De Bijbelse leer aangaande “de opname van de Gemeente” wordt sinds mensenheugenis vertroebeld.

De Bijbelse leer aangaande “de opname van de Gemeente” wordt sinds mensenheugenis vertroebeld. Niet slechts door de wat ambivalente uitdrukking, die associaties oproept met ziekenhuizen en geluidsstudio’s, maar vooral door onwetendheid aangaande het grote verschil tussen het nog steeds niet gekomen Koninkrijk van Christus enerzijds, en de Gemeente (de Kerk) in onze dagen anderzijds. En dan zwijgen wij maar over de vóór-Christelijke, oudtestamentische, periode. Het onderscheid tussen deze perioden uit de heilsgeschiedenis maakt de opname van de Gemeente (Entrückung der Gemeinde, Rapture of the Church) een noodzakelijke en begrijpelijke gebeurtenis, die bepaald niet het einde van de Gemeentelijke loopbaan markeert, maar veeleer het begin daarvan. Wat ons als Gemeente wacht, is “de verlossing van ons lichaam”, onze “openbaring voor de rechterstoel van Christus” en onze “aanstelling tot zonen”. En dat niet slechts als eindpunt van het aardse leven, maar als de start van onze betrokkenheid bij de openbaring van Christus en Zijn Koninkrijk.

The Monnet Plan

Jean Monnet, Commissioner-General of the French National Planning Board, considered that prosperity and social progress depended absolutely upon closer economic ties between European States. This conviction was drawn from his considerable international experience, from the lessons learned from the War, and from his close ties with American businessmen and diplomats. In particular, he was the French Provisional Government’s representative in the European Coal Organisation (ECO) and was responsible for negotiating, with the Americans, the allocation of Marshall Plan funds for the modernisation of France. Read more

Updated: February 20, 2020 — 10:27 pm

Religieus of wedergeboren

Ik had een moer die elke zondag naar de gereformeerde kerk ging, toen wij klein waren hadden we geen keuze en moesten we mee, en daarvoor ben ik haar dankbaar dat ik toch die grondbeginselen van de Bijbel meekreeg, maar naar kindernevendienst zijn we nooit geweest ze vertrouwde haar kinderen niet. Ons vader uit Hervormde huize had kennelijk genoeg van de kerk en hield zich er verre van waardoor je ongelijk span hebt i.p.v. een huwelijk want de duvel slaapt er altijd tussen, en dat was ook wel duidelijk want ze hadden een vechtvereniging, dit ging ook samen met haar narcisme. Door een diep dal ging ik heen tot ik na de zoveelste zelfmoordpoging een evangelist tegen het lijf liep en in 1993 een wedergeboren christen werd, in dezelfde tijd leerde ik een juffrouw kennen met wie of ik een relatie aanging en ze ging ook mee naar de kerk. Echter na twee jaar realiseerde ik me in de kerk niet thuis te voelen en ging kerk-hoppen. Op aanwijzing van mijn moeder, onwetende dat zij al ‘flying monkeys’ had wees zij me de kerk waar of ik heen moest. Daar werd me gewezen de Bijbel te gaan bestuderen en er kwam vijandschap tussen mijn vriendin en mij. Zij had aan de UVA een studie gedaan in religie en ze werd eigenlijk de grootste vijand en elke keer als ik de Bijbel aan het lezen was kwam ze weer met allerlei theorieën aan dat ik, voordat ik naar mijn werk ging, de wekker twee uur tevoren liet afgaan zodat ik ongestoord kon lezen. Als ik zondags in de samenkomst was geweest ging ik langs mijn moeder en vertelde waarover de dienst was gegaan en ze had van menig stuk nog nooit gehoord en toen een voorganger sprak van de drijvende bijl reageerde ze zó fel wat of een onzin dat was.. dat ik haar vroeg of mijn moeder eigenlijk wel gelovig was, en dat werd ze zo boos dat ze haar geloofsbelijdenis opdreunde… en ik daarna de vruchten van de Geest noemde, en dan moest ik wegwezen want dan werd ze razend.

Wordt u ook razend en wijst u mij eender: Daar is het gat van de deur, weet dan dat u net als mijn moeder, mits u oprechter trouw de Heer hebben gevraagd in uw leven te komen, in de hel zal terechtkomen. Maar als u bent wedergeboren en u bent blijven zitten zonder het Woord te raadplegen dat bent u wel behouden, maar uw positie in de hemel zal zijn als een baby die nooit is gevoed en daarom alleen maar kan schreeuwen en zijn poep en pies kan laten lopen, want wie wedergeboren is, wordt als een baby’tje in de hemel geboren die uw tweede ik zal zijn, en u kan dat baby’tje laten groeien tot het een volkomen man zal zijn en u een verantwoordelijkheid krijgt van de Heer. Dus de keuze is aan u.

Updated: February 20, 2020 — 10:29 pm

Twitter is leuk..

.. maar het neemt zoveel tijd in beslag dat belangrijker zaken naar de achtergrond worden geschoven. Gister sprak ik met ‘n Christelijke mevrouw over politiek en ze vertelde hoe of zij allen in de pauze hartelijk zijn met elkaar, terwijl het elkanders tegenstanders zijn.

En zo ineens ontluikt mij iets uit mijn verleden alwaar ik i.r.l. met een dame – weet niet meer waar en wanneer – sprak over politiek en de luitjes in de kamer niet meer zijn dan stro-popjes. Achter iedere stro-pop zit een grote organisatie die bepaald wat hun stro-popje mag zeggen, niet meer en niet minder.

Vanmorgen echter viel het dubbeltje en kwam ik tot besef dat de hele bups wel eens 1 organisatie kan hebben.
Ik sluit niet uit dat Geert Wilders en Thierry Baudet ook gewoon een rol in dit geheel hebben, dat zij laten horen wat het volk graag hoort, om vervolgens te worden gedemoniseerd door de andere partij. Hoe was het ook alweer: “Panem et circenses” oftewel “brood en spelen” een politiek spel waar iedereen via de media kan kijken hoe of de kamer ‘t doet.

Daar ik niet aan deze wereld toebehoor en laatst ook de betekenis vernam wat de Bijbel zegt in:

Ko 10:14  Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;

Rev 13:18  Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.

..dat de tuinslang en Salomo hebben iets gemeen hebben. In de wereld hoef je daarmee niet aan te komen.
Zoals destijds door een uitspraak van Hans Janmaat die roet in het eten gooide, Pim Fortuyn werd afgemaakt door een andere stro-pop die er wellicht flink aan heeft verdiend en een tweede of derde moord loopt wel erg in de gaten, maar dat is zo niet van node. En de hele oplichters-bende zijn feitelijk ook zakkenvullers en dat zwijggeld doet ‘t goed.

Updated: January 30, 2020 — 4:33 pm

Geroepen tot zoonschap

speenKinderen Gods zijn als het goed is op weg naar hun aanstelling tot zonen, in navolging van de Heere Jezus Christus. Hij werd dat bij Zijn opstanding en sindsdien leidt Hij de Zijnen tot het delen in zoonschap en daarmee in Zijn erfenis. Dáártoe zijn gelovigen geroepen. Het begrip zoonstelling is in de huidige cultuur onbekend, maar in het licht van het Oude Testament heel goed te duiden. De roeping van degenen die bij Christus’ Gemeente behoren impliceert afzondering, isolement en vrijheid van wereld en wet. Gods Woord daagt gelovigen uit in overeenstemming met hun heilige roeping waardig te wandelen. Dat wil zeggen: in de hun gegeven vrijheid zichzelf beschikbaar te stellen voor Zijn dienst. En zich uit te strekken naar de beloofde toekomstige heerlijkheid. Zij hebben daarbij als onderpand de Heilige Geest ontvangen, die hen zal leiden in de Waarheid.

“God is getrouw, door Wie gij geroepen zijt tot gemeenschap met Zijn Zoon.”

Updated: February 20, 2020 — 10:30 pm

WEDERGEBOORTE FOR DUMMY’S

Johannes 3:1-8

En er was iemand uit de Farizeeën, wiens naam was Nicodémus een overste der Joden, deze kwam des nachts tot Hem en zeide tot Hem: “Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar want niemand kan die tekenen doen welke Gij doet, tenzij God met hem is.” Jezus antwoordde en zeide tot hem.- “Voorwaar, voorwaar ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.”

Nicodémus zeide tot Hem: “Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden? “Jezus antwoordde: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest kan hij het Koninkrijk Gods niet binnen gaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is Geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.”

Ja zegt de Here Jezus: ‘Als je niet wederom geboren wordt…? Wat is dat een moeilijk woord, hè? “Wedergeboorte”. Begrijp je eigenlijk wel, wat de Here Jezus er precies mee bedoelt? Waar het hier om gaat?
Weet je, dat dit gesprek met Nicodémus het meest onbegrepen gesprek voor ons is? Maar dat dit gesprek een van de voornaamste gesprekken is tussen de Here Jezus en mij? En dat degene die het gesprek begrepen heeft het nog maar het liefst ver van zich af wil schuiven?
We gaan met elkaar dit woord wedergeboorte, dit moeilijke woord, bekijken en er dan een ander duidelijker woord voor in de plaats zetten, want het is nooit de bedoeling van de Heer geweest, dat we Zijn gesprek met ons niet zouden begrijpen. De betekenis van wedergeboorte is gewoon: “opnieuw geboren worden”.
Weder betekent: “Opnieuw”.
Weder betekent: “Nog een keer”
Weder betekent ook: “Terug”.

Wat eenvoudig hè? Kijk, als je nóg een keer geboren moet worden houdt dit in, dat het de eerste keer niet goed, niet volledig gebeurd is, dat er een tweede, een betere geboorte op moet volgen. En als weder ook betekent “terug” dan ligt daarin opgesloten, dat we helemaal terug moeten naar het beginpunt. Zullen we nu met elkaar afspreken, dat we een streep zetten door het woord wedergeboorte en dat we ervoor in de plaats zetten “opnieuw geboren”? “Opnieuw geboren” heeft dus dezelfde betekenis, maar is begrijpelijker voor ons. Nu we gezien hebben dat “opnieuw” ook betekent “terug”, gaan we samen terug naar het beginpunt en dan zijn we precies waar we wezen moeten.

(more…)

Updated: February 20, 2020 — 10:30 pm

Openbaring 22

Onder de Bier-bubbels-header staat in de blauwe balk: ‘Index Bijbel’ begin daar!!

1 En hij toonde mij aeen zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.

a: Eze 47:1  Daarna bracht hij mij weder tot de deur van het huis, en ziet, er vloten wateren uit, van onder den dorpel des huizes naar het oosten; want het voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde des huizes, van het zuiden des altaars.
Zec 14:8  Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn. 

2 In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was bde boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.

b: Rev 2:7  Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.

3 En geen vervloeking zal er meer tegen [iemand] zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen;
4 En zullen Zijn aangezicht zien, en cZijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.

c: Rev 3:12  Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam. 

dEn aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid.

d: Isa 60:19  De zon zal u niet meer wezen tot een licht des daags, en tot een glans zal u de maan niet lichten; maar de HEERE zal u wezen tot een eeuwig Licht, en uw God tot uw Sierlijkheid.
Zec 14:7  Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.
Rev 21:23  En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars. 

Laatste woorden van den engel.

6 En hij zeide tot mij: eDeze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, fom Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.

e: Rev 19:9  En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.
Rev 21:5  En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw. 

f: Rev 1:1  De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft; 

7 Zie, Ik kom haastiglijk gzalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.

g: Rev 1:3  Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij. 

8 En ik, Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik [neder] om aan te bidden voor de voeten des engels, die mij deze dingen toonde.
9 En hij zeide tot mij: hZie, dat gij het niet [doet;] want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God.

h: Act 10:26  Maar Petrus richtte hem op, zeggende: Sta op, ik ben ook zelf een mens.
Act 14:14  Maar de apostelen, Barnabas en Paulus, dat horende, scheurden hun klederen, en sprongen onder de schare, roepende,
Rev 19:10  En ik viel neder voor zijn voeten, om hem te aanbidden, en hij zeide tot mij: Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, die de getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want de getuigenis van Jezus is de geest der profetie. 

10 En hij zeide tot mij: iVerzegel de woorden der profetie dezes boeks niet; want kde tijd is nabij.

i: Dan 8:26  Het gezicht nu van avond en morgen, dat er gezegd is, is de waarheid; en gij, sluit dit gezicht toe, want er zijn nog vele dagen toe.
Dan 12:4  En gij, Daniel! sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot den tijd van het einde; velen zullen het naspeuren, en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden.

k: Rev 1:3  Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij. 

11 Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.

Christus bevestigd Zijn Woord.

12 En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, lom een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.

l: Psa 62:13  En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.
Jer 17:10  Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
Jer 32:19  Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.
Mat 16:27  Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.
Rom 2:6  Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;
Rom 14:12  Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.
1Co 3:8  En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid.
2Co 5:10  Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
Gal 6:5  Want een iegelijk zal zijn eigen pak dragen.
Rev 2:23  En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken. 

13 mIk ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; nde Eerste en de Laatste.

m: Rev 1:8  Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.
Rev 21:6  En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet. 

n: Isa 41:4  Wie heeft dit gewrocht en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en met den Laatste ben Ik Dezelfde.
Isa 44:6  Zo zegt de HEERE, de Koning van Israel, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.
Isa 48:12  Hoor naar Mij, o Jakob! en gij Israel, Mijn geroepene! Ik ben Dezelfde; Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste.
Rev 1:8  Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.
Rev 21:6  En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet. 

14 Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.
15 oMaar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.

o: 1Co 6:10  Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.
Eph 5:5  Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.
Col 3:6  Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid; 

16 pIk, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. qIk ben de Wortel en het geslacht Davids, rde blinkende Morgenster.

p: Rev 1:1  De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft; 

q: Isa 11:10  Want het zal geschieden ten zelven dage, dat de heidenen naar den Wortel van Isai, Die staan zal tot een banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn.
Rom 15:12  En wederom zegt Jesaja: Er zal zijn de wortel van Jessai, en Die opstaat, om over de heidenen te gebieden; op Hem zullen de heidenen hopen.
Rev 5:5  En een van de ouderlingen zeide tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken. 

r: 2Pe 1:19  En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten. 

17 En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! sEn die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.

s: Isa 55:1  O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!
Joh 7:37  En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

18 Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
19 tEn indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen vuit het boek des levens, en uit de heilige stad, en [uit] hetgeen in dit boek geschreven is.

t: Deu 4:2  Gij zult tot dit woord, dat ik u gebiede, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; opdat gij bewaart de geboden van den HEERE, uw God, die ik u gebiede.
Deu 12:32  Al dit woord, hetwelk ik ulieden gebiede, zult gij waarnemen om te doen; gij zult daar niet toedoen, en daarvan niet afdoen.
Spr 30:6  Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt. 

v: Rev 13:8  En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.
Rev 17:8  Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is. 

20 Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk Amen. Ja, kom, Heere Jezus!
21 De genade van onzen Heere Jezus Christus [zij] met u allen. Amen.

Updated: October 29, 2019 — 12:39 am

Openbaring 21

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

1 En aik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.

a: Isa 65:17  Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.
Isa 66:22  Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan.
2Pe 3:13  Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont. 

2 En ik, Johannes, zag bde heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.

b: Rev 21:10  En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God.
Rev 3:12  Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam. 

3 En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: cZiet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk
zijn, en God Zelf zal bij hen [en] hun God zijn.

c: Eze 43:7  En Hij zeide tot mij: Mensenkind! dit is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israels, in eeuwigheid; en die van het huis Israels zullen Mijn heiligen Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hunner koningen, op hun hoogten; 

dEn God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste
dingen zijn weggegaan.

d: Isa 25:8  Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken.
Rev 17:17  Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn. 

eEn Die op den troon zat, zeide: Ziet, fIk maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden gzijn waarachtig en getrouw.

e: Rev 4:2  En terstond werd ik in den geest; en ziet, er was een troon gezet in den hemel, en er zat Een op den troon.
Rev 20:11  En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden. 

f: Isa 43:19  Ziet, Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten, zult gijlieden dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen, en rivieren in de wildernis.
2Co 5:17  Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. 

g: Rev 19:9  En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods. 

6 En Hij sprak tot mij: hHet is geschied. iIk ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. kIk zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.

h: Rev 16:17  En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht; en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende: Het is geschied. 

i: Isa 41:4  Wie heeft dit gewrocht en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en met den Laatste ben Ik Dezelfde.
Isa 44:6  Zo zegt de HEERE, de Koning van Israel, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.
Rev 1:8  Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.
Rev 22:13  Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste. 

k: Isa 55:1  O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! 

7 Die overwint, zal alles beerven; en lIk zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.

l: Zec 8:8  En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
Heb 8:10  Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 

8 Maar mden vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den leugenaars, is hun deel in den poel, ndie daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood.

m: Rev 22:15  Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet. 

n: Rev 20:14  En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.
Rev 20:15  En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs. 

Het nieuwe Jeruzalem.

9 En tot mij kwam een van de zeven engelen, odie de zeven fiolen hadden, welke vol geweest waren van de zeven laatste plagen, en sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw des Lams.

o: Rev 15:6  En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit den tempel, bekleed met rein en blinkend lijnwaad, en omgord om de borst met gouden gordels.
Rev 15:7  En een van de vier dieren gaf den zeven engelen zeven gouden fiolen, vol van den toorn Gods, Die in alle eeuwigheid leeft. 

10 En hij voerde mij weg pin den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij qde grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God.

p: Rev 1:10  En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin, 

q: Rev 21:2  En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.
Heb 12:22  Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;

11 En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, [namelijk] als den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal.
12 En zij had een groten en hogen muur, en had twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welken zijn de [namen] der twaalf geslachten der kinderen Israels.
13 Van het oosten waren drie poorten, van het noorden drie poorten, van het zuiden drie poorten, van het westen drie poorten.
14 rEn de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams.

r: Eph 2:20  Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; 

15 En hij die met mij sprak, shad een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur.

s: Eze 40:3  Als Hij mij daarhenen gebracht had, ziet, zo was er een man, wiens gedaante was als de gedaante van koper; en in zijn hand was een linnen snoer, en een meetriet; en hij stond in de poort.
Zec 2:1  Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer. 

16 En de stad lag vierkant, en haar lengte was zo groot als [haar] breedte. En hij mat de stad met den rietstok op twaalf duizend stadien; de lengte,
en de breedte, en de hoogte derzelve waren even gelijk.
17 En hij mat haar muur op honderd vier en veertig ellen, [naar] de maat eens mensen, welke des engels was.
18 En het gebouw van haar muur Jaspis; en de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk.
19 En de fondamenten van den muur der stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd.
20 Het vijfde Sardonix, het zesde Sardius, het zevende Chrysoliet, het achtste Beryl, het negende Topaas, het tiende Chrysopraas, het elfde Hyacinth, het twaalfde Amethyst.
21 En de twaalf poorten waren twaalf paarlen, een iedere poort was elk uit een paarl; en de straat der stad was zuiver goud; gelijk doorluchtig glas.

De zaligheid der bewoners

22 En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam.
23 tEn de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, ven het Lam is haar Kaars.

t: Isa 60:19  De zon zal u niet meer wezen tot een licht des daags, en tot een glans zal u de maan niet lichten; maar de HEERE zal u wezen tot een eeuwig Licht, en uw God tot uw Sierlijkheid.
Zec 14:7  Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. 

v: Rev 22:5  En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid. 

24 xEn de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid en eer in dezelve.

x: Isa 60:3  En de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan. 

25 yEn haar poorten zullen niet gesloten worden des daags; zwant aldaar zal geen nacht zijn.

y: Isa 60:11  En uw poorten zullen steeds openstaan, zij zullen des daags of des nachts niet toegesloten worden; opdat men tot u inbrenge het heir der heidenen, en hun koningen tot u geleid worden. 

z: Rev 22:5  En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid. 

26 En zij zullen de heerlijkheid en de eer der volken daarin brengen.
27 En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen [spreekt;] maar die geschreven zijn ain het boek des levens des Lams.

a: Exo 32:32  Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.
Psa 69:29  Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.
Php 4:3  En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.
Rev 3:5  Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.
Rev 20:12  En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken. 

Updated: October 27, 2019 — 12:45 am

Openbaring 20

De satan voor duizend jaar gebonden.

1 En ik zag een engel afkomen uit den hemel, ahebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand;

a: Rev 1:18  En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.

bEn hij greep den draak, den oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren;

b: 2Pe 2:4  Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;
Rev 12:9  En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen. 

3 En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde [dien] boven hem, copdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geeindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden.

c: Rev 20:8  En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.
Rev 16:14  Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en der gehele wereld, om die te vergaderen tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods.
Rev 16:16  En zij hebben hen vergaderd in de plaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Armageddon. 

4 En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; den het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] ede zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die fhet beest, en gdeszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die hhet merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; ien zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.

d: Rev 6:10  En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen? 

e: Rev 6:9  En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden. 

f: Rev 13:12  En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was. 

g: Rev 13:15  En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. 

h: Rev 13:16  En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden; 

i: Rev 6:11  En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij. 

5 Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geeindigd waren. Deze is de eerste opstanding.
6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen kpriesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

k: Isa 61:6  Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.
1Pe 2:9  Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;
Rev 1:6  En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.
Rev 5:10  En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen heersen op de aarde. 

De satan geheel overwonnen.

7 En wanneer de duizend jaren zullen geeindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden.
8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, lden Gog en den Magog, om hen mte vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.

l: Eze 38:2  Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem,
Eze 39:1  Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal! 

m: Rev 16:14  Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en der gehele wereld, om die te vergaderen tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods. 

9 En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.
10 En de duivel, die hen verleidde, nwerd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar ohet beest en de valse profeet zijn; en zij zullen pgepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

n: Dan 7:11  Toen zag ik toe vanwege de stem der grote woorden, welke die hoorn sprak; ik zag toe, totdat het dier gedood, en zijn lichaam verdaan werd, en overgegeven om van het vuur verbrand te worden.
Rev 19:20  En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in den poel des vuurs, die met sulfer brandt. 

o: Rev 19:20  En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in den poel des vuurs, die met sulfer brandt. 

p: Rev 14:10  Die zal ook drinken uit den wijn des toorn Gods, die ongemengd ingeschonken is, in den drinkbeker Zijns toorns; en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam. 

11 En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.
12 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, qdat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, rnaar hun werken.

q: Exo 32:32  Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.
Psa 69:29  Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.
Php 4:3  En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.
Rev 3:5  Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.
Rev 21:27  En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt; maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams. 

r: Psa 62:13  En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.
Jer 17:10  Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
Jer 32:19  Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.
Mat 16:27  Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.
Rom 2:6  Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;
Rom 14:12  Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.
2Co 5:10  Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
Gal 6:5  Want een iegelijk zal zijn eigen pak dragen.
Rev 2:23  En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken. 

13 En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.
14 En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.
15 En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.

Updated: October 18, 2019 — 9:16 pm
My CMS © 2018 Frontier Theme