Y Gwir yn erbyn y byd

De Waarheid tegen de wereld

De Palestijnse Staat

Zefanja, hoofdstuk 2. Vers 1 – 7.

  1. Doorzoek uzelf nauw, ja doorzoek nauw, gij volk, dat met  geen lust bevangen wordt!
  2. Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des Heeren toom over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van de toom des Heeren over ulieden nog niet komt.
  3. Zoekt den Heere, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken!
    Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toom des Heeren.
  4. Want Gaza zal verlaten wezen, en A’skelon zal ter verwoesting wezen; Asdod
    zal men in de middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.
  5. Wee den inwoneren van de landstreek der zee, den volken der Cherétim!
    Het Woord des Heeren zal tegen ulieden zijn, gij Kanaän, der Filistijnen land! En Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
  6. En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.
  7. En de landstreek zal wezen voor het overblijfsel van het huis van Juda, dat zij daarin weiden; des avonds zullen zij in de huizen van A’skelon legeren, als de Heere, hunlieder God, hen zal bezocht, en hun gevangenis zal gewend hebben.

Wat we vinden, in dit hoofdstuk is, volgens wat er boven staat, ‘Bedreigingen tegen verschillende volkeren’.

Dat mag dan zo wezen, maar die volken worden toch wel tamelijk nauwkeurig gespecificeerd en het eerste volk, tegen welke dan deze bedreigingen geuit worden, is het volk dat woont te Gaza, volgens vers 4, en wat woont in Askelon, Asdod en Ekron, vier plaatsnamen achter elkaar in vers 4.

Daarna wordt het genoemd de inwoneren van de landstreek der zee, de volken der Cherétim. Wat dat ook wezen mag, want daar bestaat nogal wat verschil van mening over. In ieder geval de landstreek der zee en daarmee heet het Kanaän en vervolgens heet het der Filistijnen land en daarna wordt gezegd Ik zal U verdoen enz.

In vers 7 wordt met nadruk gezegd dat dat land vervolgens gegeven zal worden aan het overblijfsel van het huis van Juda. Deze profetie staat bovendien met grote nadruk in verband met wat genoemd wordt in vers 2 : ‘de hittigheid van des Heeren toom’, vervolgens heet het: ‘de dag van den toorn des Heeren’ en aan het einde van vers 3 heet het eveneens: ‘den dag van den toorn des Heeren’.

Dat het daarbij dus gaat om de dag des toorns ‑ een betrekkelijk vaste uitdrukking ‑ en dat het gaat om de dag des Heeren, lijkt mij een duidelijke zaak. Beide uitdrukkingen worden hier dan ook gecombineerd, iets wat op andere plaatsen trouwens ook voorkomt, zoals wel drie uitdrukkingen van deze aard met elkaar worden verbonden.

 Als we lezen in Openbaring 6, dan lezen we daar, dat ter gelegenheid van het einde van de 70′ week van Daniël, zo wordt het daar helemaal niet genoemd hoor, daar lezen we dat ter gelegenheid van de verduistering van zon, maan en sterren, en dat is aan het einde van de 70e week van Daniël, nou ja, volgens Mattheüs 24 in elk geval, dat bij die gelegenheid de mens in het algemeen en vooral de machtigen, de koningen der aarde, enz. een schuilplaats zullen zoeken tussen de bergen, in de kloven der steenrotsen, of hoe het maar heten mag.

Een uitdrukking die tot mijn verbazing ook vele malen in de Bijbel voorkomt, is de uitdrukking daar in Openbaring 6: ‘Bergen valt op ons, en heuvelen bedekt ons, enz. en bescherm ons, verberg ons voor het aangezicht des Heeren’.

Ik zou geen reden weten waarom die bescherming ook niet daadwerkelijk zou plaatsvinden en waarom het gelovig overblijfsel inderdaad niet een toevlucht zou zoeken in de kloven der steenrotsen, temeer daar deze term ‘kloven der steenrotsen’ in de Bijbel gewoonlijk genoemd wordt ‑ heel expliciet ‑ in verband met het gebied van Edom, en dus Paran, Petra en al die dingen waar we het al vaker over gehad hebben dus daar ga ik nu niet verder op in.

Het is dus de dag des toorns. Het is tegelijkertijd het aanbreken van de dag des Heeren, want in Openbaring staat: ‘Zon, maan en sterren worden verduisterd en dan begint de dag des toorns (laatste verzen van Openbaring 6) en in Joël 2 wordt gezegd dat zon, maan en sterren verduisterd worden voordat de dag des Heeren komt. In Mattheüs 24 staat: ‘zon, maan en sterren verduisteren terstond na de verdrukking van die dagen’ en dus terstond na de drie en een half jarige verdrukking over het Joodse land, in de tweede helft van de 70e week van Daniël.

De gedachte is dus, om de dingen weer even snel op een rijtje te zetten, dat in de tweede helft van de 70e week van Daniël het oordeel van de Heer komt over een ongelovige Joodse staat en stad. Het loopt uit op de verwoesting van Jeruzalem, maar nog veel meer wordt verwoest.
Bovendien verschijnt bij die gelegenheid de Heer zelf. Men zegt wel verschijnt, maar eigenlijk moet je dat voorvoegsel weglaten, dan wordt het: schijnt de Heere’, want Hij is de enige die dan schijnt, omdat zon, maan en sterren zullen verduisterd worden. De hemel zal verduisterd worden en dan zal in de hemel schijnen het teken van de Zoon des mensen en Hij zal komen op de wolken des hemels en Hij zal zijn voeten zetten op de Olijfberg, een gescheurde Olijfberg bij die gelegenheid, en een gelovig overblijfsel uit Juda, in het bijzonder uit Jeruzalem, zal dan dus kunnen vluchten uit Palestina, uit Jeruzalem naar de woestijn.

Op dat moment eindigt niet de verdrukking. Op dat moment begint officieel de verdrukking, het oordeel Gods, de dag des Heeren, dat is het oordeel des Heeren. Dat begint dan over de volkeren der aarde met ingang van diezelfde gelegenheid. De Bijbelse gedachte is kennelijk, dat vanaf dat moment in de eerste plaats een oordeel zal komen over Edom, dan ook Egypte, ‘Vervolgens over Libanon (Tyrus en Sidon) en over Syrië. Dat zijn zo ongeveer de buurlanden. Moab trouwens ook, maar dat valt buiten dit Schriftgedeelte en behandelen we op dit moment niet.

Waar het nu wel om gaat, is dat bij diezelfde gelegenheid volgens deze profetie, een oordeel van de Heer zal komen over de Filistijnen. Het oordeel gaat naar de Filistijnen.

Deze lange inleiding was om aan te geven dat deze profetie op geen enkele wijze kan worden beschouwd als vervuld in het verleden. Het is best mogelijk dat deze profetie in het verleden een of andere toepassing gehad heeft en dat er gebeurtenissen zijn geweest in het verleden, die aanleiding waren voor deze profetie.

Hetzelfde geldt voor de profetieën over de val van Jeruzalem. Per slot is het al verscheidene malen gebeurd.

Hetzelfde geldt ook voor het oordeel over Edom. Petra of Sela is al verscheidene malen ingenomen door andere volkeren, enz.

Waar het om gaat is dat hier in dit Schriftgedeelte met grote nadruk gesproken wordt over de komst van de dag des Heeren, de komst van de dag van de toorn des Heeren, enz.

Het gaat dus inderdaad over de gebeurtenissen die zullen plaatsvinden in de toekomst.

Wat ons het meest zou moeten opvallen in dit Schriftgedeelte, is het verschijnsel dat er een oordeel zou komen over de Filistijnen in de dagen van de wederkomst van Christus.

Als je dit honderd jaar geleden gezegd zou hebben, dan had je met een probleem gezeten. In onze dagen niet, want Filistijnen wonen in Filistea, of anders gezegd Palestijnen wonen in Palestina.

Dat is nu geen enkel probleem, want men is hard bezig met de opbouw van wat inmiddels al bestaat, namelijk een Palestijnse Staat !

Ongeveer honderd jaar geleden was het eerste zionisten‑congres in Basel, maar toen hadden de zionisten zelf nog niet eens het idee dat ze die staat, die ze nastreefden, wilden vestigen in Kanaän of in Palestina, ze hadden nog andere stukken land in gedachten, want Kanaän leek hen te moeilijk. Zo sterk was hun binding met dat land ook niet, want zionisten waren bepaald niet religieus. Ze hadden dus geen religieuze binding met dat land of met heilige plaatsen.

Niettemin, als men de Bijbelse profetieën serieus genomen zou hebben, dan zou men tot de conclusie komen, ook 100 jaar geleden, dat er dus weer zo’n ongelovige Joodse staat zou moeten komen, want de Bijbel spreekt erover. De Heer kan onmogelijk een oordeel brengen over een ongelovige Joodse staat, als zo’n staat niet bestaat. Dat is eigenlijk het belangrijkste argument op grond waarvan men in het verleden moest concluderen dat er zo’n staat zou komen.

Dat deed men ook, ik kan het u zwart op wit laten lezen in boeken van meer dan 100 jaar oud. Waar men de Bijbel serieus nam, geloofde men dat ook.

Mijn punt is nu, dat als de bijbel spreekt over een oordeel over der Filistijnen land, dan betekent dat ‑ ook 150 jaar geleden ‑ dat er dus weer een land der Filistijnen zou moeten zijn. Een land waar Filistijnen wonen en zelfs, als het even kan, een Filistijnse, zelfstandige staat. Anders kan het niet in het oordeel komen, het moet er zijn, anders gaat het niet.

Hetzelfde geldt trouwens voor nog wat andere landen in het Midden-Oosten, want veel van die landen zijn pas ontstaan door en dus sinds de eerste wereldoorlog. Jordanië is ook niet ouder dan dat.

Op grond van de Bijbelse profetie, waaronder deze van Zefanja 2, kon geweten worden dat er ooit weer een keer zo’n Palestijns volk op een of andere wijze zou verschijnen. Hoe, dat was moeilijk te zeggen, natuurlijk. Een ongelovige Joodse staat, dat kun je voorzeggen. Dan kun je zeggen: “De Joden zullen op een of andere wijze initiatief ontwikkelen om zo’n staat te vestigen en dat zal hen kennelijk lukken”, maar waar je zo gauw Palestijnen of Filistijnen vandaan haalt, dat kon je niet weten.”

De (wrange) grap is: terwijl de Joodse staat ontstond, ontstond dus ook de Palestijnse. Het gebeurde iets later, maar het gebeurde naar aanleiding daarvan.

Als er geen Joodse staat ontwikkelt zou zijn en tot stand gekomen zou zijn in 1948, dan zou er nu niet een Palestijnse staat bestaan, maar hij bestaat inmiddels en op dit moment vinden er onderhandelingen plaats tussen de Joodse staat en de Palestijnse staat.

Beiden zullen echter geoordeeld worden. Te vrezen is bovendien, dat  beiden dezelfde hoofdstad zullen hebben, officieel, althans voor korte tijd, hooguit drie en een halfjaar, maar zeker geen zeven jaar. Niettemin blijft Gaza de belangrijkste stad van de Palestijnen en dat is het ook inderdaad.

De aardigheid is nu, wij kennen uit de oudtestamentische geschiedenis het land der Palestijnen, dat heette ook Palestina, of Filistea, afhankelijk van in welke taal het op je kaart staat.

Dat is inderdaad dat gebied, wat wij nu de Gaza‑strook noemen. Dat is heel stom, want men heeft het hele land Palestina genoemd.

Hoe noem je nu het gebied waar de Palestijnen vroeger woonden, de Filistijnen, in de oudtestamentische geschiedenis? Palestina, zult u zeggen, maar dat kan niet, die naam hebben we een andere betekenis gegeven, dus nu heet het de Gaza‑strook. Genoemd naar Gaza, de belangrijkste stad, eigenlijk de hoofdstad van het gebied.

Het is de kuststrook aan de zuid‑westzijde van het land, op de route naar Egypte. Het ligt zo’n beetje tussen de grens van Egypte en de grens van Kanaän in, de grens van het tegenwoordige Israël.

In de oudtestamentische geschiedenis lezen wij steeds opnieuw over de vijf steden der Filistijnen en dus ook over de vijf koningen, want wat wij een burgemeester noemen, heette vroeger een koning. Ze worden in de geschiedenis nogal wat keren vermeld.

Die vijf steden waren: Gaza, Askelon, Asdod, Gath en Ekron. Ik heb er vroeger niet uitgebreid bij stilgestaan, maar ik heb me er wel eens over verbaasd dat in de profetieën nooit meer dan vier steden der Filistijnen genoemd worden.

Dat is ook het geval hier, in Zefanja. Daar staat namelijk in vers 4: Gaza, Askelon, Asdod en Ekron. Dat zijn er vier, de vraag is nu: waar is nummer vijf?

Dit is vrij gebruikelijk in de bijbel. Als er vijf zijn, is er meestal één van de vijf zoek, één van de vijf daar is iets mee. Daar gaat het nu niet om, maar het is wel opmerkelijk.

De vraag is natuurlijk, waarom in de profetieën die vijfde stad niet genoemd wordt. Dat is heel eenvoudig, hij bestaat namelijk niet meer.

Die andere vier steden die bestaan wel, zodat het inderdaad in onze dagen onmogelijk is dat er verwoesting komt over Gath. Dat is namelijk nergens voor nodig, Gath is al verwoest, al kan men niet meer met zekerheid de locatie aanwijzen.

Er zijn verschillende opties voor, op verschillende kaarten wordt het verschillend aangegeven, men weet het niet. Je vindt daar in de buurt natuurlijk overal ruïnes, maar welke nu precies Gath is geweest, daar is men niet zeker van. Gath bestaat dus niet meer. Van de vijf steden der Filistijnen zijn er ‑ in onze dagen ‑ nog maar vier en dat zijn precies die vier die steeds in de profetieën genoemd worden, hier en op nog een paar andere plaatsen, die wij later nog zullen opzoeken.

De bijzonderheid van het verhaal is, dat Gaza, dat ook meestal als eerste genoemd wordt, inderdaad beschouwd wordt als de hoofdstad van de Palestijnen, maar het eigenaardige is dat Askelon, Asdod en Ekron, meer naar het noorden gelegen, helemaal geen deel uitmaken van het zogenaamde Palestijnse territorium of de Palestijnse staat, nu. Het zijn namelijk Joodse steden en zelfs geen kleine, maar grote belangrijke steden, echter, ze maken geen deel uit van de Palestijnse staat. Het is helemaal geen Palestijns gebied.

Aan de andere kant bestaat er een ander probleem, namelijk dat Israël in één van de laatste oorlogen, indertijd een belangrijk gebied bezet heeft, wat tevoren in handen was van de Arabieren. Men noemt ze dan automatisch weer Palestijnen, natuurlijk.

Dat gebied is wat men noemt de Westbank, namelijk de westelijke oever van de Jordaan en vergis u niet, dat is geen strookje land langs de Jordaan, maar dat is een flink stuk. Feitelijk beslaat het het grootste deel van het land gelegen tussen de Jordaan en de Middellandse Zee. Het breedste gedeelte.

Op de kaart ziet men de kust van de Middellandse Zee, het Jordaandal en die dikke streep is de grens van de Westbank, eigenlijk het breedste deel van het land.

Dat heet dan officieel bezet gebied. Hier in dit hoekje vindt u de Gaza­strook, tot aan de grens met Egypte, daar in het noorden ervan ligt Gaza, maar Askelon, Asdod en Ekron en eventueel Gath ‑ voor zover het bestaat ‑liggen buiten dat gebied, die liggen in het gebied van de tegenwoordige staat Israël.

Aan de andere kant, zijn er zeer belangrijke plaatsen voor de Joden gelegen op de zogeheten Westbank en eigenlijk, als u het mij vraagt, horen daar de meest belangrijke namen van de stammen van Israël thuis.

U weet dat men indertijd Jeruzalem veroverd heeft, al wordt dat niet meteen gerekend tot de bezette gebieden, maar het gedeelte zuidelijk van Jeruzalem, is van oudsher eigenlijk het gebied van de stam van Juda, het echte Judea dus.

Het gebied van Jeruzalem zelf, die smalle strook, is het gebied van de kleine stam van Benjamin.

Het grote gebied ten noorden van Jeruzalem, met de stad Samaria in het midden, is het gebied van Efraïm. Zodat we naast elkaar hebben: Juda, Benjamin en Efraïm, van onder naar boven dus.

U herkent meteen de belangrijkste stammen van Israël: Juda staat eigenlijk voor het twee stammen rijk.

Efraïm, met de hoofdstad Samaria, staat voor het tien stammen rijk. Benjamin, die eigenlijk bij het tien stammen rijk hoort, maar bij het twee stammen rijk werd toegevoegd, die (volgens de oudtestamentische profeten) de verbinding zal maken, ligt daar ook inderdaad tussenin.

Het punt is nu, dat in onze dagen de Palestijnen natuurlijk die Westbank, het hele gebied van Judea en van Efraïm, claimen als hun grondgebied en de achtergrond daarvan is, dat indertijd dat gebied in hun handen was, maar in één van de laatste oorlogen is het veroverd door de Joodse staat.

Men noemt het dus bezette gebieden en men wil dat die bezetting verdwijnt. Of het echt als bezet beschouwd moet worden, staat ter discussie.

Men noemt het hardnekkig zo en als je die term altijd gebruikt, denkt iedereen dat het zo is, met als gevolg dat men vindt dat Israël zich moet terugtrekken uit die bezette gebieden.

De kans dat dat gebeurt acht ik zeer gering, omdat het juist een heel belangrijk gebied van de Joodse staat is, het is ook heel gevaarlijk als daar de vijand woont.

Bovendien is het van groot historisch belang omdat het van oudsher de grote gebieden zijn van de oorspronkelijke Israëlitische staten in de dagen van David.

Vandaar dat je ook ziet, dat de tegenwoordige staat Israël met grote voortvarendheid nederzettingen bouwt op de zogenaamde West‑ bank.

Laat u dus niet misleiden door de naam, dat u denkt het is alleen maar het oevergebied, het is een verbazend groot deel, het is het hart van het land.

Het ziet er niet naar uit, dat de Joodse staat vandaag bereid is om dat land terug te geven. Men is voortvarend bezig zich daar te vestigen en terugtrekken wordt dan ook bijna onmogelijk. Er is nauwelijks een politieke grond voor te vinden.

De eenvoudige gedachte wordt dan dat, als de Palestijnen via hun onderhandelingen niet het recht krijgen op die zogenaamde Westbank, als Israël die Westbank niet teruggeeft, dan weet u toch wat er gaat gebeuren.

Dan zeggen die Palestijnen: Als je het dan echt niet terug wil geven, geef dan maar een ander stuk. Welk stuk? Het stuk waarop die Palestijnen rechten zouden kunnen laten gelden op grond van de oude historie.

Filistijnen woonden in die hele streek langs de kust, zoals het hier in Zefanja 2 vers 5 wordt genoemd: ” Wee de inwoneren van de landstreek der zee.” Die hele kuststrook ten zuiden van Tel‑Aviv en Jaffa (Joppe vroeger), waren vroeger gewoon Filistijns. Als de staat Israël (uit politieke overwegingen) de Westbank niet terug wil geven, dan zullen de Palestijnen een stuk van het Palestijnse of Filistijnse land van heel vroeger claimen, namelijk het land wat vroeger echt Palestina heette, ook in de oude profetieën van drieduizend jaar geleden, waaronder die van Jesaja en natuurlijk ook deze van Zefanja.

Ik verwacht dat, binnen afzienbare tijd, de tegenwoordige Joodse staat de steden Askelon, Asdod en Ekron inderdaad zal overdragen aan de Palestijnen en dat dus de Joodse bevolking uit die steden zal moeten verdwijnen, omdat het Palestijnse steden worden.

Dat moet ook nog vrij snel gebeuren, want u en ik weten dat er niet veel tijd meer is.

Het ziet er op dit moment absoluut niet naar uit. Als je op de hoogte bent van de ontwikkelingen daar, zult u zeggen: Dat lijkt me onwaarschijnlijk.

De Bijbel echter, spreekt over der Filistijnen land, dat land van de kuststreek en spreekt daarbij over vier steden.

Welnu, drie van die vier zijn tot op heden Israëlisch, meer specifiek Joodse steden.

In de praktijk blijkt dat de problemen rond de Westbank inderdaad zo ingewikkeld liggen, dat men dat helemaal zal laten voor wat het is en iets anders zal doen, een stuk land wat helemaal niet ter discussie staat, want de Palestijnen claimen dat land nu helemaal niet, die steden Askelon, Asdod en Ekron, maar dat Israël dat gebied aan de Palestijnen zal aanbieden. Zodat ineens het hele spul op een ander been gezet wordt en misschien zal men daarmee wel tevreden zijn.

Bovendien heeft die hele kuststreek niet alleen oorspronkelijk aan de Filistijnen toebehoord, maar het is ook een belangrijk gebied vanwege de havens, enz. Asdod is trouwens eigenlijk een havenstad en Askelon ook, dat is niet niks.

Ik veronderstel dat de Palestijnen daarmee genoegen mee zullen nemen en dat Israël dus inderdaad deze steden zal overdragen. Inclusief het gebied waar Gath heeft gelegen, maar aangezien men toch niet zeker weet waar dat heeft gelegen, maakt dat niets uit. Dat betekent dat het kustgebied ten zuiden van Jaffa inderdaad bij de Palestijnen terecht zal komen.

Het lijkt een aannemelijke optie dat het zo zal gebeuren, ik geloof ook dat het zo zal gebeuren, maar dat komt ook, omdat de profetie geen enkele andere ruimte laat.

Als het gaat om een oordeel over de Filistijnen of Palestijnen, dan betekent dat automatisch, dat deze steden ook Palestijnse steden zullen zijn.

Aangezien ik verwacht, dat het bepaald niet te lang zal duren, moet het dus binnen afzienbare tijd geregeld worden en de kans is groot, dat het wordt geregeld samen met dat ene verbond waar we allemaal op zitten te wachten.

Het verbond tussen de ongelovige Joodse staat en ‘de vorst van dat volk dat komen zal’, ‘die zal met de vele een verbond sluiten’.

Dat staat respectievelijk in de verzen 26 en 27 van Daniel 9.

Nou, dat volk is gekomen, het bestaat, dat kan uit praktische overwegingen niet meer ontkent worden, een leider heeft het altijd, dus die is er vanzelfsprekend, of de man nou Arafat heet of zo, dat maakt niet uit, het doet verder helemaal niets ter zake, wie het ook is. Maar op dat verbond zitten wij te wachten.

Een verbond, uiteraard met betrekking tot Jeruzalem, maar daarmee ongetwijfeld een verbond met betrekking tot de Westbank, maar zeker ook met betrekking tot de Gaza‑strook.

Ik verwacht dat die Gaza‑strook ver uitgebreid zal worden naar het noorden, ongeveer tot aan Tel Aviv. Zo was het namelijk vroeger, en zo zal het kennelijk in de toekomst weer zijn.

Er zal een situatie ontstaan die zeer goed vergelijkbaar is met de situatie in de dagen van David. Dat was te verwachten. David en de discussie over het bezit van Jeruzalem, de strijd om Jebus.

Over die dagen moet het gaan en ik wijs u erop dat er meer verbanden zijn tussen David in het verleden en de Here Jezus in de toekomst, in Zijn wederkomst. Dat gaat ook over een periode van veertig jaar, een verdeling van zeven jaar en drieëndertig jaar, over een strijd tegen de Filistijnen in het bijzonder, enz. het lijkt me een duidelijke zaak.

Nu even terug naar deze profetie, er staat dus in vers 1: “Doorzoek uzelf nauw, ja doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!”

Vers 2 zegt niet dat die dag des Heeren komt, maar er staat ‘terwijl die dag des Heeren nog niet komt”, zou men zichzelf
doorzoeken. Want in feite is dit niet primair de aankondiging van het uiteindelijke oordeel over Filistea/ Palestina/de Palestijnse staat, maar in de eerste plaats is het een oproep tot bekering.

Daar denken wij natuurlijk niet alle dagen aan, maar ik zou niet weten waarom het evangelie niet zou worden gepredikt aan de Palestijnen. Bovendien, er zijn Palestijnen, die Christen zijn.

Daarom staat er in vers 3: “Zoekt de Heere, alle zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken”.

U weet, zachtmoedigen is een synoniem voor gelovigen. Voor degenen die een ontvankelijk hart hebben voor het Woord van God.

“Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid”. Dan merk je al meteen, het zachte gemoed, het zachte hart, het ontvankelijke hart onder het Nieuwe Verbond. Gerechtigheid, ook die van het Nieuwe Verbond, die gerechtigheid die geopenbaard is zonder de Wet, buiten de Wet om (Romeinen 3) en dan staat er verder: ‘Misschien zult gij verborgen worden in de dag van de Toorn des Heeren”. Als u dan vraagt, waar moeten ze dan verborgen worden, dan heb ik wel een idee! Dat is niet zo moeilijk, Edom, Petra.

4 Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Ekron zal uitgeworteld worden of uitgerukt worden en van Asdod staat er men zal het in de middag verdrijven.

Waarom het er met die uitdrukking staat, weet ik niet, maar het betekent dat Asdod verwoest zal worden. Men zal eruit verdreven worden.

5 Wee den inwoneren van de landstreek der zee, den volken der Cherétim!

Dat ligt ook een beetje moeilijk, Cherétim, daar bestaat nogal wat verschil van mening over, maar voor zover ik weet, zijn  herétim gewoon Creti, en dat zijn Pleti, of ze horen bij elkaar voor zover ze verschillend zijn.

En Pleti zijn …….. Palestijnen!

Er zijn wat wilde theorieën over, de eenvoudigste is: het is hetzelfde, Creti namelijk Pleti. Waardoor men zich meteen afvraagt: Waarom noemt men Pleti dan Creti? Nou dat is simpel, de Pleti dat zijn Palestijnen, maar ze heten Creti omdat ze van Kreta komen, oorspronkelijk.

Want het eigenaardige is, dat men van de Filistijnen/de Palestijnen van oudsher, geen afstamming kan terugvinden. Dat is namelijk geen volk, dat afstamt van ene Fili of Filist, of hoe zo’n stamvader ook mag heten.

Ze heten Filistijnen, omdat ze wonen in een land dat zo heet.

Als je dus vraagt naar de oorsprong van die oude Filistijnen, dan is de gedachte: Het zijn inwoners van Kreta, die zijn overgevaren en hebben zich aan de andere kant van het water, aan de kust, gevestigd.

Weet u waar de meeste Belgen wonen, in onze dagen? In de omgeving van Dover! De Keltische stam der Belgen, die is al eeuwen geleden vanuit België overgetrokken naar Engeland.

Ik weet niet precies welk graafschap, maar daar wonen de Belgae.

En in België wonen nu hoofdzakelijk Franken, dat zijn niet eens Kelten, maar dat doet er nu niet toe.

Mensen verhuizen en ze laten alleen de naam achter. Zoiets kan, Kretenzen die overvaren, de naam meenemen, heten Kretenzen of Creti of Cherétim, maar ze wonen in het gebied van Palestina 1 de Palestijnen en dus heten ze Creti en Pleti.

U weet wel, dat waren die lui, die ook bij David waren. Dat waren zijn lijfwachten, de beulen eigenlijk.

Als men Creti vertaald, Cherétim vertaald, betekent het “Beulen”. Niet echt een compliment.

Als men Pleti vertaald, Palestijnen, wat zou dat betekenen? Dat zijn “Zwervers”! Dat zegt genoeg, dat betekent dat ze ergens anders vandaan komen. Daar wonen de zwervers, daar wonen de Palestijnen, daar wonen de Filistijnen, die komen ergens anders vandaan en het land heet dan naar die zwervers. Ooit kwamen de Franken in Gallië, sindsdien heet Gallië Frankrijk, althans daar waar de Franken wonen.

En zo was het met deze zwervers, het land van de zwervers, Palestina, maar ze kwamen uit Kreta. Dat komt overeen met de uitdrukking die hier gebruikt wordt, waarbij het land van de Filistijnen niet Palestina genoemd wordt, maar het land der Cherétim, het land van de Creti.

Vers 5 vervolgt met: Het Woord des Heeren zal tegen ulieden zijn, gij Kanaän, der Filistijnen land! En Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.

Dat is wat wij ook verwachten, want het ligt voor de hand ‑ en nu vertel ik het even heel beknopt ‑ als in de toekomst die Russen vanuit de Middellandse Zee Kanaän binnenvallen, zoals beschreven in Joël 2, dan wel Ezechiël 39, dat ze dan niet alleen de landing zullen uitvoeren nauwgezet in Israël. Ze nemen de hele kust en waarschijnlijk nemen ze Egypte ook mee. Daar is onzekerheid en onenigheid genoeg om zo’n land te kunnen aanvallen, het land is in zich zelf voldoende verdeeld.

Ik verwacht dan ook dat die Russen voet aan wal zullen zetten over de hele kuststreek. Eveneens in Tyrus, Sidon en Libanon, dat is ook verdeeld genoeg, om dat te kunnen doen. Ze zijn voldoende verzwakt.

Dat betekent dat bij een en dezelfde gelegenheid die legers daar landen, maar dat betekent ook dat, als vanwege het aanroepen van de Naam des Heren in Jeruzalem, die Russische legers omkomen, omdat de Heer ze gewoon doodt, betekent dat vanzelfsprekend, dat dat dus ook gebeurt in Filistea en in Libanon, e.d.

Misschien ook wel in Egypte, maar daar ben ik niet helemaal zeker van.

Aangezien dat oordeel niet alleen komt over die Russen in het land, maar over allen die in het land zijn (ze moeten er niet voor  niets uit vluchten, naar Petra bijvoorbeeld) dan betekent ook, dat als het oordeel komt over de Joodse staat, tegelijkertijd het oordeel op precies dezelfde wijze en bij dezelfde gelegenheid komt over de Palestijnse staat.

En dus staat er: Er zal geen inwoner meer zal zijn. Dat staat er trouwens ook over Edom: Er zal geen inwoner meer zijn.

Dat staat er ook over het oordeel over Juda in Jesaja: Er zal geen inwoner meer zijn, dat wil zeggen het hele land is zonder  leven. Dat staat er met grote nadruk, dat geldt zelfs voor dierlijk leven. Het is weg, er is helemaal niets meer.

Daarna lezen we in vers 7: “En de landstreek zal wezen voor het overblijfsel van het huis van Juda, dat zij daarin weiden;

Dat betekent niet dat het overblijfsel van het huis van Juda er schapen op na zal gaan houden. Het betekent dat het overblijfsel van het huis van Juda een kudde is, het wordt beschouwd als een kudde.

Waarna wij ons afvragen: “Waar is dan de schaapskooi van deze kudde die daar zal weiden? Dat is dus al gezegd, want het woord schaapskooi vertaald in het Hebreeuws is Bosra en zo zijn we weer rond en zijn we weer bij Petra.

Het overblijfsel, dat verzameld wordt in Petra, zal vanuit Petra het land weer in bezit nemen naar de kust toe, dat betekent dat men inderdaad terecht komt in de Gaza‑strook, in Palestina en zo staat het hier ook.

Dit was Zefanja 2, maar we hebben nog enige uitspraken van deze aard.

Dat is in de eerste plaats Jesaja hoofdstuk 14, daar vinden we ook profetieën tegen verschillende volken, in het bijzonder tegen  de Filistijnen en wel vanaf vers 28.

Bovendien vinden we boven hoofdstuk 15, dat is dus 5 verzen verder, de voorzegging van de ondergang van Moab. Zo ging het in Zefanja ook verder, met de profetie over Moab, maar daar hebben we het nu niet over.

We lezen in Jesaja 14, vanaf vers 28: In het jaar, dat de koning Achaz stierf, geschiedde deze last.

Achaz was de koning van Juda en uit het huis van David. Achaz ‘de zoon van David’ was gestorven.

Dan volgt vers 29 met: Verheug u niet, gij gans Palestina!

En Palestina is niet Kanaän, maar Palestina is de Gaza‑strook. Het land der Filistijnen.

Vers 29 vervolgt met: Dat de roede die u sloeg, (deze ‘zoon van David) gebroken is, want uit de wortel der slang zal een basilisk (een andere slang) voortkomen, en haar vrucht zaleen vurige vliegende draak zijn.

Een vurige slang namelijk zal voortkomen in de toekomst, staat hier.

U en ik weten dat de vurige slang de verhoogde slang is, namelijk Christus. De uiteindelijke en ultieme Zoon van David. Het gaat hier dus om een profetie over de komst van Christus.

Dan volgt vers 30 met: En de eerstgeborenen der armen zullen weiden,

Wie zijn dat, de eerstgeborenen der armen? En de nooddruftigen zullen zeker (veilig)nederliggen; U weet toch wie dat
zijn, dat is het gelovig overblijfsel van Juda.

Diezelfde kudde, die zou weiden, volgens Zefanja. Die kudde, die verzameld wordt in Bosra, volgens Micha.

Vers 30 vervolgt met: Uw wortel daarentegen zal Ik door den honger doden, want met het overblijfsel van Juda zal het goed gaan, dat zal gezegend worden, maar u, Palestijnen, Filistijnen, uw wortel daarentegen zal Ik door den honger doden en uw overblijfsel zal hij ombrengen.

Vers 31 Huilt, gij poort! Schreeuw, gij stad! Gij zijt gesmolten, gij gans Palestina! En als het over een stad gaat, een stad maar en het gaat over Palestina, dan is het dus Gaza. In onze dagen de zetel van de Palestijn en. De hoofdstad als het ware. Want van hetnoorden komt een rook, en er is geen eenzame in zijn samenkomsten. Dat betekent er blijft er niet een over.

Er komt namelijk een oordeel vanuit het noorden. Dan vraag je je af, wat komt er uit het noorden?

In Joël 2 zowel als in Ezechiël 39 wordt gesproken over de Russen, die Jeruzalem zouden veroveren en daarvan staat  uitdrukkelijk dat zij komen uit het noorden.

Hier staat: er komt een rook uit het noorden. Ik denk dat het diezelfde Russen zijn.

Het punt is, dat uiteindelijk de Heer Zelf ingrijpt en dat heeft tot gevolg dat alle inwoners in het land omkomen. Of dat nu Joden, Palestijnen of Russen zijn, dat maakt niets uit. Er komt een oordeel over het land en dat staat er ook.

Hadden ze er maar niet moeten wezen, hadden ze maar op tijd het land uit moeten vluchten. Niet alleen uit Judea, maar ook uit Palestina.

Dit wat betreft Jesaja, hoofdstuk 14.

Nog een uitspraak over dit onderwerp vinden we in Amos, hoofdstuk 1.

(Er staat boven hoofdstuk 2, Profetie tegen Moab, Juda en Israël. Want het gebeurt allemaal op dezelfde tijd, Moab wordt dus ‑ ook hier ‑ in een adem genoemd, maar nogmaals, die laat ik buiten beschouwing.)

We komen dus bij Amos in hoofdstuk 1, vanaf vers 6, want de voorgaande verzen gaan over Syrië en Damascus, het ligt allemaal in de buurt en het gaat allemaal over diezelfde gelegenheid.

We lezen dus vanaf vers 6: Alzo zegt de Here: Om drie overtredingen van Gaza, en omvier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij gevankelijk hebben weggevoerd met een volkomen wegvoering, om aan Edom, over te leveren.

Er is namelijk een aanleiding voor deze profetie. De Filistijnen, of althans de inwoners van Gaza, hebben ooit een keer verraad gepleegd ten opzichte van Juda in de strijd tegen Edom, maar dat ga ik nu niet uitleggen.

Dat is de achtergrond en de aanleiding van deze profetie, die zelf gaat over de verre toekomst.

7 Daarom zal Ik een vuur zenden in den muur van Gaza, (en dus in de verdediging van Gaza, de stad zal verwoest worden)  dat zal haar paleizen verteren. Er zouden dus in onze dagen paleizen moeten staan in Gaza.

Het zou dus een hoofdstad moeten zijn van een staat en dat is het ook. Paleizen zijn dan misschien wat overdreven, maar het beantwoordt aan de situatie in onze dagen.

8 En Ik zal den inwoner uitroeien uit Asdod, en dien, die de scepter houdt, (de koning) uit Askelon; en Ik zal Mijn hand wenden tegen Ekron. (Dat zijn op dit moment Joodse steden.) En het overblijfsel der Filistijnen zal vergaan, zegt de Here HEERE.

Dus in de dagen rond de 70ste week van Daniel en bij de wederkomst van Christus, moeten niet alleen Gaza, maar ook  Asdod, Askelon en Ekron Palestijnse steden zijn. Dat is de enige conclusie die je kunt trekken. Waarna we ons afvragen: waarom wordt Gath niet genoemd? Dat is eenvoudig, die stad bestaat niet meer, die is in het verleden verwoest en zal er in de toekomst niet zijn, omdat het niet wordt genoemd.

Vanaf vers 9 gaat het verder over Tyrus en dus over Syrië, in vers 12 gaat het over Edom (overigens hetzelfde gebied) en in vers 14 gaat het over Rabba, dat is Amman, Jordanië (heeft in de Romeinse tijd ook nog Philadelphia geheten). Het is allemaal in dezelfde omgeving en ik denk dat het allemaal in een keer mee gaat.

Daarna vanaf hoofdstuk 2 gaat het over Moab, dat ligt wat zuidelijker dan Amman, maar het is ook Jordanië.

Daar hebben we het nu niet over, maar ik laat u alleen even zien, dat het wel steeds meespeelt.

Tot slot komen we nog even terecht bij Zacharia 9 en wat daarboven staat, was te verwachten:

Kastijding van verschillende volken.

1 De last van het woord des HEEREN over het land Chadrach en Damascus, deszelfs rust, want de HEERE heeft een oog over den mens, gelijk over al de stammen Israëls

Hier gaat het ook over Syrië, in vers 1, Chadrach en Damascus is immers Syrië.

2 En ook zal Hij Hamath met dezelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is;

Hamath is ook Syrië en Tyrus en Sidon dat is tegenwoordig Libanon, maar vroeger was dat ook Syrië.

Over Tyrus staat dan nog in vers 4:

4 Ziet de HEERE zal haar uit het bezit stoten,.

Tyrus ligt ook aan de kust, is ook een havenstad. Jemag aannemen dat die Russen ook daar terecht komen.

en Hij zal haar vesting in de zee verslaan;

Dat is inderdaad Tyrus, het ligt in de zee, een schiereiland, vroeger zelfs een echt eiland.

en zij zal met vuur verteerd worden.

5 Askelon (veel zuidelijker langs de kust) zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, (nog zuidelijker aan de kust) en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning uit Gaza (Let op dat een koning alleen genoemd wordt in verband met Gaza! Dat klopt want dat is officieel de hoofdstad van de Palestijnen. Nee, officieel is het Jericho, maar dat is maar een papieren kwestie.) zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond
worden.

6 En de bastaard zal te Asdod wonen, en Ik zal den hoogmoed der Filistijnen uitroeien.

In ieder geval worden ook hier weer de vier plaatsen genoemd, de vijfde is er nu ook weer niet bij, in ieder geval zal er een oordeel komen over al die steden en inderdaad over heel Palestina, daar komt het op neer.

Daarna lezen wij, in het bijzonder, in vers 9:

9 Verheug u zeer, gij dochter Sions! Juich gij dochter Jeruzalems! Ziet Uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en (samen met de gemeente) rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.

Ik hoop dat u begrijpt dat deze profetie niet zijn uiteindelijke vervulling heeft gevonden in de eerste komst van Christus bij de
intocht in Jeruzalem, maar dat het in werkelijkheid een profetie is over de wederkomst van Christus straks op de Olijfberg met de ezel, namelijk de gemeente.

De ezel, die gekleed was in de kleding van de discipelen, vermomd als de discipelen, de gemeente namelijk. Want in de toekomst zal dit pas gerealiseerd worden, dan past dit ook bij elkaar.

In vers 13 lezen wij dan ook:

13 Als Ik Mij Juda zal gespannen, (Juda een boog, Gods kracht, Gods wapen) en Ik Efraïm den boog zal gevuld hebben; (Daar heb je ineens Juda en Efraïm bij elkaar. De twee en de tien stammen, Israël, geheel Israël zal verzameld worden) en Ik uw kinderen, o Sion! Zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland!

Het punt is, dat in die dagen, in het oosten inderdaad een wereldrijk ontstaan is, namelijk dat van Babel, in Irak dus, met Babel als hoofdstad, maar volgens de Bijbelse profetie wordt het beschouwd als het herstel van het Griekse Rijk van Alexander de Grote, die ook Babel als hoofdstad verkoos.

En als hier staat dat in de toekomst ook Griekenland geoordeeld zal worden, moet u niet denken aan wat wij tegenwoordig Griekenland noemen, maar moet u denken aan dat rijk, dat Babel als hoofdstad heeft.

Maar het begin van dit alles vindt plaats in het gebied waar van oudsher Israël woonde en zou wonen, al heet het tegenwoordig Libanon, Palestina, Jordanië en wat het maar wezen mag, want dat is het gebied wat in de eerste plaats door de Heer in bezit zal genomen worden, alle leven zal eruit verdreven worden en het zal vervolgens bevolkt worden door het overblijfsel van Israël.

Zij zullen dan eerst het land moeten opruimen, dan is er sprake van echt en Bijbels verantwoord Zionisme.

De wereld is een schouwtoneel, en men zal het te zien krijgen.

Wij waarschijnlijk van bovenaf. Voor het grootste gedeelte zullen we er ook in betrokken zijn, maar het is toch aardig om “aan het eind van dit verhaal” een verband te kunnen leggen tussen deze profetieën en de tegenwoordige ontwikkelingen in het Midden-Oosten, want het lijdt geen enkele twijfel dat daar de stukken op het bord staan.

Ab Klein Haneveld

Updated: July 11, 2018 — 1:13 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme