Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Genesis 10

De nakomelingen van Jafeth.

Gen 10:1 Dit nu zijn de geboorten van aNoachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

a) 1Kr 1:4 Noach, Sem, Cham en Jafeth.

Gen 10:2 De bzonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

b) 1Kr 1:5 De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

Gen 10:3 En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.
Gen 10:4 En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.
Gen 10:5 Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.

De nakomelingen van Cham.

Gen 10:6 En de zonen van cCham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

c) 1Kr 1:8 De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

Gen 10:7 En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.
Gen 10:8 En dCusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.

d) 1Kr 1:10 Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.

Gen 10:9 Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.
Gen 10:10 En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.
Gen 10:11 Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.
Gen 10:12 En Resen, tussen Nineve en tussen Kalach; deze is die grote stad.
Gen 10:13 En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
Gen 10:14 En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.
Gen 10:15 En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
Gen 10:16 En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,
Gen 10:17 En den Hivviet, en den Arkiet, en den Siniet,
Gen 10:18 En den Arvadiet, en den Tsemariet, en den Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.
Gen 10:19 En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.
Gen 10:20 Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

De nakomelingen van Sem

Gen 10:21 Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
Gen 10:22 eSems zonen waren Elam, en Assur, en fArfachsad, en Lud, en Aram.

e) 1Kr 1:17 De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

f) Gen 11:10 Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.

Gen 10:23 En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.
Gen 10:24 En gArfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

g) 1Kr 1:18 Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

Gen 10:25 En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.
Gen 10:26 En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,
Gen 10:27 En Hadoram, en Usal, en Dikla,
Gen 10:28 En Obal, en Abimael, en Scheba,
Gen 10:29 En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.
Gen 10:30 En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.
Gen 10:31 Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.
Gen 10:32 Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.

Spread the Scripture
Updated: October 18, 2019 — 9:43 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme