Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Genesis 2

De zevende dag geheiligd.

Gen 2:1 Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.
Gen 2:2 aAls nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

a) Exo 20:11 Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.
Exo 31:17 Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.
Deu 5:14 Maar de zevende dag is de sabbat des HEERE, uws God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij.
Heb 4:4 Want Hij heeft ergens van den zevenden dag aldus gesproken: En God heeft op den zevenden dag van al Zijn werken gerust.

Gen 2:3 En God heeft den zevenden dag gezegend, en heiligde; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.

De schepping van den mens.

Gen 2:4 Dit zijn de geboorten des hemel en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.
Gen 2:5 En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen.
Gen 2:6 Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den gansen aardbodem.
Gen 2:7 En de HEERE God had den mens geformeerd uit het bstof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens ctot een levende ziel.

b) 1Co 15:47 De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de HEERE uit den hemel.
Gen 2:8 Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar den mens, dien Hij geformeerd had.

c) 1Co 15:45 Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Ruah.

Gen 2:9 En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en dden boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.

d) Rev 2:7 Die oren heeft, die hore wat de Ruah tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs God is.

Gen 2:10 En een rivier was voortgaande uit Eden, om dezen hof te bewateren; en werd van daar verdeeld, en werd tot vier hoofden.
Gen 2:11 De naam der eerste rivier is Pison; deze is het, die het ganse land van Havila omloopt, waar het goud is.
Gen 2:12 En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix.
Gen 2:13 En de naam der tweede rivier is Gihon; deze is het, die het ganse land Cusch omloopt.
Gen 2:14 En de naam der derde rivier is Hiddekel; deze is gaande naar het oosten van Assur. En de vierde rivier is Frath.
Gen 2:15 Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.
Gen 2:16 En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten;
Gen 2:17 Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

Het huwelijk.

Gen 2:18 Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.
Gen 2:19 Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemel gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zo als Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.
Gen 2:20 Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemel, en van al het gedierte des velds; maar voor den mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.
Gen 2:21 Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees.
Gen 2:22 En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij evan Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.

e) 1Co 11:8 Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man.

Gen 2:23 Toen zeide Adam: Deze is ditmaal fbeen van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.

f) Mal 2:14 Gij nu zegt: Waarom? Daarom dat de HEERE een Getuige geweest is, tussen u en tussen de huisvrouw uwer jeugd, met dewelke gij trouwelooslijk handelt; daar zij toch uw gezellin, en de huisvrouw uws verbonds is.
Eph 5:30 Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.
Eph 5:31 Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.

Gen 2:24 gDaarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; hen zij zullen tot een vlees zijn.

g) Mat 19:5 En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn;
Mar 10:7 Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;
Eph 5:31 Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.

h) 1Co 6:16 Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, een lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot een vlees wezen.
Eph 5:28 Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief.
Eph 5:29 Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de HEERE de Gemeente.

Gen 2:25 En zij waren beiden inaakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.

i) Gen 3:7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten.

Spread the Scripture
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •   
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Updated: October 18, 2019 — 9:52 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme