My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Job 26

Job verheerlijkt Gods majesteit.

1 Maar Job antwoordde en zeide:
2 Hoe hebt gij geholpen dien, die zonder kracht is, [en] behouden den arm, [die] zonder sterkte is?
3 Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?
4 Aan wien hebt gij [die] woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?
5 De doden zullen geboren worden van onder de wateren, en hun inwoners.
6 De hel is anaakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf.

a: Psa 139:8 Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.
Psa 139:11 Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.
Spr 15:11 De hel en het verderf zijn voor den HEERE; hoeveel te meer de harten van des mensen kinderen?
Heb 4:13 En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.

bHij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet.

b: Psa 104:2 Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.

8 Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.
cHij houdt het vlakke [Zijns] troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

c: Job 9:8 Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee;
Psa 104:2 Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.
Psa 104:3 Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.

10 dHij heeft een gezet perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, etot aan de voleinding toe des lichts met de duisternis.

d: Job 38:8 Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?
Psa 33:7 Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt den afgronden schatkameren.
Psa 104:9 Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.
Jer 5:22 Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet

e: Gen 1:9 En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo.
Job 38:8 Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?
Psa 104:9 Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.
Spr 8:29 Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde;
Jer 5:22 Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.

11 De pilaren des hemels sidderen, en ontzetten zich voor Zijn schelden.
12 Door Zijn kracht fklieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij [haar] verheffing.

f: Isa 51:15 Want Ik ben de HEERE, uw God, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.

13 gDoor Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

g: Psa 33:6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.

14 Ziet, dit zijn [maar] uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

Spread the Scripture
Updated: November 15, 2019 — 11:05 am
My CMS © 2018 Frontier Theme