My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Lukas 1

Inleiding

Luk 1:1 Nademaal velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben;
Luk 1:2 Gelijk ons overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn;
Luk 1:3 Zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theófilus!
Luk 1:4 Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt.

Aankondiging van Johannes’ geboorte.

Luk 1:5 In de dagen van Heródes, den koning van Judéa, was een zeker priester, met name Zacharías, a van de dagorde van Abía; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aäron(verheven berg, lichtbrenger), en haar naam Elizabet.

a: 1Kron 24:10 Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abía,

Luk 1:6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.
Luk 1:7 En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.
Luk 1:8 En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde.
Luk 1:9 Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, b dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te c reukofferen.

b: Hebr 9:6 Deze dingen nu, aldus toebereid zijnde, zo gingen wel de priesters in den eersten tabernakel, te allen tijde, om de [gods] diensten te volbrengen;

c: Ex 30:7 En Aäron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
Lev 16:17 En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israël.

Luk 1:10 En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.
Luk 1:11 En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechter [zijde] van het altaar des reukoffers.
Luk 1:12 En Zacharías, [hem] ziende, werd ontroerd, en vreze is op hem gevallen.
Luk 1:13 Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharías! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en d gij zult zijn naam heten Johannes.

d: Luk 1:60 En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet [alzo], maar hij zal Johannes heten.

Luk 1:14 En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen e zullen zich over zijn geboorte verblijden.

e: Luk 1:58 En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en waren met haar verblijd.

Luk 1:15 Want hij zal groot zijn voor den Heere; f noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan.

f: Richt 13:4 Zo wacht u toch nu, en drink geen wijn noch sterken drank, en eet niets onreins.

Luk 1:16 En g hij zal velen der kinderen Israëls bekeren tot den Heere, hun God.

g: Mal 4:6 En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.
Matt 11:14 En zo gij het wilt aannemen, hij is Elías, die komen zou.

Luk 1:17 En h hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elías, i om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.

h: Matt 3:2 En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Mark 9:12 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Elías zal wel eerst komen, en alles weder oprichten; en [het zal geschieden], gelijk geschreven is van den Zoon des mensen, dat Hij veel lijden zal en veracht worden.

i: Mal 4:6 En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.

Luk 1:18 En Zacharías zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Want k ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.

k: Gen 17:17 Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, [een kind] geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?

Luk 1:19 En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen.
Luk 1:20 En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd.
Luk 1:21 En het volk was wachtende op Zacharías, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel.
Luk 1:22 En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom.
Luk 1:23 En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging.
Luk 1:24 En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende:
Luk 1:25 Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij [mij] aangezien heeft, om l mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen.

l: Gen 30:23 En zij werd bevrucht, en baarde een zoon; en zij zeide: God heeft mijn smaadheid weggenomen!
Jes 4:1 En te dien dage zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg.

Aankondiging van Jezus’ geboorte.

Luk 1:26 En in de zesde maand werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galiléa, genaamd Názareth;
Luk 1:27 m Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.

m: Matt 1:18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest.

Luk 1:28 En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere [is] met u; gij [zijt] gezegend onder de vrouwen.
Luk 1:29 En als zij [hem] zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overleide, hoedanig deze groetenis mocht zijn.
Luk 1:30 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden.
Luk 1:31 n En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn o Naam heten JEZUS.

n: Jes 7:14 Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUËL heten.

o: Matt 1:21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

Luk 1:32 p Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en q God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.

p: Jes 54:5 Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.

q: 2Sam 7:12 Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.
Ps 132:11 De HEERE heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, [zeggende]: Van de vrucht uws buiks zal Ik op uw troon zetten.
Jes 9:6 Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.

Luk 1:33 r En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.

r: 1Kron 22:10 Die zal Mijn Naam een huis bouwen, en die zal Mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een Vader; en Ik zal den troon zijns rijks over Israël bevestigen tot in eeuwigheid.
Ps 45:7 Uw troon, o God! is eeuwiglijk en altoos; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid.
Ps 89:37 Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.
Jer 23:5 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige [Spruit] zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.
Dan 7:14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.
Dan 7:27 Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder den gansen hemel, zal gegeven worden den volke der heiligen der hoge [plaatsen], welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen.
Micha 4:7 En Ik zal haar, die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die verre henen verstoten was, tot een machtig volk; en de HEERE zal Koning over hen zijn op den berg Sions, van nu aan tot in eeuwigheid.
Hebr 1:8 Maar tot den Zoon [zegt Hij]: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.

Luk 1:34 En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?
Luk 1:35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.
Luk 1:36 En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelve bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde.
Luk 1:37 s Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

s: Job 42:2 Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden.
Jer 32:17 Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
Zach 8:6 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het [daarom] ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
Matt 19:26 En Jezus, [hen] aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
Luk 18:27 En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God.

Luk 1:38 En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar.

Maria bij Elisabet.

Luk 1:39 En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda;
Luk 1:40 En kwam in het huis van Zacharías, en groette Elizabet.
Luk 1:41 En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest;
Luk 1:42 En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend [zijt] gij onder de vrouwen, en gezegend [is] de vrucht uws buiks!
Luk 1:43 En van waar [komt] mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?
Luk 1:44 Want zie, als de stem uwer groetenis in mijn oren geschiedde, zo sprong het kindeken van vreugde op in mijn buik.
Luk 1:45 t En zalig is [zij], die geloofd heeft; want de dingen, die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden.

t: Luk 11:28 Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.

Luk 1:46 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere;
Luk 1:47 En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker;
Luk 1:48 Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien; want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten.
Luk 1:49 Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig [is] Zijn Naam.
Luk 1:50 v En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem vrezen.

v: Ex 20:6 En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.

Luk 1:51 x Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm; y Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten.

x: Jes 51:9 Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, Gij arm des HEEREN! ontwaak als in de verledene dagen, [als in] de geslachten van ouds; zijt Gij het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die den zeedraak verwond hebt?
Jes 52:10 De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods.

y: Ps 33:10 De HEERE vernietigt den raad der heidenen; Hij breekt de gedachten der volken.
1Petr 5:5 Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.

Luk 1:52 Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en z nederigen heeft Hij verhoogd.

z: 1Sam 2:8 Hij verheft den geringe uit het stof, [en] den nooddruftige verhoogt Hij uit den drek, om te doen zitten bij de vorsten, dat Hij hen den stoel der ere doe beërven; want de grondvesten des aardrijks zijn des HEEREN, en Hij heeft de wereld daarop gezet.
Ps 113:6 Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde.

Luk 1:53 a Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden.

a: Ps 34:11 [Caph]. De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.

Luk 1:54 b Hij heeft Israël, Zijn knecht, opgenomen, opdat Hij gedachtig ware der barmhartigheid.

b: Jes 30:18 En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme, want de HEERE is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen, die Hem verwachten.
Jes 41:9 Gij, welken Ik gegrepen heb van de einden der aarde, en uit haar bijzonderste geroepen heb; en zeide tot u: Gij zijt Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren, en heb u niet verworpen.
Jes 54:5 Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.
Jer 31:3 De HEERE is mij verschenen van verre [tijden]! Ja, Ik heb u liefgehad [met] een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken [met] goedertierenheid.
Jer 31:20 Is [niet] Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij [Mij niet] een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.

Luk 1:55 (Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, [namelijk] c tot Abraham, en zijn zaad) in eeuwigheid.

c: Gen 17:19 En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.
Gen 22:18 En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt.
Ps 132:11 De HEERE heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, [zeggende]: Van de vrucht uws buiks zal Ik op uw troon zetten.

Luk 1:56 En Maria bleef bij haar omtrent drie maanden, en keerde weder tot haar huis.

De geboorte van Johannes den Doper.

Luk 1:57 En de tijd van Elizabet werd vervuld, dat zij baren zoude, en zij baarde een zoon.
Luk 1:58 En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en d waren met haar verblijd.

d: Luk 1:14 En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.

Luk 1:59 En het geschiedde, dat zij op den e achtsten dag kwamen, om het kindeken te besnijden, en noemden het Zacharías, naar den naam zijns vaders.

e: Gen 17:12 Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;
Lev 12:3 En op den achtsten dag zal het vlees zijner voorhuid besneden worden.

Luk 1:60 En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet [alzo], maar f hij zal Johannes heten.

f: Luk 1:13 Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharías! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes.

Luk 1:61 En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt.
Luk 1:62 En zij wenkten zijn vader, hoe hij wilde, dat hij genaamd zou worden.
Luk 1:63 En als hij een schrijftafeltje geëist had, schreef hij, zeggende: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
Luk 1:64 En terstond werd zijn mond geopend, en zijn tong [losgemaakt]; en hij sprak, God lovende.
Luk 1:65 En er kwam vrees over allen, die rondom hen woonden; en in het gehele gebergte van Judéa werd veel gesproken van al deze dingen.
Luk 1:66 En allen, die het hoorden, namen het ter harte, zeggende: Wat zal toch dit kindeken wezen? En de hand des Heeren was met hem.

De lofzang van Zacharias.

Luk 1:67 En Zacharías, zijn vader, werd vervuld met den Heiligen Geest, en profeteerde, zeggende:
Luk 1:68 Geloofd [zij] de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke;
Luk 1:69 g En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht;

g: Ps 132:17 Daar zal Ik David een hoorn doen uitspruiten; Ik heb voor Mijn Gezalfde een lamp toegericht.

Luk 1:70 h Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige profeten, die van het begin der wereld [geweest zijn];

h: Ps 72:12 Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.
Jes 40:10 Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.
Jer 23:6 In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israël zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
Jer 30:10 Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt de HEERE, ontzet u niet, Israël! want zie, Ik zal u uit verre [landen] verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die [hem] verschrikke.
Dan 9:27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en [in] de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

Luk 1:71 [Namelijk] een verlossing van onze vijanden, en van de hand al dergenen, die ons haten;
Luk 1:72 Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond;
Luk 1:73 i [En] aan den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft, om ons te geven.

i: Gen 22:16 En zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de HEERE; daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt;
Ps 105:9 [Des verbonds], dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;
Jer 31:33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Hebr 6:13 Want als God aan Abraham de belofte deed, dewijl Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven,
Hebr 6:17 Waarin God, willende den erfgenamen der beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed daartussen is gekomen;

Luk 1:74 k Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze.

k: Hebr 9:14 Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?

Luk 1:75 l In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens.

l: 1Petr 1:15 Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, [zo] wordt ook gijzelven heilig in al [uw] wandel;

Luk 1:76 m En gij, kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren heengaan, om Zijn wegen te bereiden;

m: Luk 1:17 En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elías, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.
Mal 4:5 Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elía, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

Luk 1:77 n Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden,

n: Luk 3:3 En hij kwam in al het omliggende land der Jordaan, predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.

Luk 1:78 Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de o Opgang uit de hoogte;

o: Mal 4:2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

Luk 1:79 p Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.

p: Jes 9:1 (8:23) Maar [het land], dat beangstigd was, zal niet [gans] verduisterd worden; gelijk als Hij het in den eersten tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar den weg zeewaarts aan [gelegen] over de Jordaan, aan Galiléa der heidenen.
Jes 42:7 Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, [en] uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Jes 43:8 Breng voort het blinde volk, hetwelk ogen heeft, en de doven, die oren hebben.
Jes 49:9 Om te zeggen tot de gebondenen: Gaat uit; tot hen, die in duisternis zijn: Komt te voorschijn; zij zullen op de wegen weiden, en op alle hoge plaatsen zal hun weide wezen.
Jes 60:1 Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op.

Luk 1:80 q En het kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en was in de woestijnen, tot den dag zijner vertoning aan Israël.

q: Luk 2:40 En het Kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en vervuld met wijsheid; en de genade Gods was over Hem.

Spread the Scripture
Updated: October 28, 2019 — 10:39 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme