Y Gwir yn erbyn y byd

De Waarheid tegen de wereld

Matthéüs 8

De reiniging van een melaatse.

Matt 8:1 Toen Hij nu van den berg afgeklommen was, zijn Hem vele scharen gevolgd.
Matt 8:2 a En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

a: Mark 1:40 En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
Luk 5:12 En het geschiedde, als Hij in een dier steden was, ziet, er [was] een man vol melaatsheid; en Jezus ziende, viel hij op het aangezicht, en bad Hem, zeggende: Heere! zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

Matt 8:3 En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd [hij van] zijn melaatsheid gereinigd.
Matt 8:4 En Jezus zeide tot hem: Zie, dat gij [dit] niemand zegt; maar b ga heen, toon uzelven den priester, en offer de gave, die c Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

b: Luk 5:14 En Hij gebood hem, dat hij het niemand zeggen zou; maar ga heen, [zeide Hij], vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, gelijk Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

c: Lev 13:2 Een mens, als in het vel zijns vleses een gezwel, of gezweer, of witte blaar zal zijn, welke in het vel zijns vleses tot een plaag der melaatsheid zou worden, hij zal dan tot den priester Aäron, of tot een uit zijn zonen, de priesteren, gebracht worden.
Lev 14:2 Dit zal de wet des melaatsen zijn, ten dage zijner reiniging: dat hij tot den priester zal gebracht worden.

De hoofdman te Kapernaüm.

Matt 8:5 d Als nu Jezus te Kapérnaüm ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,

d: Luk 7:1 Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapérnaüm.

Matt 8:6 En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.
Matt 8:7 En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.
Matt 8:8 En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar e spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

e: Ps 107:20 Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen, en rukte hen uit hun kuilen.

Matt 8:9 Want ik ben ook een mens onder de macht [van anderen], hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.
Matt 8:10 Jezus nu, [dit] horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot degenen, die [Hem] volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israël zo groot een geloof niet gevonden.
Matt 8:11 f Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;

f: Luk 13:29 En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.

Matt 8:12 g En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; h aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.

g: Matt 21:43 Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.

h: Matt 13:42 En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.
Matt 22:13 Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt [hem] uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
Matt 24:51 En zal hem afscheiden, en zijn deel zetten met de geveinsden; daar zal wening zijn en knersing der tanden.
Luk 13:28 Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.

Matt 8:13 En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te dierzelver ure.

De schoonmoeder van Petrus

Matt 8:14 i En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder [te bed] liggen, hebbende de koorts.

i: Mark 1:29 En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andréas, met Jakobus en Johannes.
Luk 4:38 En [Jezus], opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.

Matt 8:15 En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden.
Matt 8:16 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de [boze] geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren;
Matt 8:17 Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesája, den profeet, zeggende: k Hij heeft onze krankheden [op Zich] genomen, en onze [ziekten] gedragen.

k: Jes 53:4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
1Petr 2:24 Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.

Het volgen van Jezus

Matt 8:18 En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.
Matt 8:19 l En er kwam een zeker Schriftgeleerde tot Hem, en zeide tot Hem: Meester! ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat.

l: Luk 9:57 En het geschiedde op den weg, als zij reisden, dat een tot Hem zeide: Heere, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.

Matt 8:20 En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.
Matt 8:21 En een ander uit Zijn discipelen zeide tot Hem: Heere! laat mij toe, dat ik eerst heenga, en mijn vader begrave.
Matt 8:22 Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en m laat de doden hun doden begraven.

m: 1Tim 5:6 Maar die haar wellust volgt, die is levende gestorven.

De storm gestild.

Matt 8:23 n En als Hij in het schip gegaan was, zijn Hem Zijn discipelen gevolgd.

n: Mark 4:35 En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde.
Luk 8:22 En het geschiedde in een van die dagen, dat Hij in een schip ging, en Zijn discipelen [met Hem]; en Hij zeide tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde van het meer. En zij staken af.

Matt 8:24 En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.
Matt 8:25 En Zijn discipelen, bij [Hem] komende, hebben Hem opgewekt, zeggende: Heere, behoed ons, wij vergaan!
Matt 8:26 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? o Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.

o: Job 26:12 Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij [haar] verheffing.
Ps 107:29 Hij doet den storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen.
Jes 51:10 Zijt Gij het niet, Die de zee, de wateren des groten afgronds, droog gemaakt hebt? Die de diepten der zee gemaakt hebt tot een weg, opdat de verlosten daardoor gingen?

Matt 8:27 En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!

De Gergeseense bezetenen.

Matt 8:28 p En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in het land der Gergesénen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbij gaan.

p: Mark 5:1 En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarénen.
Luk 8:26 En zij voeren voort naar het land der Gadarénen, hetwelk is tegenover Galiléa.

Matt 8:29 En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U [te doen]? Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd?
Matt 8:30 En verre van hen was een kudde veler zwijnen, weidende.
Matt 8:31 En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen.
Matt 8:32 En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water.
Matt 8:33 En die ze weidden, zijn gevlucht; en als zij in de stad gekomen waren, boodschapten zij al [deze] dingen, en wat den bezetenen [geschied was].
Matt 8:34 En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, q baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.

q: Hand 16:39 En zij, komende, baden hen, en als zij hen uitgeleid hadden, begeerden zij, dat zij uit de stad gaan zouden.

Updated: July 17, 2018 — 2:18 pm

Auto gaat badderen

Foto: Inter Visual Studio


BEVERWIJK – Een auto is langs de A9 bij Beverwijk van de weg geraakt en in het water beland. Dit gebeurde bij de afrit Beverwijk-Oost. Een persoon zou bij dit ongeluk gewond zijn geraakt.

Volgens een omstander zou de auto op de afrit hebben gereden en daar rechtdoor zijn gegaan. Vervolgens belandde het voertuig in de sloot.

De brandweer heeft een persoon uit de auto moeten halen. Die is volgens een getuige naar het ziekenhuis gebracht. Omdat een bergingsdienst bezig is om de auto uit de greppel te halen, is de afrit tijdelijk afgesloten. Bron

Updated: July 17, 2018 — 9:42 am

Up to 22 killed, including 9 Iranians, in Syria strike blamed on Israel – report

Earlier, the Syrian Observatory for Human Rights put the death toll at 9, said raid targeted an Iranian Revolutionary Guard center

An Israeli F-16 during an exercise on November 25, 2013. (Ofer Zidon/Flash90)


Syrian rebel forces claimed that 22 people, including nine Iranians, were killed in an overnight strike in northern Syria blamed on Israel, the Qatar-based al-Jazeera network reported Monday.

The figure, which could not be confirmed, was much higher than an earlier report of nine deaths provided by a Syrian watchdog group. Read more

Updated: July 16, 2018 — 11:18 pm

Rocket lands in south Israel after IDF attacks 2 Gaza posts

Code Red altert wails across Hof Ashkelon Regional Council shortly after IDF confirms attacking observation posts in Beit Hanoun and Jabalia near areas from which Palestinians had flown incendiary balloons earlier in the day; IDF says rocket landed in open space inside Israel, while local residents report hearing a boom.

Fire caused by incendiary kite


The rocket launch came shortly after the IDF confirmed Palestinian reports that it had attacked two observation posts in Beit Hanoun and Jabalia on Monday afternoon located near areas from which Palestinians had flown incendiary balloons earlier in the day. Read more

Updated: July 16, 2018 — 11:14 pm

IDF strikes 2 Hamas posts in Gaza as firefighters tackle balloon blazes

Military says airstrikes a response to ‘fire terror’, with at least 7 fires reported in Israel since morning; rocket launched from Strip falls inside Palestinian territory

Palestinians walk through the wreckage of a building that was damaged by Israeli air strikes in Gaza City, on July 15, 2018. (Wissam Nassar/ Flash90)


Israeli aircraft struck a pair of Hamas observation posts in the Gaza Strip on Monday, with the military saying incendiary balloons were launched from nearby earlier in the day, sparking fires in Israel.

“The strike was carried out in response to the fire terror being led by the Hamas terror organization against Israel’s citizens and sovereignty,” the Israel Defense Forces said in a statement. Read more

Updated: July 16, 2018 — 11:10 pm

Something is Going On! (AMERICA 2018-2019)

Vleesboek dumpt alle Christelijke content!

Gal 5:19  De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,
Gal 5:20  Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,
Gal 5:21  Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.

Updated: July 16, 2018 — 6:28 am

Matthéüs 7

De splinter en de balk

Matt 7:1 Oordeelt a niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

a: Luk 6:37 En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden.
Rom 2:1 Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die [anderen] oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die [anderen] oordeelt, doet dezelfde dingen.
1Kor 4:3 Doch mij is voor het minste, dat ik van ulieden geoordeeld worde, of van een menselijk oordeel; ja, ik oordeel ook mijzelven niet.
1Kor 4:5 Zo dan oordeelt niets voor den tijd, totdat de Heere zal gekomen zijn, Welke ook in het licht zal brengen, hetgeen in de duisternis verborgen is, en openbaren de raadslagen der harten; en als dan zal een iegelijk lof hebben van God.

Matt 7:2 b Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.

b: Mark 4:24 En Hij zeide tot hen: Ziet, wat gij hoort. Met wat mate gij meet, zal u gemeten worden, en u, die hoort, zal [meer] toegelegd worden.
Luk 6:38 Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.

Matt 7:3 c En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?

c: Luk 6:41 En wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet?
Luk 6:42 Of hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat toe, dat ik den splinter, die in uw oog is, uitdoe; daar gij zelf den balk, die in uw oog is, niet ziet? Gij geveinsde! doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit te doen, die in uws broeders oog is.

Matt 7:4 Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog?
Matt 7:5 d Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.

d: Spr 18:17 Die de eerste is in zijn twistzaak, [schijnt] rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem.

Matt 7:6 e Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en [zich] omkerende, u verscheuren.

e: Spr 9:8 Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.
Spr 23:9 Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.

Gebedsverhoring

Matt 7:7 Bidt, f en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

f: Matt 21:22 En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
Mark 11:24 Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Luk 11:9 En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
Joh 14:13 En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde.
Joh 16:24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
Jak 1:5 En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij [ze] van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.
1Joh 3:22 En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.
1Joh 5:14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.

Matt 7:8 g Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

g: Spr 8:17 Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Jer 29:12 Dan zult gij Mij aanroepen, en henengaan, en tot Mij bidden; en Ik zal naar u horen.

Matt 7:9 Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven?
Matt 7:10 En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?
Matt 7:11 Indien dan gij, h die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede [gaven] geven dengenen, die ze van Hem bidden!

h: Gen 6:5 En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
Gen 8:21 En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van ‘s mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.

Matt 7:12 i Alle [dingen] dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.

i: Luk 6:31 En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.

De enge poort

Matt 7:13 k Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;

k: Luk 13:24 Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;

Matt 7:14 l Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.

l: Hand 14:22 Versterkende de zielen der discipelen, en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.

De boom en zijn vruchten

Matt 7:15 m Maar wacht [u] van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.

m: Deut 13:3 Gij zult naar de woorden van dien profeet, of naar dien dromen-dromer niet horen; want de HEERE, uw God, verzoekt ulieden, om te weten, of gij den HEERE, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
Jer 23:16 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.
Matt 24:4 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
Rom 16:17 En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij [van ons] geleerd hebt; en wijkt af van dezelve.
Efez 5:6 Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.
Kol 2:8 Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;
1Joh 4:1 Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.

Matt 7:16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?
Matt 7:17 n Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.

n: Matt 3:10 En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Matt 12:33 Of maakt den boom goed en zijn vrucht goed; of maakt den boom kwaad en zijn vrucht kwaad; want uit de vrucht wordt de boom gekend.
Mark 11:13 En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij [om te zien], of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niet dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.
Luk 3:8 Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelven: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.

Matt 7:18 Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.
Matt 7:19 Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Matt 7:20 Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.
Matt 7:21 o Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

o: Matt 25:11 Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open!
Luk 6:46 En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg?
Luk 13:25 [Namelijk] nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.
Hand 19:13 En sommigen van de omzwervende Joden, zijnde [duivel] bezweerders, hebben zich onderwonden den Naam van den Heere Jezus te noemen over degenen, die boze geesten hadden, zeggende: Wij bezweren u bij Jezus, Dien Paulus predikt!
Rom 2:13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;
Jak 1:22 En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende.

Matt 7:22 p Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?

p: Jer 14:14 En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.
Jer 27:15 Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.
Luk 13:26 Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd.

Matt 7:23 q En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; r gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!

q: Ps 6:9 (6:10) De HEERE heeft mijn smeking gehoord; de HEERE zal mijn gebed aannemen.
Matt 25:12 En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet.
Luk 13:25 [Namelijk] nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.
Luk 13:27 En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!

r: Matt 25:41 Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker [hand zijn]: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.
Luk 13:25 [Namelijk] nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.
Luk 13:27 En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!

De wijze en de dwaze bouwer

Matt 7:24 s Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;

s: Jer 17:18 Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.
Luk 6:47 Een iegelijk, die tot Mij komt, en Mijn woorden hoort, en dezelve doet, Ik zal u tonen, wien hij gelijk is.
Rom 2:13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;
Jak 1:25 Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, [zeg ik], zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.

Matt 7:25 En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.
Matt 7:26 t En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft;

t: Ezech 13:11 Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal [hem] splijten.
Rom 2:13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;
Jak 1:23 Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel;

Matt 7:27 En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.
Matt 7:28 En het is geschied, als Jezus deze woorden geëindigd had, [dat] de scharen zich ontzetten over Zijn leer;
Matt 7:29 v Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.

v: Mark 1:22 En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden.
Mark 6:2 En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die [Hem] hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar [komen] Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
Luk 4:32 En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.

Updated: July 16, 2018 — 6:10 am
Page 1 of 1312345...10...Last »
My CMS © 2018 Frontier Theme