Genesis 4

De eerste doodslag

Gen 4:1 En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kain, en zeide: Ik heb een man van den HEERE verkregen!
Gen 4:2 En zij voer voort te baren zijn broeder Habel; en Habel werd een schaapherder, en Kain werd een landbouwer.
Gen 4:3 En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kain van de vrucht des lands den HEERE offer bracht.
Gen 4:4 En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. aEn de HEERE zag Habel en zijn offer aan;

a) Heb 11:4 Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kain, door hetwelk hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gave getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.

Gen 4:5 Maar Kain en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kain zeer, en zijn aangezicht verviel.
Gen 4:6 En de HEERE zeide tot Kain: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?
Gen 4:7 Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.
Gen 4:8 En Kain sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kain tegen zijn broeder Habel opstond, ben sloeg hem dood.

b) Mat 23:35 Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar.
1Jn 3:12 Niet gelijk Kain, die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en van zijn broeder rechtvaardig.
Jud 1:11 Wee hun, want zij zijn den weg van Kain ingegaan, en door de verleiding van het loon van Balaam zijn zij henengestort, en zijn door de tegenspreking van Korach vergaan.

Gen 4:9 En de HEERE zeide tot Kain: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?
Gen 4:10 En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? cdaar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.

c) Heb 12:24 En tot den Middelaar des nieuwen testaments, Yahushua, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.

Gen 4:11 En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.
Gen 4:12 Als gij den aardbodem bouwen zult, hij zal u zijn vermogen niet meer geven; dgij zult zwervende en dolende zijn op aarde.

d) Spr 28:17 Een mens, gedrukt om het bloed ener ziel, zal naar den kuil toevlieden; men ondersteune hem niet!

Gen 4:13 En Kain zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde.
Gen 4:14 Zie, Gij hebt mij heden verdreven van den aardbodem, en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn; en ik zal zwervende en dolende zijn op de aarde, en ehet zal geschieden, dat al wie mij vindt, mij zal doodslaan.

e) Job 15:20 Te allen dage doet de goddeloze zichzelven weedom aan; en weinige jaren in getal zijn voor den tiran weggelegd.
Job 15:21 Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.

Gen 4:15 Doch de HEERE zeide tot hem: Daarom, al wie Kain doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE stelde een teken aan Kain; opdat hem niet versloeg al wie hem vond.
Gen 4:16 En Kain ging uit van het aangezicht des HEERE; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.

Het geslacht van Kaïn.

Gen 4:17 En Kain bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch.
Gen 4:18 En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.
Gen 4:19 En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.
Gen 4:20 En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden.
Gen 4:21 En de naam zijns broeders was Jubal; deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen.
Gen 4:22 En Zilla baarde ook Tubal-kain, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-kain was Naema.
Gen 4:23 En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile!
Gen 4:24 Want Kain zal fzevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal.

f) Gen 4:15 Doch de HEERE zeide tot hem: Daarom, al wie Kain doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE stelde een teken aan Kain; opdat hem niet versloeg al wie hem vond.

Gen 4:25 En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kain heeft hem doodgeslagen.
Gen 4:26 En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den Naam des HEERE aan te roepen.

Updated: 23 april 2018 — 22:09

Man valt/springt van publieke tribune in Tweede Kamer; kamerleden in shock [22-3-2018]

DE GORE ARROGANTIE VAN DE MEDIA TERWIJL VLIEGTUIGEN CHEMTRAILS UITSTOTEN EN BEWERKT VOEDSEL DIE SLECHTS EN ALLEEN DEPOPULATIE IN DE HAND WERKEN EN DAN NU OOK EUROPA LATEN VOLLOPEN MET VOLK WAT HIER NIET THUISHOORT PUUR EN ENKEL OM DE MEDEMENS KAPOT TE MAKEN OPDAT DE ELITE KAN VOORTLEVEN OMDAT ZIJ VINDEN DAT HET TE VOL IS!! ALS HET AAN DE MEDIA EN DE KAMER GELEGEN WAS HADDEN ZE HANS LIEVER ZIEN STERVEN EN HET VALT NOG MEE DAT ZE HEM DE STROT NIET HEBBEN AFGEKNEPEN, MAAR DAN GAAN ZE ZELF DE TEIL IN.

Sinds een week of drie is mijn rechterbeen gaan opspelen, normaal lopen kan ik niet meer. Eerder had ik de sociale dienst gevraagd om meubelen op maat, slechts een tafel en een stoel. Ik was 2 meter elf lang en 200 kilo zwaar, inmiddels heb ik mijn eetgewoonten aangepast en ben ik een paar centimeter gekrompen en een kledingmaat dunner. De bank die redelijk hoog is daar lagen drie kussens op waarvan ik het schuimrubber al eens heb laten vervangen, maar ik had onvoldoende steun voor mijn rug, bovendien kan ik met mijn benen niet onder de tafel; en zit in principe altijd als een plumpudding aan een tafel. Nee, zei de Sociale Dienst maar u kunt bij ons wel een lening afsluiten. Maar ik heb geen schulden dus waarom zou ik me in de schuld steken? Toen kreeg ik een erfenis omdat mijn moeder overleed, omdat ik in de bijstand zit, moesten ze het grootste deel ervan hebben en laten ze je daarvoor opdraven en dat ze mij in een vergaderzaal zetten met tientallen kantoorstoelen waarvan ik in geen een van kon zitten was wellicht gedaan om te treiteren, ik achtte het niet onwaarschijnlijk. Rugpijn krijg je op den duur vanzelf wel, maar wat of ik nu heb is veel erger, want de pijn verplaatst zich van mijn rug, naar mijn bilspier, mijn bovenbeen, de knieholte, de kuiten, de achillespees en uiteindelijk de voet, het is net alsof mijn spieren keihard worden en het doet hartstikke zeer. Ik slik daarvoor 5x Ibuprofen 400 en 5x Paracetamol 500, veel teveel en de dokter merkte op dat ik daar een maagzweer van kan krijgen, 4 á 5x per dag slik ik dat en soms als het zó’n pijn doet dat die dosering niet werkt neem ik er nog bij. Nu kom ik bij een fysiotherapeut maar wat haalt het uit als ik nog steeds op kindermeubilair zit i.p.v. van meubelen op maat? Door het Syndroom van Klinefelter ben ik zo groot geworden, heb daarover al eens een doorverwijzing gevraagd, maar de dokter laat je voor ieder wissewasje prikken i.p.v. je dossier door te nemen, ze is mijn ouders gelijk die stug bleven volhouden dat ik gezond was en niets mankeerde. Ik overweeg nu ook cannabisolie te gaan gebruiken maar als dat spul te duur is, dan doe ik hetzelfde als Hans Kamperman met als uitzondering dat de aarde me geen lier kan schelen en ik slechts naar het vlees sterf maar niet naar de geest. Met andere woorden: “Ik kom terug!”

1Co_6:2  Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen?

Updated: 23 april 2018 — 17:36

Verne Troyer zag ‘t niet meer zitten en heeft zichzelf om zeep gebracht

Verne Troyer, the actor best known for playing Mini-Me in the Austin Powers films, has died at the age of 49.

A cause of death was not immediately clear, but a statement released by the actor’s family suggests that he was depressed and may have taken his own life. “Depression and Suicide are very serious issues,” the statement reads. “You never know what kind of battle someone is going through inside. Be kind to one another. And always know, it’s never too late to reach out to someone for help.

Earlier this month, Troyer was hospitalized after a friend found the actor “extremely upset, drunk suicidal.” Troyer was reportedly held on a 5150, an involuntary psychiatric hold for patients deemed to be “a danger to themselves or others.”

“Verne was also a fighter when it came to his own battles. Over the years he’s struggled and won, struggled and won, struggled and fought some more, but unfortunately this time was too much,” the family’s statement adds.

“During this recent time of adversity he was baptized while surrounded by his family. The family appreciates that they have this time to grieve privately.” (Source)

Updated: 23 april 2018 — 07:34

Manifest: moslimextremisten ‘zuiveren’ Frankrijk van Joden

In Frankrijk is sprake van een ‘etnische zuivering’, zo stelt een manifest in dagblad Le Parisien. In het pamflet staat dat er nieuw antisemitisme is ontstaan onder moslimextremisten, dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog ook weer levens eist.

“In de afgelopen jaren zijn elf Joden door moslimradicalen vermoord, en sommigen ook mishandeld, omdat ze Joods waren”, staat in de tekst. Het is een verwijzing naar de aanslagen op bijvoorbeeld een Joodse supermarkt (2015) en Joodse school (2012).

Het stuk is ondertekend door 300 prominente Fransen, onder wie de rechtse oud-president Nicolas Sarkozy en de linkse oud-premier Manuel Valls. Zanger Charles Aznavour tekende ook, net als acteur Gérard Depardieu.

Volgens de prominenten is het voor Joden vaak niet meer veilig in Frankrijk. “Franse Joden lopen 25 keer meer kans het slachtoffer te worden van geweld dan Franse moslims”, schrijven ze. “Ongeveer 50.000 Joden zijn recent verhuisd, omdat ze zich niet meer veilig voelden in de wijken waar ze woonden.” Lees verder

Updated: 23 april 2018 — 05:01

Canada: Muslim stabs ex-girlfriend 40 times, slits her throat, shoots her for “taking ownership of her life”

“Calgary woman killed by ex was stabbed 40 times, shot twice, police reveal,” by Carly Stagg, CBC News, April 18, 2018 (thanks to The Religion of Peace):

Abderrahmane Bettahar was raised in a culture of violence that calls for the beating of disobedient women. The Qur’an says: “Men have authority over women because Allah has made the one superior to the other, and because they spend their wealth to maintain them. Good women are obedient. They guard their unseen parts because Allah has guarded them. As for those from whom you fear disobedience, admonish them and send them to beds apart and beat them.” (Qur’an 4:34)

And in a hadith, Aisha, Muhammad’s child bride, says that Muhammad “struck me on the chest which caused me pain, and then said: Did you think that Allah and His Apostle would deal unjustly with you?” (Sahih Muslim 2127) Read more

Updated: 23 april 2018 — 04:46

WEDERGEBOORTE – De hoop van Israël

De Leraar van Israël

In het beroemde nachtelijke gesprek tussen Nicodemus en de Heere Jezus doet de laatste een wet zeer markante uitspraak. Nadat Hij tot driemaal toe gesproken heeft over de wedergeboorte als noodzaak om het Koninkrijk Gods te zien of in te gaan, verwijt hij Nicodemus, dat deze niet bekend is met het begrip “wedergeboorte”:

” Zijt gij de (niet “een” maar “de”) leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet? Joh.3: 10.

Daarna vervolgt Hij met:

” indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?” Joh. 3:12.

Deze beide uitspraken zijn zeer omstreden.
Hoe kon Nicodemus iets bekend zijn over de wedergeboorte? Met welk recht maakt de Heiland de leraar van Israël dit verwijt? Wanneer wij eenvoudig een concordantie ter hand nemen, zullen wij zien, dat het de Heer Zelf is, Die voor de eerste maal het woord “wedergeboorte” bezigt. Dikwijls wil men ons dan doen geloven, dat de goede man helemaal niets kon weten omtrent de wedergeboorte.

Het is immers een nieuwe leer van de Heere Jezus! Wat Nicodemus dan nog wel wordt aangewreven is dat hij blijkbaar niet direct gehoor geeft aan de woorden van de Heiland. Toch zijn de woorden van de Heer heel duidelijk. Als de leraar van Israël wordt Nicodemus geacht de inhoud van het begrip wedergeboorte te kennen. Aan ons is dan ook niet de taak om te controleren of het verwijt van de Heer wel terecht is. Natuurlijk is het terecht! Onze taak is het, om te onderzoeken waar Nicodemus als schriftgeleerde in gebreke is gebleven! De vraag die blijft liggen is deze: Waar en hoe spreekt het Oude Testament over de wedergeboorte?
Want dat het dat doet blijkt zonder meer uit de woorden van de Heer Zelf!

Het andere moeilijke punt is, dat de Heer zegt gesproken te hebben over “aardse dingen” en “hemelse dingen”.
Waren er dan twee verschillende onderwerpen aan de orde? De Heer sprak toch alleen maar over de wedergeboorte? Inderdaad, er was slechts een enkel onderwerp aan de orde. Maar tot welke categorie moeten wij dit onderwerp rekenen? Behoort de wedergeboorte tot de aardse of tot de hemelse dingen? Mochten wij besluiten de wedergeboorte te rekenen onder de hemelse dingen, wat zijn dan de aardse? En wanneer wij de wedergeboorte rekenen tot de aardse dingen, welke zijn dan de hemelse?

Het antwoord op deze vragen is helaas niet erg bekend. Niet omdat het zo moeilijk te vinden is, maar omdat de vragen over het hoofd gezien worden! Een analyse van het gesprek tussen de Heere Jezus en Nicodemus in Joh. 3:1-21 leert ons, dat deze dialoog in feite in twee delen uiteenvalt. In het eerste deel zijn de Heer en Nicodemus beurtelings aan het woord. Nadat de Heer hem gewezen heeft op de noodzaak en het karakter van de wedergeboorte, vraagt Nicodemus in opperste verwarring:

“Hoe kunnen dezen dingen geschieden?” Joh. 3: 9.

Het is na deze vraag van Nicodemus, dat de Heer hem zijn onkunde verwijt met de woorden:

“Zijt gij de leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet? Voorwaar voorwaar zeg Ik u: Wij spreken wat Wij weten en getuigen wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan”. Joh. 3: 10, 11.

Opvallend is, dat de Heer Zich over het hoofd van Nicodemus richt tot het volk Israël. Dit blijkt uit het woord “gijlieden”, dat immers een meervoudsvorm is. Hij verwijt Nicodemus en zijn leerlingen (“de leraar van Israël”) niet alleen dat zij niets weten over de wedergeboorte, maar ook dat zij Zijn getuigenis niet aannamen! Daarbij komt dan nog, dat de Heiland zegt te spreken wat Hij “weet” en te getuigen wat Hij “gezien” heeft. En desondanks nemen Nicodemus en het volk Zijn getuigenis niet aan. Met deze woorden suggereert de Heer, dat hetgeen Hij spreekt rechtstreeks afkomstig is uit het Oude Testament, waaruit Hij het “weet” en waarin Hij het “gezien” heeft. Maar daaruit konden ook Nicodemus en zijn leerlingen het “weten” en daarin konden zij het ook “gezien” hebben. Juist omdat de Heer Zich kan beroepen op het Joodse Oude Testament is Zijn verwijt aan hun adres gerechtvaardigd. Ze hadden het moeten weten. Of door de bestudering van de Schriften of door het “getuigenis” van de Heere Jezus.

Maar zelfs Zijn op de Schrift gefundeerde getuigenis werd niet geaccepteerd! Men geloofde Hem eenvoudig niet!
En vandaar de volgende uitspraak:

“Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse (dingen) zou zeggen?” Joh. 3:12.

De eerste helft van de dialoog werd in vers 11 besloten met de opmerking, dat Nicodemus het getuigenis van de Heere Jezus over de wedergeboorte niet aannam. Hij geloofde het dus ook niet! Wanneer nu vers 12 weer spreekt over dingen die door Nicodemus niet geloofd worden, blijken dat “aardse dingen” te zijn. De conclusie is dan, dat de wedergeboorte zoals die zojuist besproken was, en zoals Nicodemus die had moeten kennen, behoort tot de “aardse dingen”. De normale objectieve betekenis van deze woorden is, dat de Heer tot op dat moment slechts gesproken had over aardse dingen, die door zijn gehoor echter niet werden aangenomen. En dan volgt de grote wending in dit gesprek, als antwoord op de vraag: “Hoe kunnen deze dingen geschieden? De “leraar van Israël” doet er verder het zwijgen toe. Maar “de Leraar van God gekomen” spreekt verder en verklaart hoe een in zonde geboren sterveling door persoonlijke wedergeboorte een kind van God kan worden:

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad. dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebben.” Joh. 3:16.

Het is een duidelijk antwoord: Wedergeboorte komt tot stand door geloof! Deze persoonlijke wedergeboorte door het geloof in de Heere is een Bijbelse waarheid, die Nicodemus zonder meer bekend had moeten zijn. De Heer verwijt Hem echter zijn onkunde, maar wijst hem er tevens op, dat het eeuwig leven als vrucht van de wedergeboorte, slechts ontvangen wordt door geloof:

“…..opdat een ieder, die in Hem gelooftÉ” Joh. 3:15, 16.

“Die in Hem gelooft wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft is alreeds veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in de Naam des eniggeboren Zoons van God.” Joh. 3:18.

Dat deze waarheid ook in het Oude Testament uitgebreid naar voren komt, hoop ik in het vervolg te laten zien. De vraag blijft echter: Zijn dit nu aardse of hemelse dingen? Het antwoord is in dit verband niet zo makkelijk te geven. In ieder geval moet het duidelijk zijn, dat de Heiland in zijn eerste uitspraken tot Nicodemus spreekt over de individuele wedergeboorte:

“Tenzij dat iemand… ” Joh. 3:3.

“Zo iemand niet…… ” Joh. 3:5.

En volgens vers 12 had de Heer slechts gesproken over “aardse dingen”. Daaruit volgt dan, dat de individuele wedergeboorte in ieder geval deel uitmaakt van de “aardse dingen”.

En zoals we later zullen zien, wordt deze persoonlijke wedergeboorte inderdaad in de profetieën genoemd in verband met Israëlieten, aan wie een eeuwige toekomst in het land der vaderen beloofd is! Want de Schrift leert, dat God de mens geschapen heeft om op de aarde te wonen. Wanneer nu de in zonde gevallen mens langs de weg van wedergeboorte weer verzoend wordt met god, verandert dat niet noodzakelijk iets aan zijn bestemming. God schiep de mens voor de aarde, en de verloste mens zal daarom ook inderdaad op de aarde wonen! Want laten we wel zijn, waarom denkt u dat God straks een nieuwe aarde maakt? Natuurlijk dient die nieuwe aarde ter bewoning door de verlosten. En natuurlijk neemt Israël onder die verlosten een vooraanstaande plaats in. Daarom behoort de wedergeboorte in ieder geval tot de aardse dingen. Of we daarbij denken aan de verlossing van zondaren of de collectieve opstanding van een hele natie, maakt daarbij niets uit.

Maar, zult u zeggen, gaat een wedergeboren mens dan niet naar de hemel? En daar komen we terecht bij de hemelse dingen. De zaak is namelijk, dat een gelovige in het algemeen in de eeuwigheid zal wonen op de nieuwe aarde. Doch er is een heel grote uitzondering! Die uitzondering betreft namelijk degenen, die tot geloof komen tijdens de periode waarin de Heer Zijn aangezicht voor Israël en de volkeren verbergt! Anders gezegd: Deze uitzondering betreft degenen, die als gelovigen leven onder de bedeling van de verborgenheid! Nadat Israël haar Messias verwierp verzamelt de Heer Zich een volk uit alle volkeren. Dit volk is de Gemeente, het lichaam van Christus. Allen, die deel uitmaken van dit verloste volk, zijn geroepen met een hemelse roeping. Zij hebben een hemels burgerschap. Zij verwachten uit de hemel hun Zaligmaker en zullen inderdaad de eeuwigheid doorbrengen in het land, dat de Heer hun beloofd heeft: de hemel. Het punt is dus, dat de mens slechts behouden wordt door wedergeboorte op grond van geloof. Dit behoud betekent in het algemeen, dat de wedergeborene in eeuwigheid zal wonen op de nieuwe aarde. Dat is de normale betekenis in verband met de “aardse dingen”. De uitzondering geldt echter voor de gelovigen uit de tijd tussen de eerste en de tweede komst van Christus. Zij worden behouden op precies dezelfde wijze: door wedergeboorte op grond van geloof. Maar hun toekomst is verschillend. Zij zien uit naar hun toekomst en erfenis in de hemel. Wel, dit zijn de hemelse dingen.

Deze hemelse dingen kon Nicodemus inderdaad niet weten. De gemeentelijke waarheden werden immers pas later door
de apostel Paulus geopenbaard. Zij maken deel uit van de grote “verborgenheid” of het “geheimenis”. Het verschil tussen deze “aardse dingen” en “hemelse dingen” is precies bepalend voor het grote onderscheid tussen Israël en de Gemeente als uitverkoren volken! Niet hun afkomst bepaalt dit verschil, want die is precies gelijk! Net als de gemeente nu, zal Israël straks verzameld worden uit alle volkeren. Het Israël, dat straks in het Messiaanse Rijk het beloofde land zal bezitten bestaat uit precies dezelfde soort mensen als de Gemeente. Allen zijn uit genade en door het geloof wedergeboren. Het verschil is slechts gelegen in de toekomstbestemming, en houdt verband met de vraag waartoe God hen uitverkoren heeft. En dan leert de Schrift, dat God Israël heeft uitverkoren voor de aarde, en de Gemeente voor de hemel. Met opzet ga ik hier niet dieper op deze zaak in. Mijn onderwerp is niet de Gemeente of de Eschatologie, maar de wedergeboorte. Waar het hier om gaat is, dat de wedergeboorte zowel aardse als hemelse gevolgen kan hebben, afhankelijk van de bedeling waarin die wedergeboorte tot stand kwam.

Maar hoe zullen wij de hemelse dingen begrijpen als we de aardse niet eerst begrijpen? Want wedergeboorte vanuit het Oude Testament behoort tot de aardse dingen. Het maakte geen deel uit van de Verborgenheid. Wedergeboorte is dus niet iets wat uitsluitend met de gemeente te maken heeft. Wedergeboorte is de weg van een oude schepping naar een nieuwe, en is daarom fundamenteel voor een juist begrip van Gods weg met een gevallen wereld. En dat had Nicodemus moeten weten. Lees verder

Updated: 23 april 2018 — 04:06

Genesis 3

De zondeval

Gen 3:1 De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?
Gen 3:2 En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten;
Gen 3:3 Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft.
Gen 3:4 Toen zeide de slang atot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven;

a) 2Co 11:3 Doch ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.

Gen 3:5 Maar bGod weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.

b) Joh 8:44 Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.

Gen 3:6 En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, cen hij at.

c) Rom 5:12 Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
Rom 5:13 Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.
Rom 5:14 Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam, welke een voorbeeld is Desgenen, Die komen zou.
Rom 5:15 Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de misdaad van een, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade God, en de gave door de genade, die daar is van een mens Yahushua Christus, overvloedig geweest over velen.
1Ti 2:14 En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.

Gen 3:7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij dnaakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten.

d) Gen 2:25 En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.

Gen 3:8 En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs.
Gen 3:9 En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?
Gen 3:10 En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
Gen 3:11 En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt?
Gen 3:12 Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten.
Gen 3:13 En de HEERE God zeide tot de vrouw: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de vrouw zeide: eDe slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten.

e) Rev 12:13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde geworpen was, zo heeft hij de vrouw vervolgd, die het manneken gebaard had.

Gen 3:14 Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.
Gen 3:15 En Ik zal fvijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; gdatzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

f) Mat 4:1 Toen werd Yahushua van den Ruah weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden van den duivel.

g) Col 2:15 En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.

Gen 3:16 Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, hen hij zal over u heerschappij hebben.

h) 1Co 14:34 Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.
1Ti 2:11 Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.
1Ti 2:12 Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.
Tit 2:5 Matig te zijn, kuis te zijn, het huis te bewaren, goed te zijn, haar eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord God niet gelasterd worde.
1Pe 3:6 Gelijk Sara aan Abraham gehoorzaam is geweest, hem noemende heer, welker dochters gij geworden zijt, als gij weldoet, en niet vreest voor enige verschrikking.

Gen 3:17 En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.
Gen 3:18 Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten.
Gen 3:19 In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.
Gen 3:20 Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is.
Gen 3:21 En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.
Gen 3:22 Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.
Gen 3:23 Zo verzond hem de HEERE God uit den hof van Eden, om den aardbodem te bouwen, waaruit hij genomen was.
Gen 3:24 En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.

Updated: 23 april 2018 — 03:48
Pagina 1 van 4012345...102030...Minst recente »
My CMS © 2017 Frontier Theme
%d bloggers liken dit: