My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Job 13

Job wendt zich tot God.

1 Ziet, [dat] alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan.
2 Gelijk gijlieden [het] weet, weet ik het ook; ik zwicht niet voor u.
3 Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust [mij] te verdedigen voor God.
4 Want gewisselijk, gij zijt leugenstoffeerders; gij allen zijt anietige medicijnmeesters.

a: Job 16:2 Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters.

bOch, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.

b: Spr 17:28 Een dwaas zelfs, die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig.

6 Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.
cZult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

c: Job 17:5 Die met vleiing den vrienden wat aanzegt, ook zijner kinderen ogen zullen versmachten.
Job 32:21 Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike!
Job 36:4 Want voorwaar, mijn woorden zullen geen valsheid zijn; een, die oprecht is van gevoelen, is bij u.

8 Zult gij Zijn aangezicht aannemen? Zult gij voor God twisten?
9 Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken? Zult gij met Hem spotten, gelijk men met een mens spot?
10 Hij zal u gewisselijk bestraffen, zo gij in het verborgene het aangezicht aanneemt.
11 Zal u niet Zijn hoogheid verschrikken, en Zijn vreze over u vallen?
12 Uw gedachtenissen zijn gelijk as, uw hoogten als hoogten van leem.
13 Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij.
14 Waarom zou ik mijn vlees in mijn tanden nemen, en mijn ziel in mijn hand stellen?
15 Ziet, [zo] Hij mij doodde, dzou ik niet hopen? Evenwel zal ik mijn wegen voor Zijn aangezicht verdedigen.

d: Psa 23:4 Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
Spr 14:32 De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood.

16 Ook zal Hij mij tot zaligheid zijn; maar een huichelaar zal voor Zijn aangezicht niet komen.
17 Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.
18 Ziet nu, ik heb het recht ordentelijk gesteld; ik weet, dat ik rechtvaardig zal verklaard worden.
19 Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.
20 Alleenlijk doe etwee dingen niet met mij; dan zal ik mij van Uw aangezicht niet verbergen.

e: Job 9:34 Dat Hij van op mij Zijn roede wegdoe, en dat Zijn verschrikking mij niet verbaasd make;
Job 33:7 Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn.

21 Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.
22 Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.
23 Hoeveel misdaden en zonden heb ik? Maak mijn overtreding en mijn zonden mij bekend.
24 Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij fvoor Uw vijand?

f: Job 16:10 Zij gapen met hun mond tegen mij; zij slaan met smaadheid op mijn kinnebakken; zij vervullen zich te zamen aan mij.
Job 19:11 Daartoe heeft Hij Zijn toorn tegen mij ontstoken, en mij bij Zich geacht als Zijn vijanden.
Job 33:10 Zie, Hij vindt oorzaken tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand.
Kla 2:5 He. De Heere is geworden als een vijand; Hij heeft Israel verslonden, Hij heeft al haar paleizen verslonden. Hij heeft deszelfs vastigheden verdorven; en Hij heeft bij de dochter van Juda het klagen en kermen vermenigvuldigd.

25 Zult Gij een gedreven blad verbrijzelen, en zult Gij een drogen stoppel vervolgen?
26 Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen; en Gij doet mij erven de misdaden gmijner jonkheid.

g: Psa 25:7 Cheth. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!

27 Gij hlegt ook mijn voeten in den stok, en neemt waar al mijn paden; Gij drukt U in de wortelen mijner voeten,

h: Job 33:11 Hij legt mijn voeten in den stok; Hij neemt al mijn paden waar.

28 En hij veroudert als een verrotting, als een kleed, dat de mot opeet.

Spread the Scripture
Updated: November 14, 2019 — 12:32 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme