My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Mattheus 11

De vraag van Johannes den Doper.

Matt 11:1 En het is geschied, toen Jezus ge�indigd had Zijn twaalf discipelen bevelen te geven, dat Hij van daar voortging, om te leren en te prediken in hun steden.
Matt 11:2 a En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen;

a: Luk 7:18 En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen.

Matt 11:3 En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?
Matt 11:4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet:
Matt 11:5 b De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd.

b: Jes 29:18 En te dien dage zullen de doven horen de woorden des Boeks; en de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien.
Jes 35:5 Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.
Jes 61:1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;
Luk 4:18 De Geest des Heeren [is] op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; (4:19) Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid;

Matt 11:6 En zalig is hij, die aan Mij niet zal ge�rgerd worden.

Jezus’ getuigenis over Johannes

Matt 11:7 c Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?

c: Luk 7:24 Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?

Matt 11:8 Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die zachte [klederen] dragen, zijn in der koningen huizen.
Matt 11:9 Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.
Matt 11:10 Want deze is het, van dewelken geschreven staat: d Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg bereiden zal voor U heen.

d: Mal 3:1 Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen.
Mark 1:2 Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.
Luk 7:27 Deze is het, van welken geschreven is: Ziet, Ik zende Mijn engel voor uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.

Matt 11:11 Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij.
Matt 11:12 a En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.

e: Luk 16:16 De wet en de profeten [zijn] tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve.

Matt 11:13 Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.
Matt 11:14 f En zo gij het wilt aannemen, hij is El�as, die komen zou.

f: Mal 4:5 Ziet, Ik zende ulieden den profeet El�a, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.
Luk 1:17 En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van El�as, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.

Matt 11:15 Wie oren heeft om te horen, die hore.
Matt 11:16 Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? g Het is gelijk aan de kinderkens, die op de markten zitten, en hun gezellen toeroepen.

g: Luk 7:31 En de Heere zeide: Bij wien zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en wien zijn zij gelijk?

Matt 11:17 En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend.
Matt 11:18 h Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel.

h: Matt 3:4 En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig.
Mark 1:6 En Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden, en at sprinkhanen en wilde honig.

Matt 11:19 De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, [Die] een vraat en wijnzuiper [is], een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.

De drie onboetvaardige steden

Matt 11:20 i Toen begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.

i: Luk 10:13 Wee u, Ch�razin, wee u, Beths��da, want zo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden eertijds, in zak en as zittende, zich bekeerd hebben.

Matt 11:21 Wee u, Ch�razin! wee u Beths��da! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds ink zak en as bekeerd hebben.

k: 2Sam 13:19 Toen nam Thamar as op haar hoofd, en scheurde den veelvervigen rok, dien zij aanhad; en zij leide haar hand op haar hoofd, en ging vast henen en kreet.
2Kon 6:30 En het geschiedde, als de koning de woorden dezer vrouw gehoord had, dat hij zijn klederen scheurde, alzo hij op den muur voortging; en het volk zag, dat, ziet, een zak van binnen over zijn vlees was.
2Kon 19:1 En het geschiedde, als de koning Hizk�a [dat] hoorde, zo scheurde hij zijn klederen, en bedekte zich met een zak, en ging in het huis des HEEREN.

Matt 11:22 l Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden.

l: Matt 10:15 Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van S�dom en Gom�rra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.

Matt 11:23 En gij, Kap�rna�m! die tot den hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Want zo in S�dom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden tot op den huidigen dag gebleven zijn.
Matt 11:24 Doch Ik zeg u, m dat het den lande van S�dom verdragelijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u.

m: Matt 10:15 Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van S�dom en Gom�rra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.

Des Vaders welbehagen

Matt 11:25 n In dienzelfden tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! o dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.

n: Luk 10:21 Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.

o: Job 5:12 Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten.
Jes 29:14 Daarom, ziet, Ik zal voorts wonderlijk handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaarlijk; want de wijsheid zijner wijzen zal vergaan, en het verstand zijner verstandigen zal zich verbergen.
Luk 10:21 Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.
1Kor 1:19 Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken.
1Kor 2:7 Maar wij spreken de wijsheid Gods, [bestaande] in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was;
1Kor 2:8 Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben.

Matt 11:26 Ja, Vader! Want alzo is geweest het welbehagen voor U.
Matt 11:27 p Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en q niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.

p: Matt 28:18 En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Luk 10:22 Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.
Joh 3:35 De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.

q: Joh 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft [Hem ons] verklaard.
Joh 6:46 Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.

Matt 11:28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
Matt 11:29 Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik r zachtmoedig ben en nederig van hart; s en gij zult rust vinden voor uw zielen.

r: Ps 45:5 En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren.

s: Jer 6:16 Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen [daarin] niet wandelen.

Matt 11:30 t Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

t: 1Joh 5:3 Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 10:41 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme