My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Markus 10

De heiligheid van het huwelijk.

Mark 10:1 En a van daar opgestaan zijnde, ging Hij naar de landpalen van Jud�a, door de overzijde van de Jordaan; en de scharen kwamen wederom samen bij Hem, en gelijk Hij gewoon was, leerde Hij hen wederom.

a: Matt 19:1 En het geschiedde, toen Jezus deze woorden ge�indigd had, dat Hij vertrok van Galil�a, en kwam over de Jordaan, in de landpalen van Jud�a.

Mark 10:2 En de Farize�n, tot Hem komende, vraagden Hem, of het een man geoorloofd is, [zijn] vrouw te verlaten, Hem verzoekende.
Mark 10:3 Maar Hij antwoordende, zeide tot hen: Wat heeft u Mozes geboden?
Mark 10:4 En zij zeiden: b Mozes heeft toegelaten een scheidbrief te schrijven, en [haar] te verlaten.

b: Deut 24:1 Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
Jer 3:1 Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt [met] veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
Matt 5:31 Er is ook gezegd: Zo wie zijn vrouw verlaten zal, die geve haar een scheidbrief.

Mark 10:5 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Vanwege de hardigheid uwer harten heeft hij ulieden dat gebod geschreven.
Mark 10:6 c Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt.

c: Gen 1:27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
Matt 19:4 Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne [den mens] gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?

Mark 10:7 d Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;

d: Gen 2:24 Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot ��n vlees zijn.
1Kor 6:16 Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, ��n lichaam [met haar] is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot ��n vlees wezen.
Efez 5:31 Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot ��n vlees wezen.

Mark 10:8 En die twee zullen tot ��n vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar ��n vlees.
Mark 10:9 e Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.

e: 1Kor 7:10 Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Heere, dat de vrouw van den man niet scheide.

Mark 10:10 En in het huis vraagden Hem Zijn discipelen wederom van hetzelve.
Mark 10:11 f En Hij zeide tot hen: Zo wie zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel tegen haar.

f: Matt 5:32 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die maakt, dat zij overspel doet; en zo wie de verlatene zal trouwen, die doet overspel.
Matt 19:9 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, [die] doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet [ook] overspel.
Luk 16:18 Een iegelijk, die zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel; en een iegelijk, die de verlatene van den man trouwt, die doet [ook] overspel.
1Kor 7:10 Doch den getrouwden gebiede niet ik, maar de Heere, dat de vrouw van den man niet scheide.

Mark 10:12 En indien een vrouw haar man zal verlaten, en met een anderen trouwen, die doet overspel.

Jezus zegent de kinderen.

Mark 10:13 g En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.

g: Matt 19:13 Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve.
Luk 18:15 En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, [dat] ziende, bestraften dezelve.

Mark 10:14 Maar Jezus, [dat] ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; h want derzulken is het Koninkrijk Gods.

h: Matt 18:3 En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.
Matt 19:14 Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.
1Kor 14:20 Broeders, wordt geen kinderen in het verstand, maar zijt kinderen in de boosheid, en wordt in het verstand volwassen.
1Petr 2:2 En, als nieuwgeborene kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen;

Mark 10:15 Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.
Mark 10:16 i En Hij omving ze met Zijn armen, [en] de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.

i: Matt 19:5 En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot ��n vlees zijn;
Mark 9:36 En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen:

De rijke jongeling.

Mark 10:17 k En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knie�n vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven be�rve?

k: Matt 19:16 En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
Luk 18:18 En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven be�rven?

Mark 10:18 En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan E�n, [namelijk] God.
Mark 10:19 Gij weet de geboden: l Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.

l: Ex 20:13 Gij zult niet doodslaan.
Ex 21:12 Wie iemand slaat, dat hij sterft, die zal zekerlijk gedood worden.
Deut 5:17 Gij zult niet doodslaan.
Rom 13:9 Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, [namelijk] in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.

Mark 10:20 Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.
Mark 10:21 En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: m Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.

m: Matt 6:19 Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen;
Luk 12:33 Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maaktuzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft.
Luk 16:9 En Ik zeg ulieden: Maakt uzelven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.
1Tim 6:17 Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig zijn, noch [hun] hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, Die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten;

Mark 10:22 Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.
Mark 10:23 En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: n Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!

n: Spr 11:28 Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.
Matt 19:23 En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.
Luk 18:24 Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan!

Mark 10:24 En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!
Mark 10:25 Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.
Mark 10:26 En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden?
Mark 10:27 Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; o want alle dingen zijn mogelijk bij God.

o: Job 42:2 Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden.
Jer 32:17 Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
Zach 8:6 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het [daarom] ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
Luk 1:37 Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

Mark 10:28 p En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.

p: Matt 4:20 Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn Hem nagevolgd.
Matt 19:27 Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?
Luk 5:11 En als zij de schepen aan land gestuurd hadden, verlieten zij alles, en volgden Hem.
Luk 18:28 En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.

Mark 10:29 En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies [wil],
Mark 10:30 Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.
Mark 10:31 q Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en [velen], die de laatsten [zijn], de eersten.

q: Matt 19:30 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.
Matt 20:16 Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
Luk 13:30 En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.

Derde aankondiging van het lijden.

Mark 10:32 r En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;

r: Matt 16:21 Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesteren, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.
Matt 17:22 En als zij in Galil�a verkeerden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen;
Matt 20:18 Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen;
Mark 8:31 En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.
Mark 9:31 Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.
Luk 9:22 Zeggende: De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood en ten derden dage opgewekt worden.
Luk 18:31 En Hij nam de twaalven bij Zich, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan den Zoon des mensen, wat geschreven is door de profeten.
Luk 24:7 Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.

Mark 10:33 [Zeggende]: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren;
Mark 10:34 En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

De zonen van Zebed��s

Mark 10:35 s En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebed��s, zeggende: Meester! wij wilden [wel], dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.

s: Matt 20:20 Toen kwam de moeder der zonen van Zebed��s tot Hem met haar zonen, [Hem] aanbiddende, en begerende wat van Hem.

Mark 10:36 En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?
Mark 10:37 En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter-, en de ander aan Uw linker[hand] in Uw heerlijkheid.
Mark 10:38 Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, tdaar Ik mede gedoopt word?

t: Matt 20:22 Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.
Luk 12:50 Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij!

Mark 10:39 En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;
Mark 10:40 Maar het zitten tot Mijn rechter- en tot Mijn linker[hand] staat bij Mij niet te geven; maar [het zal gegeven worden] v dien het bereid is.

v: Matt 25:34 Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter [hand zijn]: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! be�rft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.

Mark 10:41 x En als de [andere] tien [dit] hoorden, begonnen zij het van Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen.

x: Matt 20:24 En als de [andere] tien [dat] hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.

Mark 10:42 Maar Jezus, het tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, y dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen.

y: Matt 20:25 En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen.
Luk 22:25 En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige [heren] genaamd.

Mark 10:43 z Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.

z: 1Petr 5:3 Noch als heerschappij voerende over het erfdeel [des Heeren], maar [als] voorbeelden der kudde geworden zijnde.

Mark 10:44 En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.
Mark 10:45 Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen a om gediend te worden, maar om te dienen, en b Zijn ziel te geven [tot] een rantsoen voor velen.

a: Joh 13:14 Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.
Filipp 2:7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

b: Efez 1:7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
Kol 1:14 In Denwelken wij de verlossing hebben door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der zonden;
1Tim 2:6 Die Zichzelven gegeven heeft [tot] een rantsoen voor allen, [zijnde] de getuigenis te zijner tijd;
Tit 2:14 Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

De blinde Bartim��s

Mark 10:46 c En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Tim��s, Bar-Tim��s, de blinde, aan den weg, bedelende.

c: Matt 20:29 En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd.
Luk 18:35 En het geschiedde, als Hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan den weg zat, bedelende.

Mark 10:47 En horende, dat het Jezus de Nazar�ner was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.
Mark 10:48 En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.
Mark 10:49 En Jezus, [stil] staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.
Mark 10:50 En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.
Mark 10:51 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.
Mark 10:52 En Jezus zeide tot hem: Ga heen, d uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.

d: Matt 9:22 En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)
Mark 5:34 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 10:40 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme