Schrift met Schrift vergelijken

Matt 10:38  En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.

Exodus 6

Exo 6:1 Verder sprak God tot Mozes, en zeide tot hem: Ik ben de HEERE,
Exo 6:2 En Ik ben aan Abraham, Izak, en Jakob verschenen, als God de Almachtige; doch met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest.
Exo 6:3 En ook heb Ik Mijn verbond met hen opgericht, dat Ik hun geven zou het land Kanaan, het land hunner vreemdelingschappen, waarin zij vreemdelingen geweest zijn.
Exo 6:4 En ook heb Ik gehoord het gekerm der kinderen Israels, die de Egyptenaars in dienstbaarheid houden, en Ik heb aan Mijn verbond gedacht.
Exo 6:5 Derhalve zeg tot de kinderen Israels: Ik ben de HEERE! en Ik zal ulieden uitleiden van onder de lasten der Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten;
Exo 6:6 En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de HEERE uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten der Egyptenaren.
Exo 6:7 En Ik zal ulieden brengen in dat land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik het aan Abraham, Izak, en Jakob geven zou; en Ik zal het ulieden geven tot een erfdeel, Ik, de HEERE!
Exo 6:8 En Mozes sprak alzo tot de kinderen Israels; doch zij hoorden naar Mozes niet, vanwege de benauwdheid des geestes, en vanwege de harde dienstbaarheid.
Exo 6:9) Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Exo 6:10) Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.
Exo 6:11) Doch Mozes sprak voor den HEERE, zeggende: Zie, de kinderen Israels hebben naar mij niet gehoord; hoe zou mij dan Farao horen? a) daartoe ben ik onbesneden van lippen.

a) Exo 4:10 Toen zeide Mozes tot den HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.
Exo 6:29 Toen zeide Mozes voor het aangezicht des HEEREN: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal dan Farao naar mij horen?

Geslacht van Mozes en Aäron

Exo 6:12 Evenwel sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron(verheven berg, lichtbrenger), en gaf hun bevel aan de kinderen Israels, en aan Farao, den koning van Egypte, om de kinderen Israels uit Egypteland te leiden.
Exo 6:13 Dit zijn de hoofden van ieder huis hunner vaderen: b) de zonen van Ruben, den eerstgeborene van Israel, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi; dit zijn de huisgezinnen van Ruben.

b) Gen 46:9 En de zonen van Ruben: Hanoch, en Pallu, en Hezron, en Karmi.
Num 26:5 Ruben was de eerstgeborene van Israel. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van welken was het geslacht der Hanochieten; van Pallu het geslacht der Palluieten;
1Kr 5:3 De kinderen van Ruben, den eerstgeborene van Israel, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi.

Exo 6:14 c) En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische; dit zijn de huisgezinnen van Simeon.

c) Gen 46:10 En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische vrouw.
Num 26:12 De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;
1Kr 4:24 De kinderen van Simeon waren Nemuel en Jamin, Jarib, Zerah, Saul.

Exo 6:15 d) Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.

d) Gen 46:11 En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.
Num 3:17 Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
Num 26:57 Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.
1Kr 6:1 De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.
1Kr 6:16 Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.
1Kr 23:7 Uit de Gersonieten waren Ladan en Simei.

Exo 6:16 e) De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.

e) 1Kr 6:17 En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei.
1Kr 23:7 Uit de Gersonieten waren Ladan en Simei.

Exo 6:17 f) En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.

f) 1Kr 6:18 En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.
1Kr 23:12 De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.

Exo 6:18 g) En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

g) 1Kr 6:19 De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.
1Kr 23:21 De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.

Exo 6:19 h) En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot een huisvrouw, en zij baarde hem Aaron(verheven berg, lichtbrenger) en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.

h) Exo 2:1 En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.
Num 26:59 En de naam der huisvrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi, welke de huisvrouw van Levi baarde in Egypte; en deze baarde aan Amram, Aaron, en Mozes, en Mirjam, hun zuster.

Exo 6:20 En de zonen van Jizhar: Korah, en Nefeg, en Zichri.
Exo 6:21 En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.
Exo 6:22 i) En Aaron(verheven berg, lichtbrenger) nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en k) zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

i) Num 3:2 En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.
Num 26:60 En aan Aaron werden geboren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

k) 1Kr 6:3 En de kinderen van Amram waren Aaron, en Mozes en Mirjam; en de kinderen van Aaron waren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.
1Kr 24:1 Aangaande nu de kinderen van Aaron, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aaron waren Nadab, en Abihu, Eleazar en Ithamar.

Exo 6:23 En de zonen van Korah waren: Assir, en Elkana, en Abiasaf; dat zijn de huisgezinnen der Korachieten.
Exo 6:24 En Eleazar, de zoon van Aaron(verheven berg, lichtbrenger), nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.
Exo 6:25 Dit is Aaron(verheven berg, lichtbrenger) en Mozes, tot welke de HEERE zeide: Leidt de kinderen Israels uit Egypteland, naar hun heiren.
Exo 6:26 Dezen zijn het, die tot Farao, den koning van Egypte, spraken, opdat zij de kinderen Israels uit Egypte leidden; dit is Mozes en Aaron(verheven berg, lichtbrenger).

Mozes treedt weer voor Farao

Exo 6:27 En het geschiedde te dien dage, als de HEERE tot Mozes sprak in Egypteland;
Exo 6:28 Zo sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Ik ben de HEERE! spreek tot Farao, den koning van Egypte, alles, wat Ik tot u spreek.
Exo 6:29 Toen zeide Mozes voor het aangezicht des HEEREN: Zie, l) ik ben onbesneden van lippen; hoe zal dan Farao naar mij horen?

l) Exo 4:10 Toen zeide Mozes tot den HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.
Exo 6:11 (6:10) Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.

Spread the Scripture
Updated: October 29, 2019 — 12:32 am
My CMS © 2018 Frontier Theme