My CMS

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Job 11

Zofar hekelt Job.

1 Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:
2 Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben?
3 Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand [u] beschamen?
4 Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.
5 Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;
6 En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.
7 Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?
8 [Zij] [is] [als] de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?
9 Langer dan de aarde is haar maat, en breder dan de zee.
10 Indien Hij voorbijgaat, opdat Hij overlevere of vergadere, wie zal dan Hem afkeren?
11 aWant Hij kent de ijdele lieden en Hij ziet de ondeugd; zou Hij dan niet aanmerken?

a: Psa 10:11 Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid.
Psa 10:14 Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees.
Psa 35:22 HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij.

12 bDan zal een verstandeloos man kloekzinnig worden; hoewel de mens [als] het veulen eens woudezels geboren is.

b: Job 5:8 Doch ik zou naar God zoeken, en tot God mijn aanspraak richten;
Job 22:21 Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.
Pre 3:18 Ik zeide in mijn hart van de gelegenheid der mensenkinderen, dat God hen zal verklaren, en dat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn aan zichzelven.

13 Indien gij uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit.
14 Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.
15 Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.
16 Want gij zult de moeite vergeten, [en] [harer] gedenken als der wateren, die voorbijgegaan zijn.
17 Ja, [uw] tijd zal klaarder dan de middag oprijzen; gij zult uitvliegen, als cde morgenstond zult gij zijn.

c: Psa 37:6 En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
Psa 112:4 Zain. Den oprechten gaat het licht op in de duisternis; Cheth. Hij is genadig, en barmhartig, en rechtvaardig.

18 En gij zult vertrouwen, omdat er verwachting zal zijn; en gij zult graven, dgerustelijk zult gij slapen;

d: Lev 26:5 En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.

19 eEn gij zult nederliggen, en niemand zal [u] verschrikken; en velen zullen uw aangezicht smeken.

e: Lev 26:6 Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
Psa 3:6 Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.
Psa 4:9 Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen.
Spr 3:24 Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen.

20 Maar fde ogen der goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing der ziel.

f: Job 8:13 Alzo zijn de paden van allen, die God vergeten; en de verwachting des huichelaars zal vergaan.
Job 8:14 Van denwelke zijn hoop walgen zal; en zijn vertrouwen zal zijn een huis der spinnekop.
Job 18:14 Zijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen.

Spread the Scripture
Updated: November 14, 2019 — 12:28 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme