1:7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
1Tim 2:6 Die Zichzelven gegeven heeft [tot] een rantsoen voor allen, [zijnde] de getuigenis te zijner tijd;
1Petr 1:19 Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;

De blinden van Jericho.

Matt 20:29 En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd.

p: Mark 10:46 En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Tim��s, Bar-Tim��s, de blinde, aan den weg, bedelende.
Luk 18:35 En het geschiedde, als Hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan den weg zat, bedelende.

Matt 20:30 En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer.
Matt 20:31 En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids!
Matt 20:32 En Jezus, [stil] staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe?
Matt 20:33 Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.
Matt 20:34 En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 10:41 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme